Grootscheepse aanval op dorp; Gijzelingscrisis: Russen in de aanval

MOSKOU, 15 JAN. Russische strijdkrachten hebben vanmorgen met helikopters en artillerie de aanval ingezet op de gewapende Tsjetsjenen die in het zuiden van Rusland al bijna een week naar schatting honderd mensen gegijzeld houden. Over het succes van de operatie of over het aantal slachtoffers was vanmiddag niets bekend.

Rond het middaguur plaatselijke tijd waren de Russen doorgedrongen tot in het dorp Pervomajskoje waar de Tsjetsjenen zich woensdag met hun gijzelaars hebben verschanst. Daar zouden nu man-tegen-man-gevechten worden uitgevochten. Tegelijkertijd werd in het centrum van Grozny, de afgegrendeldehoofdstad van Tsjetsjenië die in handen is van Moskou-getrouwen, een bomaanslag gepleegd.

Journalisten in Pervomajskoje zagen op drie kilometer hoe helikopters het dorpje met raketten en artillerievuur bestookten. Ongeveer twee uur na het begin van de aanval naderden anti-terreureenheden van de staatsveiligheidsdienst FSB en het ministerie van binnenlandse zaken het dorp. Dat stond op dat moment al gedeeltelijk in brand.

De aanval was volgens de Russen noodzakelijk geworden omdat de Tsjetsjenen gistermiddag waren begonnen gijzelaars te executeren, zo verklaarde het hoofd van de FSB, generaal Michael Barsoekov, vanmorgen. “De federale autoriteiten kunnen deze illegale actie niet langer tolereren en zijn verplicht hun toevlucht te nemen tot geweld om de gijzelaars te bevrijden.”

De Tsjetsjenen zouden zes gevangen soldaten hebben geëxecuteerd. Dat is niet door onafhankelijke bronnen bevestigd. Volgens Moskou had de Tsjetsjeense president Doedajev de leider van de Tsjetsjeense commando's per radio bevolen een begin te maken met de executie van gijzelaars. Een woordvoerder van Doedajev heeft dit als “grove leugens” ontkend.

Barsoekov, een generaal die carrière heeft gemaakt in de bewakingsdienst van het Kremlin, leidt operatie persoonlijk. Barsoekov werd vorig jaar juli hoofd van de FSB toen zijn voorganger werd ontslagen in verband met de vergelijkbare Tsjetsjeense gijzelingscrisis in Boedjonnovsk. Ook minister van binnenlandse zaken Anatoli Koelikov is ter plaatse, een generaal die vorig jaar nog opperbevelhebber was van de troepen in Tsjetsjenië.

President Jeltsin heeft vanmorgen in het Kremlin de situatie besproken met verscheidene veiligheidsfunctionarissen, zo maakte zijn woordvoerder bekend. “Het was maandag duidelijk geworden dat verder uitstel de situatie alleen maar zou verslechteren en het leven van de gijzelaars in gevaar zou brengen. Daarom is een operatie om de gijzelaars te bevrijden vanmorgen begonnen.” Gisteren had de woordvoerder al onderstreept dat Jeltsin de situatie “volledig onder controle” heeft, hetgeen erop duidt dat de president de verantwoordelijkheid voor het verloop van de gebeurtenissen op zich neemt.

Pagina 5: Aanval Russen op dorp met Tsjetsjenen

De aanval begon om zeven uur onze tijd, nadat Barsoekov de Tsjetsjenen nog tien minuten had gegeven om zich over te geven. Gisteren hadden de Russen al twee keer een ultimatum gesteld zonder dat dit tot resultaat had geleid. Moskou eiste onvoorwaardelijke vrijlating van alle gijzelaars. De Tsjetsjenen wilden een veilige doortocht naar Tsjetsjenië.

Gistermiddag opende de Tsjetsjenen onverwachts zelf al het vuur op de Russische troepen, waarbij vier soldaten gewond raakten. De Tsjetsjenen kregen nog de nacht “om de zaken te overdenken” zo liet een woordvoerder van de FSB gisteravond weten.

In wat leek op een zenuwenoorlog vlogen vannacht herhaaldelijk Russische helikopters en gevechtsvliegtuigen over Pervomajskoje. Er werden lichtkogels afgeschoten. Overdag waren de Tsjetsjenen al via luidsprekers toegesproken: “Laat de gijzelaars vrij, uw levens zijn gegarandeerd.”

Het gewapende treffen van vandaag is een voorlopig hoogtepunt in een gijzelingscrisis die al vorige week dinsdag begon in het grensplaatsje Kizljar. Na een mislukte aanval op het regionale vliegveld namen naar schatting 250 gewapende Tsjetsjenen een ziekenhuis in gijzeling. Daarbij kwamen 25 (of 35, zoals de FSB gisteren ineens zei) mensen om het leven.

Na onderhandelingen met de plaatselijke autoriteiten gingen de Tsjetsjenen woensdagmorgen met medeneming van meer dan honderd van hun oorspronkelijk meer dan 2.000 gijzelaars in bussen op weg naar Tsjetsjenië. Vlak voor de grens, in het dorpje Pervomajskoje, werden zij echter staande gehouden en omsingeld door Russische troepen. In het dorp bezetten de Tsjetsjenen een aantal gebouwen en namen zij een aantal dorpelingen in gijzeling.

Onderhandelingen over een vreedzame oplossing van de crisis liepen op niets uit. De Russen weigeren de gijzelnemers te laten gaan, zoals ze bij de vergelijkbare crisis in Boedjonnovsk vorig jaar wel deden. Vrijdag lieten de Tsjetsjenen acht vrouwen en kinderen gaan. Het resterende aantal gijzelaars werd geschat op 70 tot 116.

De Russische autoriteiten hebben de afgelopen dagen een stroom berichten verspreid over de wreedheid van de Tsjetsjenen. Dzjochar Doedajev, de Tsjetsjeense president die in 1991 de campagne voor onafhankelijkheid van de deelrepubliek is begonnen, zou de gijzelnemers per radio hebben opgedragen “vooral veel vrouwen en kinderen te doden” (vrijdag) en de gijzelaars “in koelen bloede te executeren” (gisteren).

    • Hans Nijenhuis