Proces-Roh uur der waarheid elite Z-Korea

SEOUL, 15 JAN. Een boevenpak is streeploos wit of lichtblauw in Zuid-Korea, genadeloos licht dat de eerlijkheid symboliseert - hij die het mi gyul soo bouk draagt, spreke de waarheid. Vandaag verscheen Roh Tae Woo, de voormalige generaal en president, in zijn gevangeniskledij voor de rechter om zich te verantwoorden voor de financiële praktijken tijdens zijn ambtsperiode (1988-1993). Het was de dag van de waarheid voor de 62-jarige Roh en met hem voor een generatie van militairen in de politiek, die Zuid-Korea rijkdom bracht, maar democratie verafschuwde.

In het proces tegen de van corruptie verdachte Roh staat veel meer op het spel dan zijn persoonlijk handelen. De centrale vraag is of de 'ontwikkelingsdemocratie' Zuid-Korea kan afrekenen met haar 'foute' verleden.

Want het is dezer dagen niet alleen Roh die wordt berecht, ook diens kompaan Chun Doo Hwan (64), president van 1980 tot 1988, zit vast in afwachting van zijn proces, dat naar verwachting eind deze week begint. Roh en Chun werden respectievelijk 15 november en 3 december gearresteerd. Terwijl Roh tot nu toe alleen voor corruptie is aangeklaagd - hij heeft inmiddels toegegeven tijdens zijn ambtstermijn 650 miljoen dollar aan steekpenningen te hebben aangenomen - gaat het in de zaak-Chun om veel meer. Chun wacht een drievoudige aanklacht. In december werd hem muiterij ten laste gelegd, een verwijzing naar de staatsgreep van eind 1979. Vorige week kwam daar een aanklacht wegens corruptie bij. De meest sensationele tenlastelegging: verraad, werd het afgelopen weekeinde toegevoegd aan zijn dossier. Chun Doo Hwan wordt nu persoonlijk verantwoordelijk gehouden voor de slachting die het Zuidkoreaanse leger aanrichtte op 18 mei 1980 in de zuidelijke stad Kwangju. Zeker 200 mensen, maar mogelijk meer dan duizend die demonstreerden tegen de dictatuur werden toen gedood. Hoewel het leger met zijn optreden de oppositie destijds effectief het zwijgen wist op te leggen, zeurde het Bloedbad van Kwangju door als een nationaal trauma.

In Korea bestaat een sterke confucianistische traditie, die onder meer bepaalt dat intermenselijke relaties harmonisch moeten verlopen. Wie deze regel overtreedt schendt het kibun (het gemoed, de eer, het gevoel) en dat is een grote zonde. Hieraan gekoppeld is een sterk ontwikkeld rechtvaardigheidsgevoel: wie de gedragscodes ontheiligt moet bestraft worden. De militairen schonden in 1980 het kibun, maar hun verdiende loon ontliepen ze. Het volk had jarenlang niet de macht en de politici ontbrak het aan de goede wil om het recht te laten zegevieren.

In Zuid-Korea, gesticht in 1948, waren decennialang de militairen aan het bewind, tot de laatste autoritaire leider, generaal Chun Doo Hwan, in 1987 onder groeiende binnen- en buitenlandse protesten de macht overdroeg aan een burgerbewind. Zijn opvolger en partijgenoot Roh Tae Woo was een overgangsfiguur. De oppositie tegen Roh, bestaande uit de drie Kims (Kim Young Sam, Kim Dae Jung en Kim Jong Pil) was zo verdeeld en het aantal gezagsgetrouwe Koreanen nog zo groot dat Roh met 35 procent van de stemmen bij de vrije verkiezingen, eind 1987, als president werd gekozen. In 1990 sloten Kim Young Sam (Y.S. in de volksmond geheten) en Kim Jong Pil (J.P.) een verrassend monsterverbond met Roh, hun voormalige vijand. De drie partijen fuseerden tot wederzijds genoegen - Y.S verzekerde zich zo van het presidentschap bij de verkiezingen van 1992, J.P. kreeg een hoge partijfunctie en de militairen bleven via Roh c.s. hun invloed behouden.

