FRANK KRAAIJEVELD OVER Vijf uur Bintangs

Bintangs go Guinness, 27/1 Paradiso, Amsterdam.

“Sinds we in 1990 opnieuw zijn begonnen, hebben we een enorm repertoire opgebouwd. Bij een normaal optreden komen we er niet aan toe om dat hele scala van stijlen te laten horen. Zo'n avond bestaat uit twintig songs, en dan is het over. Dus leek het ons een goed idee om al die 65 nummers eens achter elkaar op één avond te spelen. Voor de grap verzonnen we dat die avond Bintangs go Guinness moet gaan heten, omdat het voor ons een soort recordpoging is om vijf uur non-stop door te gaan. Bovendien is Bintangs in Indonesië een biermerk, net als Guinness. Ik denk dat een rockband die serieus in het Guinness Book of Records wil komen, heel wat langer dan vijf uur zal moeten spelen. Er is vast wel eens een stelletje gekken geweest dat het meer dan twintig uur op het podium heeft volgehouden.”

Frank Kraaijeveld (51) is sinds 1961 de bassist en drijvende kracht van de Bintangs uit Beverwijk. De oudste en ruigste rockgroep van Nederland viert het 35-jarig bestaan met een marathonconcert in Paradiso, waarbij eigen nummers als Travellin' in the USA worden afgewisseld met rhythm & blues-covers als You can't judge a book by its cover, een Bintangs-favoriet van het eerst uur. Tijdens het concert, dat gedeeltelijk in 'unplugged'-opstelling wordt gespeeld, zullen opnamen voor een live-cd plaats vinden.

“Onze belangrijkste zorg is dat we de spanning vijf uur lang vast moeten houden. Na twee uur wordt er een stel oude vuilnisbakken op het podium gezet, zodat we even kunnen gaan zitten om drie kwartier akoestisch te spelen. Het klinkt misschien vreemd voor een band die bekend staat als hard en ruig, maar onze muziek leent zich heel goed voor die 'unplugged'-benadering. Vooral met de zang kun je veel subtielere dingen doen. Het verbaast me niks dat de Rolling Stones naar Paradiso zijn gekomen voor hun live-cd, want in zo'n zaal waar het zweet van de muren druipt heb je veel meer sfeer dan in een stadion.

“Toen ik dertig werd, hoorde ik van een journalist dat ik veel te oud was om voor die kids te spelen. Inmiddels zijn we ruim twintig jaar verder. Zolang ik nog niet het gevoel heb dat ik een persiflage op mezelf ben geworden, gooi ik de beuk erin. Vroeger kwam het wel voor dat ik tijdens een optreden in ademnood raakte. Dan ging ik bij het eerste nummer al zo tekeer dat het me zwart voor de ogen werd. In de loop der jaren heb ik geleerd hoe ik mijn krachten moet doseren. Nee, voor een optreden van vijf uur hoeven we niet in conditietraining. Als we nog adem kunnen halen, spelen we door.”

    • Jan Vollaard