Israels president zegt wat híj wil

TEL AVIV, 15 JAN. President Ezer Weizman heeft in Israel naam gemaakt als de onberekenbaarste en in politiek opzicht lastigste president die het land heeft gekend. De vredespolitiek van de regering-Rabin reed hij in de wielen met kritische opmerkingen die verrassend waren omdat hij indertijd een van de vurigste verdedigers was van het vredesproces met Egypte. Zijn critici snoerde hij de mond met de opmerking: “Ik zal zeggen wat ik wil”. Zonder enige twijfel heeft president Weizman met zijn zionistische uitval naar de joodse aanwezigheid in Duitsland uit een diepe persoonlijke overtuiging gesproken.

Maar ook een verslaggever van radio Israel die Weizman interviewde had moeite om zijn verbazing te verbergen dat hij zich niet alleen keerde tegen de joodse aanwezigheid in Duitsland maar daaraan toevoegde dat zijns inziens de joden in Duitsland het joodse volk niet vertegenwoordigen. “Ik geloof dat het enige land waar een jood als jood kan leven Erets-Israel, het land van Israel, is. Het succes van het joodse volk is niet de terugkeer van joden naar Duitsland. Ik geloof dat de joden in Duitsland het joodse volk niet vertegenwoordigen, doch uitsluitend de joden die in Duitsland wonen”, zei hij.

Weizman maakte deze opmerkingen na een bezoek aan Sachsenhausen nabij Berlijn, een van de vele concentratiekampen waar joden werden vermoord. In de zionistische ideologie is vooral na de Tweede Wereldoorlog het fysieke voortbestaan van het joodse volk in Israel een overheersend thema geworden, wat verklaart waarom Weizman zich in Duitsland ook bezorgd uitliet over de assimilatie van het Amerikaanse jodendom. Dat uitgerekend in Duitsland, de bakermat van de vernietiging van zes miljoen joden, de joodse gemeenschap onder andere door de komst van duizenden Russische joden de snelst groeiende in West-Europa is, is voor deze zionist van de oude stempel onverteerbaar.

Met zijn opmerkingen, die vandaag ook in Israel aandacht krijgen, heeft Weizman de ideologische discussie over de verhouding tussen het zionisme en de diaspora over de door de geschiedenis zwaar beladen Duitse invalshoek ditmaal scherp gesteld. Vandaar dat Ignatz Bubis, de voorzitter van de Raad van joodse gemeenten in Duitsland, zich onmiddellijk van de uitlatingen van de Israelische president distantieerde. Volgen Bubis is het juist voor de consolidatie van het nieuwe, na-oorlogse Duitsland van belang dat “het joodse leven zich in Duitsland na de oorlog herstelt”.

Met de zo nadrukkelijke afkeuring van joodse aanwezigheid in Duitsland houdt president Weizman het Duitse volk tegelijk stevig in de klem van het schuldgevoel voor de vernietiging van zes miljoen joden ten tijde van het Hitler-tijdperk. Ook de Duitse president, Roman Herzog, zei dat de “betrekkingen tussen Israel en Duitsland ( wegens de holocaust) nooit normaal kunnen zijn”. Met hun opmerkingen lijken beide presidenten in te gaan tegen een politiek proces dat wèl in de richting gaat van normalisering van de betrekkingen tussen Israel en Duitsland. In de Israelische maatschappij zelf neemt het gewicht van de holocaust in het nationale bewustzijn af. Premier Shimon Peres ging wat betreft het normaliseringsproces het verste toen hij zich vorig jaar als minister van buitenlandse zaken niet alleen uitsprak voor een vaste zetel voor Duitsland in de Veiligheidsraad van de VN, maar ook de deur opende voor Duitse militaire deelname aan een vredesmacht op de Hoogvlakte van Golan. Het optreden van president Weizman in Duitsland draagt het stempel van het verleden.

    • Salomon Bouman