Hollandia speelt Korbes, Tankred Dorsts dolgedraaide carrousel van geweld; Taalerupties in een woedende regie

Voorstelling: Korbes van Tankred Dorst door Theatergroep Hollandia. Vertaling: Tom Blokdijk; decor: Leo de Nijs, Paul Koek; kostuums: Valentine Kempynck; spelers: Bert Luppes, Elsie de Brauw, Jacqueline Blom e.a. Gezien 13/1 Lokatie Landbouwbelang, Maasboulevard, Maastricht. Te zien t/m 20/1 aldaar; Haarlem Gasfabriek, 30/1 t/m 17/2. Inl. 075-6310231.

Korbes stelt zijn eigen wetten. Dat zijn de wetten van de schaduwzijde van de samenleving en de onderkant van het menselijk lichaam. Kaalgeschoren, scheldend, iedereen die op zijn weg komt vernederend, vrouwen verkrachtend en om zich heen trappend baant hij zich een weg door de maatschappij, die de zijne niet is. Hij weigert elke concessie. Korbes is het ultieme symbool van de gewelddadige mannelijke overheersing. Met deze titelheld creëerde de Zuidduitse auteur Tankred Dorst niet zozeer een parel in de kroon van zijn wrede personages, als wel een gitzwarte vonkenspattende vuursteen.

Hoe paradoxaal het ook is, werkelijk wreed wordt het drama Korbes niet. Ook al gebeuren er huiveringwekkende zaken. Regisseur Johan Simons heeft de woedende taalerupties van Dorst versterkt door een navenant woedende regie. Bert Luppes speelt de titelrol met angstaanjagende inleving, daarbij maakt hij van Korbes een ingemeen figuur in het kwadraat. Door de reminiscenties aan Macbeth, zo giechelen en lispelen de vrouwen aan het begin van de voorstelling als de drie heksen, is een vergelijking daarmee mogelijk. Macbeth toont ons altijd twee kanten, wreedheid en tegelijk vertwijfeling. Korbes is eendimensionaler. Dat maakt hem als toneelpersonage vlakker. De regie heeft de uiterste extremen opgezocht, waarin een vrouw met een keiharde waterstraal wordt natgespoten, Bert Luppes zichzelf aan het slot als een baby bevuilt, een andere vrouw openlijk op het toneel plast en er fiks met een tafel wordt gesmeten.

Het is een regieopvatting waarin er wat vorm betreft geen grenzen zijn. Hollandia speelt ditmaal op lokatie in Maastricht, in het voormalige fabriekscomplex van Landbouwbelang. Een sinistere, kale, holle ruimte met hoog oprijzende betonnen muren. Het enige licht komt uit een door de acteurs gehanteerde volgspot. Dat is een mooie vondst: zij bepalen onze kijkrichting. Bovendien heeft het iets agressiefs als de ene speler de andere in het volle licht plaatst. Het stuk opent met de dood van Korbes' vrouw, waarover hij zich alleen maar verheugt. Haar vingers zijn spookachtig vergroeid tot kale takken, zo doods was ze kennelijk al. De wellustige buurvrouw dient zich aan als Korbes' slaafse minnares. Over hun veile liefde is niet veel goeds te melden. Tegen het slot slaat de voorstelling in zijn tegendeel om; de kweller Korbes wordt op zijn beurt door griezelige sprookjesfiguren gekweld. Zwelgend in zelfmedelijden wil hij dood, hij denkt ook dat hij dood is totdat zijn dochter hem aantreft. Ze reinigt hem, er ontstaat iets van verstilling en intimiteit. Toch, er is niets gewonnen: Korbes eindigt ermee uit te roepen dat hij wil blijven waar hij is. Patstelling, stilstand, geen inzicht.

Naturalisme is nog een te zwakke uitdrukking voor deze speelstijl. Er moet een Duits woord voor bestaan: Heimatnaturalismus; we ruiken boerenland, mest, mist, het is alles duisternis. We kunnen aan de fecaliëndrama's van De Trust denken, maar daarin is de regie minder snoeihard op de tekst gemonteerd. Door de bruuske heftigheid van de regie raakt de dieperliggende gedachte van Korbes overwoekerd. Tegenover de van doodsdrift doortrokken Korbes staan er figuren, althans zo geeft de tekst aan, die het leven beminnen. Hun weergave is echter zo karikaturaal - de één vreet zich vol, bij de ander groeien vrolijke bloemen aan zijn voeten -, dat er uit de tegenstelling geen confrontatie ontstaat, en daardoor geen drama. Ook zij verdwijnen achter groteske uitbundigheid.

Korbes is een cynicus die zich met het leven geen raad weet; zo'n houding kan ik me indenken, hoewel cynici me nooit hebben kunnen bekoren. Achter hun woorden schuilt de leegheid van de niet-betrokkene, van de vrijblijvende. Die absolute onverschilligheid van Korbes ontneemt me de ontvankelijkheid voor zijn personage, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Macbeth die overrompeld wordt door zijn eigen hang naar het kwaad. Dat de voorstelling ondanks alles niet aan het overgewicht van de loodzware vorm ten onder gaat, is te danken aan de spelers. Ook Bert Luppes zelf in de titelrol, Elsie de Brouw als Korbes' minnares en Jacqueline Blom weten in deze dolgedraaide carrousel van geweld accenten te leggen die onthullen waar het stuk uiteindelijk over gaat: over boetedoening, het verlangen gestraft te worden voor zoveel gewelddadigheid. Die lijn had ik sterker aanwezig willen zien, dan was de voorstelling gelaagder geweest.

    • Kester Freriks