Met de brug verdween de welvaart van de pont

Het is die middag rustig in wegrestaurant De Lucht aan de A2 bij Zaltbommel. Vrachtwagenchauffeur J. van Dongen en zijn bijrijder P. Raaijmakers zitten aan een tafeltje en bestuderen de menukaart. De twee mannen kijken niet vrolijk. “We moeten nog naar een paar klanten in Utrecht”, zegt Raaijmakers, terwijl hij zijn shaggie uit zijn mondhoek plukt, “en pas tegen een uur of vijf gaan we weer terug, richting Den Bosch. Dan zitten we gegarandeerd in die smerige file.”

Van Dongen bestelt drie broodjes, zijn maat een 'trio' - een uitsmijter met drie eieren. Het tweetal vervoert meubels en rijdt een paar keer per week over de Waalbrug. “Er is geen brug waarop zo veel is gevloekt”, moppert de rondborstige Raaijmakers met een Brabantse tongval. “Je staat er altijd stil en àls je rijdt is het levensgevaarlijk.”

“Zeg dat wel”, vult zijn collega aan. “Onze wagen is tamelijk hoog en vangt veel wind. Wanneer het hard waait schommelt hij. Dan stuur ik hem over de streep, zodat niemand me voorbij kan. Dat geeft een hoop geclaxonneer, maar dat kan me niks verrekke.”

“Die brug is véél te smal”, klaagt de bijrijder, “zeker als vrachtwagens elkaar gaan passeren.”

“Dat mag toch niet”, werpt de chauffeur tegen.

“Ik zou degenen die toch inhalen niet graag de kost geven”, antwoordt zijn makker.

De uit 1933 daterende, slechts vijftien meter brede oude Waalbrug was de laatste jaren een steeds grotere bron van ergernis. Enkele bedrijven op het bij de oeververbinding gelegen industrieterrein ondervonden zo veel hinder van de verstopte weg, dat ze hun vrachtwagens 's nachts laten aan- en afrijden. Rijkswaterstaat omschrijft de brug als 'een flessehals, met een bijzonder grote verkeersintensiteit'. Elk etmaal gaan er ruim tachtigduizend auto's overheen, hetgeen in 1995 leidde tot zeshonderdzevenentwintig files: driehonderddrieënnegentig van noord naar zuid en tweehonderdvierendertig in de omgekeerde richting. De Adviesdienst Verkeer en Vervoer van het ministerie heeft becijferd dat zich op de brug de laatste tien jaar drie dodelijke ongelukken voordeden, dat er tweeënveertig gewonden vielen en dat er driehonderdachtenvijftig aanrijdingen waren met uitsluitend materiële schade. In héél 1934 passeerden ruim tachtigduizend auto's de Waalbrug - ongeveer tweehonderdennegentien voertuigen per dag, zodat er destijds sprake was van een ruime overcapaciteit. Oude inwoners van het in de Bommelerwaard gelegen Zaltbommel herinneren zich de aanleg nog. “Ik hield het niet voor mogelijk, dat de mensheid in staat was zo'n gevaarte over het water te leggen”, weet senior P. Jansen. “Ze schijnen twee miljoen klinknagels te hebben gebruikt om hem in elkaar te zetten. Nou, het heeft hier toen veel teweeg gebracht. Veel van die arbeiders zijn hier ook met hun gezinnen blijven wonen.”

Jansen ging altijd met de vertrouwde veerpont, als hij naar “den overkant” moest. Maar dat veer kon de verkeersstroom tussen Den Bosch en Utrecht niet meer aan. In het boek De Waalbrug bij Zaltbommel is te lezen dat “de 90.000 auto's die de pont in 1932 passeerden “grote drukte gaven in de stad”. “Rond 1930 stonden vaak zes tot acht auto's op de Veerweg te wachten. Soms was het heel druk, zoals na een voetbalwedstrijd in Eindhoven, waar PSV en Ajax om het kampioenschap streden. De terugkerende Amsterdammers stonden tot op de Markt te wachten voor het veer, in een rij van wel veertig auto's. Heel Zaltbommel liep uit om dat te zien.”

De komst van de brug betekende een grote verandering voor Zaltbommel. “Er verdween een stukje welvaart”, weet H. Keser, een groot kenner van de destijds heel arme gemeente. “Toen de pont er nog was, bleven de wachtende mensen plakken in het centrum van de stad. Daarna deed men Zaltbommel alleen nog aan als men daar echt moest zijn.” In de gang van zijn oude, sfeervolle woning hangen tal van prenten die herinneren aan het Zaltbommel van vóór de eerste brug. “In die tijd vormde de Waal een echte barrière tussen noord en zuid”, weet de ex-leraar, die thans onder het pseudoniem Thijs de Torenwachter verhalen schrijft voor een huis-aan-huis-blad. “Dat verschil is nu niet meer zo sterk, toch zijn de mensen hier in de Bommelerwaard sterker georiënteerd op Den Bosch dan op Tiel, dat geografisch even ver weg ligt. Bommelerwaarders kiezen voor een ziekenhuis in Den Bosch, winkelen daar ook en hebben een beetje een Brabants accent: een zachte g en een zachte r. Boven de Waal richten de meeste dorpen zich op Gorkum, Tiel of Utrecht.

