Wennen aan Amerikaanse vrijheid

Bestuurlijke perikelen binnen de KNSB verhinderden dat Gerard Kemkers (28) afgelopen zomer coach werd van de kernploeg mannen allroundschaatsers. Hij knoopte nog een jaartje vast aan zijn verbintenis met de Amerikaanse bond.

Een felle woordenwisseling bracht hem plotseling weer in het voetlicht. De kroonprins onder de schaatstrainers kreeg het zaterdagochtend in alle vroegte aan de stok met de nestor van het korps der coaches. Gerard Kemkers contra Leen Pfrommer. Om zes uur verzamelde zich een groepje van coaches, bestuurders en ijsverzorgers in de houten kantine van de natuurbaan in Davos om te beslissen of er die ochtend om acht uur een sprintprogramma voor de World Cup kon worden afgewerkt. Het had echter niet hard genoeg gevroren en het totale evenement werd afgeblazen. Overigens een dag te vroeg want gisteren lag de ijsovaal in het mondaine Zwitserse wintersportplaatsje er weer vorstelijk bij.

Kemkers stelde de aanwezige ISU-bestuurders voor het sprintprogramma een weekend later te organiseren. De overige World Cup-wedstrijden konden dan begin deze week worden afgewerkt. Dit alles schoot bij Pfrommer in het verkeerde keelgat. De coach van de vrouwensprinters reageerde furieus want dit doorkruiste de aanloop naar de nationale kampioenschappen sprint die over twee weken in Assen worden verreden. “Als Nederlander moet je weten wat voor ons de belangen zijn van het EK (komend weekeinde in Heerenveen, red.) en het NK”, beet hij Kemkers toe.

De jonge coach was die avond in Hotel Terminus nog onthutst van de aanvaring. Kemkers: “Ik stond te trillen op mijn benen toen Pfrommer zo tegen me uitviel. Ik was perplex en wist niet wat ik moest zeggen. Ik word betaald door de Amerikaanse bond en hoewel ik een emotionele band heb met het Nederlandse schaatsen kom ik op voor de belangen van mijn werkgever en m'n rijders. Ik vind het prima dat Leen zijn standpunt verdedigt, maar hij moet het niet in de persoonlijke sfeer trekken. Als Pfrommer zo met mij omgaat wordt de kans klein dat ik in de toekomst nog iets voor het Nederlandse schaatsen kan betekenen.”

Kemkers had zich eerder in Davos enkele malen gestoord aan beslissingen die volgens hem werden genomen in het belang van de Europeanen en niet in het voordeel waren van de rest van de wereld. “Zoals het geven van prioriteit aan de drie en de vijf kilometer ten koste van de kilometer. Terwijl hier de hele wereldtop van de duizend meter rondloopt. De EK geven de Europese schaatsers de gelegenheid om extra (prijzen)geld te verdienen en een goede tijd te rijden die recht geeft op deelname aan het WK afstanden. Voor de Amerikanen en Aziaten zouden er eigenlijk Pacific championships moeten komen. Een open EK is een ander alternatief. Het internationale schaatsen moet wel eerlijk blijven. De Europeanen kunnen tussen de World Cup-wedstrijden vaker naar huis. Dat bespaart kosten. Al die dingen samen maken me een beetje pissig.”

Na de Spelen van Calgary in 1988 stopte de stilist Gerard Kemkers met topschaatsen. Hij 'leed' aan een zwabberbeen, althans dat was de benaming voor een technisch mankement dat in zijn schaatsslag was geslopen en niet meer bleek te repareren. De Drent volgde de Academie voor Lichamelijke Opvoeding in Amsterdam waar ook Louis van Gaal en Rinus Michels hun opleiding genoten. Kemkers was trouwens een verdienstelijk jeugdvoetballer. De laatste twee jaar dat Ab Krook als mannencoach optrad, liep Kemkers met hem mee als assistent. Zo raakte hij geïnteresseerd in het coachen van schaatsers. “Ab en ik hebben ontzettend veel van gedachten gewisseld over dit vak. Ik kan me tochtjes in een roeiboot herinneren op de Loosdrechtse Plassen die soms zes uur duurden. Dan kwamen we aan wal en dacht ik dat we hoogstens anderhalf uur hadden gevaren. Als ik kernploegcoach was geworden, zou de hand van Krook heel duidelijk aanwezig zijn geweest.”

Toen Krook twee jaar geleden stopte met de mannenschaatsers, zetten de toppers Ritsma, Zandstra en Veldkamp de toen 27-jarige Kemkers bovenaan hun lijstje. Ze kregen tot hun verbijstering hun derde keus Wopke de Vegt toegewezen. “Ik was te jong maar niemand van de KNSB heeft me dat meegedeeld. Er waren misschien andere oplossingen mogelijk geweest. Ik had het zeker niet in m'n eentje opgeknapt. En als het verzoek nu weer zou komen, kies ik misschien alsnog voor een mentor. Ik vond het een beetje kortzichtig van de KNSB om me te passeren op leeftijd. Ik kon bogen op zes jaar ervaring als rijder en had dat weer voor op een regionale coach. De functie van kernploegcoach is tegenwoordig zo veelomvattend dat je net als in het bedrijfsleven een profielschets moet samenstellen. Je dient niet alleen te beschikken over technische, maar ook over managementkwaliteiten. De factor leeftijd is maar een van de twintig aspecten. Toprijders hebben geen vaderfiguur meer nodig. Als ze drie, vier dagen per week gaan stappen worden ze in Nederland al snel gepasseerd door concurrenten.”

