'Ik zei tegen mijn man: de volgende keer betoog ik mee, tegen jou'

Het nieuwe Palestijnse parlement moet vrouwen meer rechten geven, vindt SUHA ARAFAT, de vrouw van de Palestijnse leider. Tot dusverre is er niet veel aan gedaan: Arafat wilde het volk niet provoceren door met vrouwenzaken te beginnen.

GAZA, 15 JAN. De baby van Yasser Arafat huilt. Vrouwen schateren. “We eten kip”, roept iemand. Op een salontafel van glas liggen een Elle en een Paris Match. Zware Europese meubels, gouden randjes aan de lampekappen, veel snuisterijen. Het huis van Suha Arafat (32), aan zee in Gaza, is in alle opzichten een normaal Arabisch middenklasse-huis. Dit huis is haar heiligdom.

De Palestijnen mogen over Suha spreken als “de vrouw van de president”, maar zij leidt niet bepaald een society-leven. “Soms”, zegt ze als de Britse nanny met baby Zahwa naar het strand is vertrokken, “kom ik een week de deur niet uit. Voor elk wissewasje moet er een escorte met me mee. Voor de veiligheid. Ik haat dat show-gedoe, dus ik blijf liever thuis.” Ze lacht veel. “Het is niet makkelijk om met Yasser Arafat getrouwd te zijn. Je geeft je eigen leven praktisch op. Het is soms eenzaam.”

Voor u naar Gaza kwam, had u allerlei plannen. Zo zou u voor Arafats kantoor demonstreren als hij de positie van de Palestijnse vrouwen niet zou verbeteren. Heeft u uw ambities laten varen?

“Nee hoor. Vanmorgen was hier een demonstratie van vrouwen. Ik zei tegen mijn man: de volgende keer demonstreer ik mee, tegen jou. Hij moest lachen en zei: doe maar, ik hoor jullie toch niet.”

Waarom “de volgende keer”? Heeft hij de afgelopen anderhalf jaar iets gedaan aan de positie van de vrouw?

“Nee, maar hij had belangrijker zaken aan zijn hoofd. En hij wilde het volk niet provoceren door met vrouwenzaken te beginnen. Maar na de verkiezingen (op 20 januari) krijgen we een vrij parlement. Als er dan nog niets gebeurt, ga ik de straat op.”

Wat moet er veranderen?

“Er moeten allereerst twee wetten komen. Eén die meisjes verplicht de middelbare school af te maken. En één die ouders verbiedt om hun dochters uit te huwelijken voor zij zeventien zijn. Sommige meisjes trouwen nu op hun dertiende, veertiende. Door de economische malaise halen ouders hun dochters steeds eerder van school en zeggen: trouwen jij, dan hebben we een mond minder te voeden. Pas als dat is veranderd, kunnen we andere zaken aanpakken. Polygamie bijvoorbeeld, of abortus.”

Willen vrouwen die wetten wel?

“Vrouwen blokkeren zichzelf, dat klopt. Maar deze elementaire wetten willen ze wel. Ik zei laatst in een vluchtelingenkamp tegen een vrouw: uw dochter heeft het recht om de school af te maken. Ze bedankte me. Dat is toch triest.”

Sommige vrouwenorganisaties op de Westelijke Jordaanoever ...

“Die doen niets! Velen van hen zijn met buitenlanders getrouwd. Ze staan ver van het volk. Met feministische leuzen kom je hier niet ver. Als je tegen een Palestijnse vrouw zegt: doe die sluier af, doet ze het toch niet. De sluier is het probleem niet. Je kunt jeans aantrekken, maar daarmee ben je nog niet geëmancipeerd. Mensen denken dat gesluierde vrouwen dom zijn. Maar de meesten zijn juist goed opgeleid. Vrouwen voelen zich beschermd als ze met zo'n ding om de deur uitgaan. Mannenogen eten je op, op straat. Een sluier is bevrijdend.”

Bijna alle kandidaten voor de verkiezingen zaterdag zijn mannen: van de 700 kandidaten zijn er 28 vrouwen. Allen hebben 'vrouwenrechten' op hun programma. Verwacht u dat zij dit straks gaan waarmaken?

“Nee. Ze gebruiken die leus omdat 54 procent van de kiezers vrouw is. Ze hebben hun stemmen nodig! Een aantal kandidaten was tot nu toe minister. Hebben zij het ooit over vrouwen gehad?”