Toen de nu 67-jarige Kim Young Sam in 1993 aantrad nam hij zijn beide voorgangers in bescherming: “de geschiedenis” moest maar een oordeel vellen over Roh en Chun, zei Kim. Waarschijnlijk wilde Kim omwille van de politieke stabiliteit geen gegraaf in de dossiers van zijn voorgangers.

Kim zelf gaf vier maanden geleden echter onbedoeld de aanzet tot het ontrafelen van de geschiedenis. In zijn campagne tegen corruptie vaardigde de president een wet uit die vastlegde dat bankrekeningen voortaan niet meer op valse of geheime namen mochten staan. Voorts is het niet langer toegestaan onroerend goed op naam van iemand anders in bezit te hebben, zoals tot nu toe veelvuldig voorkwam. Het gevolg was dat de ware eigenaars van bepaalde fondsen of gebouwen plotseling konden worden getraceerd.

Een jonge parlementariër van de oppositie, Park Kye Dong, bond de kat de bel aan. Hij toonde in het parlement de bewijsstukken dat Roh over een groot bedrag aan zwart geld beschikte, overgehouden van zijn tijd in het Blauwe Huis. Roh had destijds een fonds opgebouwd, bestaande uit al dan niet openlijke bijdragen van het bedrijfsleven. Hij gebruikte het geld om politieke gunsten te kopen, voor eigen consumptie en in 1992 om kandidaten bij de presidentsverkiezingen te steunen.

De aanhouding van Roh, gevolgd door die van Chun, was toen onvermijdelijk. Er volgde een politieke storm die met tyfoonsnelheid door de rangen van de partijen en het bedrijfsleven raasde. Naast de twee ex-presidenten werden ook verscheidene van hun voormalige medewerkers en captains of industry, onder wie de topmannen van de Daewoo- en Samsung-conglomeraten, in staat van beschuldiging gesteld. Ze stonden vandaag naast Roh Tae Woo voor de rechter. Het was de kongsi tussen generaals en tycoons die van Zuid-Korea een industriële gigant maakte.

Volgens de emeritus hoogleraar internationaal recht Woo Jae Seung was de arrestatie van Chun een politieke afrekening. “Roh en Chun waren bezig binnen de regerende Democratisch-Liberale Partij (DLP) een factie te vormen. Het enige dat Kim kon doen was hen uitschakelen.” Kim nam ook verder drastische maatregelen. Hij verving vrijwel alle ministers uit zijn kabinet en veranderde de naam van de DLP in Nieuwe Korea Partij (NKP). Deze manoeuvres waren ogenschijnlijk ook bedoeld om de aandacht van zijn persoon af te leiden. Want algemeen werd aangenomen dat Kim Young Sam, als partijgenoot van Roh, in 1992 ook uit diens potje had gesnoept. Y.S. ontkende aanvankelijk glashard “een rooie cent” van Roh te hebben gekregen. Pas vorige week verbeterde de president zichzelf door te zeggen dat hij niet in eigen persoon geld had aangenomen; zijn medewerkers hadden dit voor hem gedaan. En hij voegde eraan toe alles voor politieke doeleinden te hebben besteed.

Professor Woo Jae Seung ziet de huidige processen als een teken dat de democratie van Zuid-Korea aan het rijpen is. “De geschiedenis kan niet worden teruggedraaid. In het tijdperk van informatie kunnen onze politici het nieuws niet langer tegenhouden.” Woo zegt dat een “nieuwe generatie” van politici, mensen zoals Park Kye Dong, het roer moeten overnemen. “De waarheid is hard voor de oude garde.”

    • Lolke van der Heide