Artsen krijgen pen niet in mensenhoofd geschoten

Onderzoek wijst uit dat het niet waarschijnlijk is dat een 25-jarige Leidse student zijn moeder vermoordde door met een kruisboog een Bic-balpen door haar oog te schieten.

ROTTERDAM, 16 JAN. Een Leidse vrouw werd in mei 1991 dood in haar huis gevonden. Aanvankelijk werd gedacht dat ze een natuurlijke dood was gestorven. Bij de sectie werd een complete Bic-balpen in de schedel van de vrouw gevonden. Artsen sloten de mogelijkheid van een fatale val niet uit.

De politie, die de voormalige echtgenoot van het slachtoffer en zijn twee dochters en zoon lange tijd van moord verdacht, sloot het onderzoek uiteindelijk in 1992 af zonder resultaat. Omdat de familieleden van het slachtoffer vonden dat zij onheus door de politie waren bejegend, schakelden zij de Nationale Ombudsman in. Deze stelde hen toen in het gelijk.

Maar medio vorig jaar werd het onderzoek heropend, nadat twee mensen naar de politie waren gegaan met voor de 25-jarige zoon belastende verklaringen. Een conciërge van de school waarop de student had gezeten, dacht dat hij hem jaren geleden met mede-scholieren had horen praten over 'de perfecte moord'. De therapeute die de jongeman in behandeling had, zei dat haar cliënt haar had verteld dat hij zijn moeder met behulp van een handkruisboog om het leven had gebracht.

Volgens B. Ficq, een van de twee advocaten van de student, blijkt uit schietproeven, die zijn genomen op menselijke hoofden, dat een noodlottige val de meest voor de hand liggende verklaring is voor de dood van het slachtoffer. De verdediging zal de resultaten van de proeven vandaag tijdens het hoger beroep voor het gerechtshof in Den Haag naar voren brengen. Vorig jaar veroordeelde de rechtbank de student tot twaalf jaar gevangenisstraf.

De experimenteel oogheelkundige P. van Andel, werkzaam als onderzoeker bij de Rijkuniversiteit van Groningen, heeft op eigen initiatief schietproeven genomen. Aanvankelijk op varkenskoppen die hij uit het abattoir haalde. Later kon hij een menselijk hoofd gebruiken dat ter beschikking van de wetenschap was gesteld. Zijn proeven tonen aan dat wanneer op korte afstand met een Barnett phantom kruisboog wordt geschoten, het plastic omhulsel van de Bic-balpen in het oogdak blijft steken terwijl de inktstift verder de schedel inschiet. In de Leidse zaak was hiervan geen sprake.

Op verzoek van de verdediging heeft oogarts J.P. van der Pol, gespecialiseerd in aandoeningen van de oogkas en werkzaam op het Academisch Medisch Centrum van Amsterdam, proeven gedaan. Met behulp van twee kruisbogen, een kleine en het sterkste type handkruisboog, werden Bic-balpennen op twee hoofden afgeschoten. Met de kleine kruisboog lukte het niet om het oog te penetreren. Bij schoten met de grote handkruisboog lukte dat uiteindelijk wel.

Het lukte Van der Pol echter niet om een zodanig schot af te vuren dat de pen op eenzelfde manier in de schedel terechtkwam als bij het slachtoffer. Daar was de pen geheel intact het hoofd binnengedrongen. De pennen die Van der Pol tijdens zijn experiment gebruikte, raakten enigszins beschadigd tijdens het schot. Deze kenmerkende beschadigingen ontbreken bij de Bic-balpen die in de hersenen van het slachtoffer is gevonden. Een van de karakteristieken was ook dat bij de pennen 'inktverlies' optrad.

Om dezelfde positie van de pen in het hoofd te bereiken moet de pen met een veel hogere snelheid op het oog worden afgeschoten dan mogelijk is met een handkruisboog. Indien dit gebeurt leidt dit tot grotere verandering aan de pen dan bij het slachtoffer is geconstateerd, aldus Van der Pol. Van der Pol concludeert dat de betreffende pen niet door een kleine, sterke handkruisboog in de hersenen kan zijn geschoten. Wat betreft de mogelijkheid van een opzettelijke steekverwondingen zegt de specialist dat dit hem hoogst onwaarschijnlijk voorkomt, gezien de moeite die het kost een pen handmatig door de oogkas te steken. De verdediging zal het hof vragen om de onmiddellijke vrijlating van hun cliënt.

    • Hans Moll