Kohl poogt oplaaiende twist EMU te temperen

BONN, 15 JAN. Aan 1 januari 1999 als invoeringsdatum van de Europese muntunie (EMU) mag en zal niet worden getornd. Duitsland heeft weliswaar, gerekend over 1995, met een financieringstekort boven 3 procent niet aan de EMU-eisen voldaan, maar zal dat over het peiljaar 1997 wèl doen.

Met deze verzekering heeft bondskanselier Helmut Kohl afgelopen weekeinde op een bezinningsbijeenkomst van zijn partij, de CDU, geprobeerd de heftig opgelaaide EMU-discussie in zijn land te temperen. Kohl kreeg steun van zijn minister van financiën, CSU-voorzitter Theo Waigel. Wie nu vraagtekens zet bij de uitvoering van het Verdrag van Maastricht neemt het risico van deviezen-speculaties op de koop toe, met alle gevolgen daarvan voor de conjunctuur, de export en de werkgelegenheid, aldus Waigel voor de Beierse radio. Niettemin blijven kritische geluiden over de haalbaarheid of wenselijkheid van 1999 als invoeringsjaar van de muntunie door de Duitse media gaan. Otmar Issing, chef-econoom en directielid van de Bundesbank, kritiseert bijvoorbeeld vandaag in het weekblad Der Spiegel het trage voorbereidingstempo van de EU-ministers van financiën op de EMU. Volgens hem is het daardoor nu een probleem geworden of de EU-staten nog wel tijdig en conform de gemaakte afspraken aan een gemeenschappelijke monetaire politiek kunnen beginnen. Volgens Issings collega Klaus Friedrich, chef-econoom van de Dresdner Bank, is 1999 als invoeringsjaar van de EMU nu “veel meer in gevaar dan een half jaar geleden”. De eerste econoom van de Deutsche Bank, Norbert Walter, is niet pessimistisch, hij wijst erop dat in het Verdrag van Maastricht bijvoorbeeld geen absolute eisen aangaande nationale schuld en financieringstekort gesteld zijn, maar slechts een zichtbare ontwikkeling over enkele jaren in de goede richting. Ook de voorzitter van het college van economische adviseurs van de Duitse regering, prof. Herbert Hax, zei gisteren geen nieuwe risico's te zien. Daarentegen pleitte Gerhard Schröder, premier van Nedersaksen en sinds kort weer eerste economische woordvoerder van de SPD, opnieuw voor uitstel van de EMU-invoeringsdatum. Hij zei dat een muntunie waaraan maar vijf EU-leden (kunnen) deelnemen - bijvoorbeeld de Benelux-staten, Frankrijk en Duitsland - nadelig is voor de Duitse export en bovendien het risico van een monetair en politiek schisma in de EU inhoudt. V

Pagina 11: Geen vrees bij Lamfalussy voor vertraging

Binnen de SPD, met name tussen een deel van het partijbestuur onder Oskar Lafontaine en de Bondsdagfractie, wordt intussen openlijk getwist over de vraag of Duitsland wat zijn tekorten betreft aan de EMU-eisen moet vasthouden of juist meer schulden mag en moet maken in de strijd tegen de werkloosheid. Lafontaine heeft onlangs verklaard dat hij meer inflatie en een grotere schuld desnoods wil accepteren in het belang van meer door de overheid gestimuleerd werk. SPD-premier Heide Simonis van de deelstaat Sleeswijk-Holstein en SPD-Bondsdagspecialist Ingrid Mathäus-Maier hebben die opmerkingen van Lafontaine al als “ondoordacht” en “niet serieus” aangemerkt.

In een vraaggesprek met de Britse krant de Financial Times zei voorzitter Alexandre Lamfalussy van het Europese Monetaire Instituut, de voorloper van de Europese Centrale Bank, vanmorgen dat hij niet vreest dat een vertraging van de economische groei in Europa de muntunie in gevaar zal brengen. “Ik zie geen enkele van de traditionele tekenen die altijd aan een recessie vooraf gaan,” zei Lamfalussy.

Topman Jacques Calvet van het Franse automobielconcern PSA (Peugeot Citroën) zei dit weekeinde in een Franse zondagskrant daarentegen dat het Verdrag van Maastricht, waarin de monetaire unie is vastgelegd, “dood” is. Europees Commissaris Thibauld de Silguy zei vanmorgen dat uit een recent opinie-onderzoek van de Commissie blijkt dat meer dan de helft van de inwoners van de EU achter de muntunie en naam 'euro' staat - een 'troostrijk' resultaat. Meer details worden volgende weekbekend.

    • J.M. Bik