Decker tilt Werther naar het niveau van Griekse tragedie

Voorstelling: Werther van J. Massenet door de Nederlandse Opera, het Radio Filharmonisch Orkest en kinderkoor De Kickers o.l.v. Edo de Waart m.m.v o.a. Martin Thompson, Susan Graham, Cyndia Sieden, Gilles Cachemaille, Alexander Oliver, Jan Garritsen en Henk Smit. Decor en kostuums: Wolfgang Gussmann; regie: Willy Decker. Gezien: 14/1 Muziektheater Amsterdam. Herhalingen t/m 29/1. Tv-uitz.: 4/2 NPS Ned 3.

De noodlottige afloop van Massenets opera Werther wordt in de nieuwe produktie van regisseur Willy Decker bij de Nederlandse Opera al tijdens de ouverture verbeeld. Werther ligt daar buiten met een pistool. Binnen wanhoopt Charlotte, die hem door zijn liefde niet te beantwoorden elke raison d'être ontnam. Ze grijpt naar het portret van haar overleden moeder, die haar deed zweren met Albert te trouwen. Buiten is de zonnige maar onherbergzame wereld, die Decker twee jaar geleden in Amsterdam ook al toonde in zijn opzienbarende en overweldigende enscenering van Alban Bergs Wozzeck, die in 1998 wordt herhaald.

De ovationeel succesvolle voorstelling van Werther - prachtig verbeeld, gezongen en begeleid - is na die ouverture de kroniek van die aangekondigde dood. Zoals vrijdag in het Cultureel Supplement beschreven, is Werther, anders dan in het boek van Goethe, in de opera van Massenet een volstrekt eenduidig personage. Hij is een verschijnsel zonder verleden of toekomst, hij is in de handeling slechts een constante factor, de veroorzaker van onvermijdelijk leed voor zichzelf en zijn omgeving.

Nadat Werther Charlotte heeft ontmoet, staat of valt de rest van zijn leven met haar reactie op zijn liefde. Afleiding, de avances van Charlottes zuster Sophie, ze bestaan niet voor hem. Met oogkleppen op begeeft hij zich in de fuik die een neerwaartse spiraal naar de dood is. En als het onmogelijke inderdaad onmogelijk blijkt omdat Charlotte, ondanks momenten van weifeling, haar echtgenoot Albert trouw blijft, trekt Werther het pistool. Charlotte blijft achter met eeuwig schuldgevoel, ze lijkt zelfs met het pistool haar echtgenoot te bedreigen. Of wil ze zelfmoord plegen? Er is veel meer dood dan alleen Werther: ook haar huwelijk met Albert.

Decker vertelt de kroniek van die aangekondigde dood sober, gestreng, strak en met uiterste consequentie na. Decor en kostumering zijn door Wolfgang Gussmann wat kleur en vormgeving betreft even simpel en systematisch ontworpen. Alles is blauw, behalve de uitzinnig zonnige buitenwereld en Werther in zijn gele Sturm und Drang-Al Pak. Dat geel zal allengs verbleken en vergrauwen. De voorstelling bewerkt een steeds grotere beklemming, nergens ontstaat een sprankje hoop dat het nog goed zal komen, alles wat gebeurt is volstrekt voorspelbaar. Decker versterkt daardoor het noodlots-karakter van Werther en transformeert de voorstelling van een citaat uit The sound of music (het kinderkoortje aan het begin, met een animerende Henk Smit in de rol van Julie Andrews) via zwarte komedie tot een Griekse tragedie.

De rol van de goden wordt hier vervuld door de personages Schmidt en Johann in vorm van duivels, in de geest van Offenbach perfect getypeerd door Alexander Oliver en Jan Garritsen. Ze zijn oorspronkelijk drinkvrienden van Charlottes vader, maar worden door Decker geprofileerd als een dubbele verschijning van Mefisto, die - ook bij Goethe - Faust in het ongeluk stortte. Schmidt en Johann - in hun rokkostuums en met hun hoge hoeden zijn ze ook “de zwarte mannen” die Charlotte's moeder ten grave droegen - hebben met Werther geen enkele moeite. Hij is al gedoemd, ze hoeven hem slechts het pistool aan te reiken.

Willy Decker concentreert zich, net als in Wozzeck, in deze Werther alleen op de essentie van het drama. Het is de tragiek van het noodlot, de neergang van een personage dat niet weet te relativeren, geen next best kent, voor wie slechts één doel bestaat in het leven, dat daardoor ééndimensionaal is. Net als Wozzeck zoekt Werther tevergeefs geborgenheid, door decorontwerper Gussmann hier, zoals in Wozzeck, verbeeld met kleine huisjes op het toneel. Werther vindt uiteindelijk zijn huis in de hemel: liever dood dan verder leven zonder Charlotte.

Niet alleen scenisch, maar ook muzikaal staat deze Werther op zeer hoog, soms zelfs ideaal niveau. Edo de Waart dirigeert het Radio Filharmonisch Orkest met bijzondere zorg en liefdevolle betrokkenheid, zodat Massenet klinkt met welluidendheid en hartstocht, met etherische lichtheid en zwaar van onontkoombaar leed. De Amerikaanse tenor Martin Thompson geeft, ondanks wat gebrek aan volume, ook vocaal een indrukwekkende uitbeelding van de gekwelde titelrol, die hij overtuigend zingt, met het Pourquoi me reveiller als laatste opflakkering van Weltschmerz. Gilles Cachemaille is een voortreffelijk vertolker van de verstandige en ingehouden, maar inwendig kokende Albert.

Topprestaties worden geleverd door twee Amerikaanse sopranen. Cyndia Sieden is perfect gecast als het jonge zusje Sophie en ze zingt haar hoge partij met volmaakt stralende onschuld. Susan Graham tenslotte, is als Charlotte het hart van de voorstelling. Schitterend zingend met lyrische en bewogen stem geeft ze een aangrijpende vertolking van haar tragische rol, waarin ze wordt gedwongen tot de onmogelijke keus tussen het hart en het verstand en ze tenslotte beide verliest.