Gardenia

Ik moet eerlijk bekennen dat ik, voor ik aan dit stukje begon, geen idee had hoe een gardenia eruitziet. Nou is dat voor mij niet zo vreemd. Ik kan een roos van een tulp onderscheiden, maar daar houdt het zo'n beetje mee op. In dit geval bleek het echter niet helemaal aan mij te liggen. Gardenia's zijn exclusieve planten. Dat zegt mijn bloemist en dat zeggen ze bij de bloemenveiling in Aalsmeer. De gardenia wordt daar omschreven als “een plant met Middellandse Zee-uitstraling”. Uit Griekenland en Italië worden baby-gardenia's ingevoerd, die in onze kassen uitgroeien tot circa 30 cm hoge planten, met sterk geurende bloemen die op jasmijn lijken (voor wie dat wat zegt).

Over de geschiedenis van de naamgeving van de gardenia zijn wij uitzonderlijk goed geïnformeerd. De plant heet niet naar het Engelse woord voor tuin, zoals je zou verwachten, maar naar de Schots-Amerikaanse arts en plantkundige Alexander Garden (±1730-1791). Deze vernoeming had heel wat voeten in de aarde.

Garden groeide op in Aberdeenshire in Schotland. Op zijn 23ste vertrok hij naar Charleston in Zuid-Carolina. Hij vestigde zich daar als huisarts en besteedde zijn vrije uren aan onderzoek naar planten en dieren.

In 1755 ontdekte Garden, op reis in de staat New York, een plant die hij niet meteen kon thuisbrengen. Hij stuurde hem naar Jane Golden, een van de weinige vrouwen die zich toentertijd met plantkunde bezighielden. Golden dacht dat het om een nieuwe soort ging, die zij prompt Gardenia noemde. Al snel bleek echter dat zij zich had vergist: de plant was al beschreven en de naam gardenia verviel, tot verdriet van dokter Garden.

Garden correspondeerde over zijn botanische bevindingen met John Ellis (±1710-1776), een Ierse koopman die naam had gemaakt met een standaardwerk over koraalmossen. Op aanraden van Ellis zocht Garden contact met de beroemde Zweedse geleerde Carl Linnaeus, die in 1753 de plantkundige wereld op z'n kop had gezet door een nieuw systeem van plantennamen te introduceren. Linnaeus reageerde pas na drie jaar, maar uiteindelijk onderhield Garden met Linnaeus en Ellis een bloeiende briefwisseling, net als met tal van andere vooraanstaande wetenschappers, onder wie enkele Nederlanders. Garden stuurde zijn penvrienden grote hoeveelheden planten, vissen, reptielen en amfibieën, waar zij voor hun publikaties dankbaar gebruik van maakten. Hij verzond ook de eerste sidderaal naar Europa.

Garden ontdekte verscheidene nieuwe planten en dieren, waaronder de aalsalamander. Hij had daar graag zelf over gepubliceerd, maar zijn Europese vrienden ontraadden hem dit. Hij voelde zich miskend, betutteld en eenzaam.

Achter de schermen drong Ellis er bij Linnaeus op aan een plant naar Garden te vernoemen. Dit zou hem stimuleren om door te gaan met zijn waardevolle veldwerk, schreef Ellis. Maar vooralsnog hield Linnaeus de boot af.

In 1757 ging Ellis op bezoek bij Richard Warner in Woodford in Essex. Die had een uitzonderlijk mooie plant in zijn bezit. Warner had hem in 1749 gekregen van een Britse scheepskapitein, die hem bij toeval op Kaap de Goede Hoop had ontdekt. Het was Warner niet gelukt de plant te stekken, maar via Ellis had hij een tuinman opgeduikeld die daarmee zoveel succes had, dat hij de planten nu voor 5 guineas per stuk verkocht. Hij had er al 500 pond mee verdiend. De plant werd Cape Jasmine genoemd, Kaapse jasmijn, een volksnaam die ook in Nederland lang is gebruikt.

Na een uitvoerig onderzoek kwam Ellis echter tot de conclusie dat de 'Kaapse jasmijn' tot een nieuw plantengeslacht behoorde. Hij legde de zaak voor aan Linnaeus, die hem gelijk gaf. De Ier had de plant graag Warneria genoemd, maar Richard Warner sloeg dit af; hij was ervan overtuigd dat Ellis ongelijk had, en dat de plant wel een jasmijn was. Zo liep Warner de onsterfelijkheid mis. Ellis suggereerde daarop de naam Augusta (Latijn voor 'verheven, majestueus'), maar Linnaeus vond dat te gewoontjes, want “iedereen weet dat de bloemenkwekers in Haarlem dat soort namen gebruiken voor hun hyacinten en tulpen en zo”. Ook het voorstel om de plant Portlandia te noemen, naar de hertogin van Portland, wimpelde Linnaeus af. Toen Linnaeus vervolgens ook de naam gardenia afwees, sprong Ellis zowat uit zijn vel. “Ik wil mij indekken tegen de boosaardige verwijten die ik vaak te horen krijg, dat ik planten vernoem naar vrienden die niet zichtbaar aan de vooruitgang van de wetenschap hebben bijdragen”, zo motiveerde Linnaeus zijn afwijzing op 11 augustus 1760.

Om zijn vriend tegemoet te komen, was Linnaeus wel bereid een heel andere plantensoort gardenia te noemen, maar als Ellis voet bij stuk hield, schreef hij de Ier, dan zou hij zich niet langer verzetten. “Als jij dan de naam publiceert, beloof ik je dat ik hem zal overnemen.” Ellis hield voet bij stuk.In een brief die op 20 november 1760 werd voorgedragen op de Royal Society in Londen, introduceerde hij de wetenschappelijke naam Gardenia jasminoides, voor de plant die op dat moment in Londen een rage was (“every body is in love with it”, schreef hij aan Garden).

Garden was meer dan opgetogen, aldus zijn biografen. Eindelijk zag hij zijn eenzame inspanningen beloond. In februari 1762 ontving hij twee gardenia's. Een was al dood, de ander zieltogend. Treurig schreef hij aan Ellis: “Ik beschouw dit niet als een goed voorteken voor het voortbestaan van mijn botanische naam.”

Garden kreeg ongelijk. De benaming hield stand en zelf schopte hij het tot vicevoorzitter van de Royal Society in Londen, de instelling die hem eerder zo had bevoogd. In Nederland zit de gardenia trouwens in de lift. Vorig jaar verkocht Aalsmeer er 514.354, ruim vijftig procent meer dan in 1994. Hoewel nog steeds exclusief, bloeit de gardenia hier als nooit tevoren.