SER wil wettelijke basis voor fusiecode

DEN HAAG, 15 JAN. De Sociaal-Economische Raad (SER) vindt dat de fusiecode voor bedrijven ingrijpend moet worden veranderd en bovendien een wettelijke grondslag dient te krijgen.

Dit blijkt uit een ontwerp-advies van de raad, dat ter goedkeuring ligt bij de vakcentrales en werkgeversorganisaties die bij de SER zijn aangesloten.

De huidige fusiecode, van 1970, bevat afspraken waaraan werkgevers in het geval van (voorgenomen) bedrijfsfusies worden geacht zich te houden, ter bescherming van aandeelhouders en werknemers. Een SER-commissie ziet toe op naleving van de gedragsregels en kan als zwaarste sanctie een openbare berisping uitspreken. Werkgevers- en werknemersorganisaties hebben zich verplicht de naleving van de fusiecode te bevorderen.

De commissie die het ontwerp-advies heeft voorbereid meent dat de code minder vrijblijvend moet worden en een grotere reikwijdte moet krijgen, omdat fusies ingewikkelder worden en vaker grensoverschrijdend zijn. Volgens dit advies moeten de gedragsregels voor (toekomstige) aandeelhouders uit de fusiecode worden gehaald en in een aparte, wettelijke regeling worden ondergebracht. De commissie acht dit nodig, omdat buitenlandse bieders geen binding hebben met de organisaties die in de SER zijn vertegenwoordigd of met de Vereniging voor de Effectenhandel. Een onafhankelijke instantie, bijvoorbeeld een 'Commissie Openbare Biedingen', zou op de naleving van deze regels ten aanzien van aandeelhouders moeten toezien.

Als de regels voor aandeelhouders een aparte wettelijke status krijgen, resteren in de fusiecode slechts afspraken ten behoeve van werknemers. Volgens de SER-commissie moeten deze regels dan ook een wettelijke basis krijgen om duidelijk te maken dat de code verplicht is. Het voordeel is bovendien dat de regels dan ook gelden voor overheidssector en buitenlandse bedrijven.