Verwacht u meer van de vrouwelijke kandidaten?

“Ik heb liever mannen die iets doen dan vrouwen die er als decor bij zitten. Wat hebben Hanan Ashrawi (die bekend werd als woordvoerster van de Palestijnse onderhandelingsdelegatie met Israel) en de andere vrouwelijke kandidaten voor de vrouwen gedaan? Niets. Ik ken Hanan, ik ben op haar gesteld. Ze had haar positie kunnen gebruiken. Dat heeft ze niet gedaan.”

U had uw positie toch ook kunnen gebruiken?

“Ik ben geen politicus. Ik heb geen gezag. Ik ben alleen toevallig met Yasser Arafat getrouwd. Hij is het symbool van de Palestijnse geschiedenis, ik niet. Daarom ga ik zelden met hem mee.”

Wat doet u dan, de hele dag?

“Lezen, voor mijn kind zorgen. En ik heb een humanitaire stichting opgericht, 'Toekomst van Palestina'. Wij steunen vrouwenactiviteiten, proberen de gezondheidszorg te verbeteren. We doen nu oogonderzoek bij alle schoolkinderen. Als ze slechte ogen hebben, krijgen ze brilletjes van buitenlandse fabrikanten.”

Veel Palestijnen weten dat niet eens.

“Ik maak er geen reclame voor. Ik hoef niet zo nodig in de pers. Ik ben verlegen. Ik doe het omdat het mijn plicht is.”

U bent anders dan de andere Arabische first ladies. In Egypte zie je Suzanne Mubarak elke dag op de televisie.

“Daar zijn de omstandigheden anders. Egypte is een staat met volwassen instituties. Wij beginnen net. Wij leven niet zoals de Mubaraks. Ik eet met de lijfwachten. We wonen in een nederig huis. Mijn man zegt dat dit een paleis is, maar ik vind van niet. Hij wil niet boven komen, op mijn verdieping. Als ik hem wil zien, moet ik naar beneden.”

Palestijnen kijken graag tegen Arafat op. Als hij er niet bij is schelden ze op hem, maar als ze hem zien hebben ze tranen in hun ogen. Zouden ze niet ook tegen u willen opkijken?

“Ik ben hun leider niet, dat is hij. Als Palestijnen telefoon willen of huwelijksproblemen hebben, willen ze dat hij dat oplost. Zelfs mensen die hem haten doen dat. Soms overnachten er boeren bij hem op de stoep, net zolang tot ze Arafat kunnen spreken. Men zegt wel eens dat Arafat een potentaat is, alles zelf doet. Maar het volk wil het zo. Net als elders in de Arabische wereld.”

Ziet u hem ooit?

“Voor acht uur 's ochtends of na drie uur 's nachts. Maar ik maak mijn dochter er niet voor wakker. Zij kent haar vader niet.”

Heeft u invloed op hem?

“Soms. Mannen zijn allemaal hetzelfde, hè?”

Geeft u hem wel eens lik op stuk?

“Oh ja, vaak. Vooral als ik hoor dat mensen binnen het Palestijnse Gezag anders worden behandeld dan gewone Palestijnen. Ik hou niet van mensen die een prominente rol opeisen voor zichzelf. Ik haat die gewichtigdoenerij.”

In uw boek 'Enfant de Palestine'* pakt u nogal uit tegen de mannen die Arafat omringen. In Tunis had u een slechte relatie met ze. De meesten zijn meeverhuisd naar Gaza.

“Goddank zijn zij niet meer de enigen om Arafat heen. Zij delen hun roem nu met lokale Palestijnen. De kliek uit Tunis raakt haar privileges kwijt. Ze hadden in Tunis een exclusieve relatie met Arafat en lieten zich daarop voorstaan. Ze dachten dat ze leiders waren omdat ze dicht bij de leider zelf stonden. In Tunis ging hij naar al hun huwelijken. Nu niet meer. Zij zijn niet meer de enigen die toegang hebben tot hem. En daar ben ik zo blij om.”

Als u nu een wens mocht doen, wat zou die zijn?

“Dat vrouwen normaal in zee kunnen zwemmen. In een kuis badpad, dat wel natuurlijk.” *'Enfant de Palestine', (Parijs 1995), opgetekend door de Franse journalist Gérard Sebag, verschijnt deze zomer in een Nederlandse vertaling.

    • Caroline de Gruyter