Afgelopen zomer wilde de KNSB (lees: het sectiebestuur) wél in zee met Kemkers. Het college van voorzitter Johan Grobbée werd echter door het bestuur weggezonden en dat maakte Kemkers huiverig. “Degenen die mij hadden gevraagd waren eruit geschopt. Ik moest aan mijn brood denken. Ik wilde geen risico nemen en verlengde mijn contract met de Amerikaanse bond.”

Als de KNSB na het schaatsseizoen opnieuw een beroep op hem wil doen, valt er met Kemkers te praten. “Elke twaalfde maand kan ik mijn contract, dat in principe doorloopt tot de Spelen van '98 in Nagano, opzeggen. Ik ben ver van huis en voel dat regelmatig. Er bestaan cultuurverschillen tussen de Amerikaanse schaatsers en mij. Soms heb ik er bijvoorbeeld moeite mee dat ze zo individualistisch zijn ingesteld. In Nederland werken we meer als team, in de VS zijn sporters heel veel vrijheid gewend. Als je ziet wat het schaatsen momenteel met me doet. Ik heb zoveel te regelen dat ik al dagen met gigantische hoofdpijn rondloop. Als ik door enkele mensen wordt geruggesteund lijkt het me een uitdaging om in Nederland een schaatsteam door onstabiel vaarwater te loodsen. Aan de andere kant heb ik nu een band met de Amerikanen opgebouwd. Maar ook in Italië met z'n sportcultuur zie ik een grote uitdaging liggen.”

Als eventuele opvolger van Henk Gemser zal hij waarschijnlijk niet met Rintje Ritsma te maken krijgen. De kampioen is immers zijn eigen weg gegaan. “Ik ben blij dat hij dat heeft gedaan. De KNSB dacht alle papieren in handen te hebben. Rintje kon het niet beter hebben dan bij de bond, zo werd geredeneerd. Hij heeft nu bewezen dat het wel kan. Door zijn initiatief is de positie van de rijders ten opzichte van de bond versterkt. Toch zou ik het jammer vinden als er steeds meer fabrieksteams komen. Je kunt de krachten dan niet meer bundelen zoals het Nederlands volleybalteam met het Bankrasmodel (het onttrekken van de internationals aan de nationale competitie, red.). Je kunt niet zo makkelijk meer subsidie vragen voor een speciaal project of gezamenlijk onderzoek doen. De Noren hebben met hun tienjarige voorbereiding op de Spelen in Lillehammer aangetoond dan zo'n centrale aanpak veel succes kan opleveren. In Japan functioneert een systeem met fabrieksteams inderdaad wel, maar daar communiceren de coaches beter met elkaar dan bij ons.”

Via het Italiaanse Collalbo reist Kemkers de komende weken naar Inzell waar begin februari de wereldkampioenschappen allround worden gehouden. Vorig jaar boekte de ex-stayer uit Eelde een succesje met Dave Tamburrino die als vijfde eindigde. Dit seizoen moeten de verwachtingen niet al te hoog worden opgeschroefd. Tamburrino maakt door allerlei oorzaken een terugval door. De tweede allrounder KC Boutiette is nog niet toe aan de wereldtop. Kemkers is wel tevreden over de vorderingen van een drietal rijders (Jeff Benjamin, Tim Hoffmann en Arlen Spicer) dat in hun kielzog opereert. Daarnaast zijn er twee rijders (Trevena en Parra) van het inline, het Amerikaanse skeeleren, doorgebroken. “Zij staan pas twee, drie maanden op schaatsen en maken een ongelooflijke progressie door.” Bij de vrouwen is de situatie nog minder rooskleurig. Vier rijdsters moeten de Amerikaanse eer verdedigen in alle disciplines. De beste stayer is een meisje van zestien.

Bij het rolschaatsen ziet Kemkers mogelijkheden om de basis te verbreden. Maar zo lang de universiteiten schaatsen onderaan het lijstje hebben staan en wel talenten op gebied van basketbal, American football, honkbal en ijshockey ondersteunen, is het roeien tegen de stroom in. Met directeur Nick Thometz heeft Kemkers nu een technisch plan ontwikkeld. Financieel is de Amerikaanse schaatsbond echter geheel afhankelijk van het Olympisch Comité. “Wij hebben niets eens een sponsor, terwijl het rodelen bijvoorbeeld wel 500.000 dollar ontvangt uit het bedrijfsleven. Dat doet pijn. Het schaatsen verdiende op de laatste Winterspelen de meeste medailles voor de VS. Er is een marketingdirector aangesteld die nog niets heeft bereikt. Ik heb hem gezegd dat hij maar eens in Nederland moet zoeken naar een geldschieter.”

    • Erik Oudshoorn