Heftige conflictstof, maar weinig lyriek bij jonge choreografen

Internationaal Choreografen Concours Eigentijdse dans. Gezien: 13 en 14 januari, Stadsschouwburg, Groningen.

Voor de vijfde maal werd dit weekeinde in Groningen het Internationaal Choreografen Concours gehouden gewijd aan de eigentijdse dans. Opnieuw bleek de belangstelling ervoor van de zijde van jonge dans(theater)scheppers groot: uit 27 landen werden 129 video-banden ingestuurd. Daaruit koos een selectiecommissie veertien werken die in twee voorrondes in de Groningse Stadsschouwburg getoond werden. Uit die werken selecteerde een internationaal samengestelde jury, waarin zitting hadden Valerie Preston-Dunlop (Groot-Brittanië), Jochen Schmidt (Duitsland), Krzysztof Pastor (Nederland/Polen), Kai Lehikoinen (Finland) en Matti Austen (Nederland) onder voorzitterschap van Jan Haasbroek, weer zeven choreografieën voor de finale. Het is interessant en leerzaam om in een kort tijdsbestek het werk van hier vaak nog onbekende jonge choreografen uit zoveel verschillende windstreken te zien en te ervaren hoe erover geoordeeld wordt.

Nu wordt wat er uiteindelijk op het toneel terecht komt in hoge mate bepaald door de smaak en voorkeur van de selectiecommissie. Die bleek ditmaal een opmerkelijke voorliefde aan de dag gelegd te hebben voor bewegingscomposities waarin de vormgeving de hoofdrol vervulde en de dans nauwelijks of zelfs geheel niet aan bod kwam. Wellicht werd die voorkeur ook ingegeven door het hors concours programma dat de organisatie hiernaast had opgezet. Daarin werden via een lezing, een tentoonstelling en installaties de relatie en de rol belicht van de vormgeving bij theaterdans.

Wat er tijdens de voorrondes op zaterdag te zien was stemde mij niet vrolijk. Er was nauwelijk iets echt boeiends bij. Het bewegingsmateriaal was veelal beperkt en in sommige gevallen zelfs armoedig, de meeste choreografische structuren waren fragmentarisch en zonder een doorgaande spanningsboog. Binnen die kaleidoscopische opbouw was er vrijwel geen wezenlijke variatie. Ook relaties tussen mensen bleven ongenuanceerd en bijna altijd alleen maar agressief getint. Er was een verontrustende gelijkvormigheid in aankleding en belichting te constateren: een half duister podium wordt bijna standaard, korte zwarte, strakke broekjes, blote benen en soepele lage laarsjes, dan wel een volledige, wat vormloze zwarte outfit, zijn absoluut favoriet. De bewegingen hebben heel vaak een acrobatisch, krachtig en sportief karakter en lyriek is duidelijk uit. Er is ook een wonderlijke afstandelijkheid, terwijl de conflictstof heftig is en er emoties gesuggereerd worden die je mee zouden moeten voeren, maar waar je als toeschouwer onbewogen bij blijft.

Gelukkig was het niet allemaal kommer en kwel. In de drie tot de finale doordringende Nederlandse bijdragen van Johan Greben (Ja, wat nou?!), Randell Scott (No compromise) en Diane Elshout (E.D.G.E.) staat de dans wel centraal en wordt er een heldere, vitale bewegingstaal gehanteerd, waarbij die van Diana Elshout extra opvalt door de grote doorademende impulsen, de subtiele nuances en de organische overgangen. Het is te zien dat deze drie choreografen een rijke danservaring hebben, en ze kozen ook goede dansers om mee te werken. De finaleplaats voor From Back to Eternity van Emil Matesic (Kroatië) was gerechtvaardigd door de intensiteit, ook in uitvoering, en het concept: drie uitgelichte blote, gekromde ruggen, heen en weer wiegend en ineen krimpend onder de dreiging van een zware, zwaaiende ketting en het geluid van stampende machines. Het duet Extracts van Roderick Madl (Oostenrijk) was door de scherpe uitvoering en het vele nekbrekende grondwerk een begrijpelijke keuze voor de finale, evenals Quelques Reflexions van het in Frankrijk werkende koppel Denise Namura (Braziliaans) en Michael Bugdahn (Duits) dat was vanwege de bizarre, uitstekend uitgewerkte humor en de exactheid in timing en beweging. Onbegrijpelijk vond ik daarentegen de finaleplaats voor Handen Wassen van de Belg Pol Coussement. Een keurige en integere maar volstrekt bloedeloze choreografie vol goede bedoelingen, uitgevoerd door hard werkende dansers op amateurniveau.

De winnaars van de gedeelde eerste prijs waren Diana Elshout en het koppel Numara/Bugdahn. De jury wilde geen eerste én tweede prijs toekennen, vanwege de gelijkwaardige waardering voor deze twee choreografieën, hoe verschillend ze ook waren. Inderdaad presenteerden zij de twee meest afgeronde, uitgewerkte en genuanceerde choreografieën met een echt eigen signatuur. Voor het eerst was er volledige overeenstemming tussen het publiek en de jury, want aan Diana Elshout werd zaterdagavond ook de Gasunie Publieksprijs toegekend.

    • Ine Rietstap