De rivier is ook wat de religie betreft een scheidslijn, vervolgt Keser. Aan de overzijde van de Waal wonen “protestant christelijken en de wat zwaardere groeperingen”, in de Bommelerwaard de katholieken. “De Waal vormt de bovengrens voor het bisdom Den Bosch. Hier vieren we carnaval, voelen we ons verbonden met het zuiden. Er is ook een verschil tussen de klederdrachten: hier dragen ze Brabantse poffers - brede boeren-hoofddeksels - en ten noorden van de Waal een bepaald soort mutsen.”

Keser wijst erop dat de Waal als een soort grens “van groot belang” was bij een aantal oorlogen. Hij doelt op de voortdurende strijd tussen de Bourgondiërs en de Gelderse vorsten, met als inzet de Bommelerwaard. In De Waalbrug bij Zaltbommel staat dat “de eerste brug over de Waal een schipbrug was, die in 1599 bij de belegering van Zaltbommel het contact verzekerde tussen de stad en de Staatse legers ten noorden van de rivier. Veel later, tijdens de mobilisatie van 1914, werd door de Nederlandse pontonniers tussen de veerstoepen van Zaltbommel en Tuil weer een tijdelijke schip- of pontonbrug geslagen (...) Ook bij de mobilisatie in 1939 werd een schipbrug over de Waal gelegd.” Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog bliezen de terugtrekkende Nederlandse militairen de Waalbrug (en ook de spoorbrug) op, om de Duitsers de doortocht te beletten. Schots en scheef hingen de stukken over elkaar in het water. Pas in december 1941 hadden de Duitsers de verkeersbrug hersteld. In 1944 beschadigden de Engelsen de brug boven de uiterwaarden bij Waardenburg en ontstond er een knik in het wegdek, die in de streek een “duts” heette. “Ik weet nog hoe bang we waren, toen we er met de luxe wagen over moesten”, zegt een grijsaard, die zijn hond uitlaat op de dijk aan het water. Hij tuurt over de rivier naar de twee bruggen, die in de verte broederlijk naast elkaar liggen. “De nieuwe is breder en een stuk veiliger”, bromt hij. “Gelukkig maar. Tjonge, tjonge, wat zijn hier veel ongelukken gebeurd, vooral in de jaren zestig.”

De bejaarde wandelaar moet bekennen dat hij de nieuwe brug “best heel mooi” vindt. Hij zal nog beter uitkomen als ze die andere hebben afgebroken, laat hij daar op volgen. “Ik vind het wel jammer dat ze die vier palen (83 meter boven Nieuw Amsterdams Peil) hoger hebben gemaakt dan onze kerktoren. Die toren is nu niet langer hèt herkenningspunt van Zaltbommel.”

Stadskenner Keser, als gids verbonden aan de plaatselijke VVV, valt de spreker bij. Hij omschrijft de brug later als “een fraai eigentijds monument”. “Ik heb hier groepen mensen van buiten rondgeleid, die vonden met name het zicht geweldig. Zonder uitzondering.” De kinderen uit de omgeving zijn zelfs “héél enthousiast”, aldus de oud-leraar, die op tien basisscholen informatie over de nieuwe brug verstrekte. “Ik polste hun kennis, liet hen raden waarvoor die lichten bovenaan de brug dienden. Ze wisten allemaal, feilloos, dat die lampen geen versiering waren, maar dat ze nodig waren om de vliegtuigen en de schepen te waarschuwen.”

Keser heeft de schooljeugd ook geïnformeerd over de geluidshinder. Hoe groot die zal zijn, is nog niet precies te bepalen. “Maar in de stad zal men het verkeer iets meer horen, omdat de nieuwe brug nu eenmaal dichterbij het centrum ligt”, verduidelijkt hij. Bij oostenwind zal het het ergste zijn. “Als de fleurig te beplanten geluidswal klaar is, zal het lawaai wel meevallen.”

In De Waalbrug bij Zaltbommel heeft Rijkswaterstaat de totale kosten van het project becijferd: inclusief de aanvoerwegen bedroegen die 265 miljoen gulden. Voor de 978 meter lange brug alleen - voorlopig heeft hij twee keer twee rijstroken - moest honderd miljoen gulden op tafel komen. In het voorwoord van het boek schrijft minister Jorritsma van Verkeer en Waterstaat dat de aan honderdtwintig enorme kabels opgehangen Waalbrug “een verrijking voor het landschap is, maar dat het kunstwerk natuurlijk vooral is gebouwd voor een betere doorstroming van het verkeer”. Op het parkeerterrein van wegrestaurant De Lucht bij Zaltbommel wordt smakeljk gelachen om die woorden van de bewindsvrouw. “Over twee jaar heeft de brug in totaal zes rijstroken”, zegt vrachtwagenchauffeur Van Dongen, voor hij met zijn bijrijder Raaijmakers door het tunneltje onder de A2 naar zijn auto sloft. “Zowel in de richting Den Bosch als in de richting Utrecht wordt de weg een stuk verderop vierbaans. En daar staan we straks gewoon wéér in de rij.”

    • Guido de Vries