CID-informant na ontspoorde deal vijf jaar in cel

Heeft de Criminele-Inlichtingendienst van Den Bosch een informant in een levensbedreigende situatie gemanoeuvreerd? Die vraag stond vorige week centraal bij de behandeling voor het Amsterdamse gerechtshof van een 'ripdeal' waarbij een dode viel.

AMSTERDAM, 15 JAN. De 32-jarige Frank O. uit Oss werkt volgens zijn advocaat, R. Meerman, sinds november 1994 samen met de Criminele Inlichtingendienst (CID) uit Den Bosch. O. zegt dat hij de CID inlichtingen heeft gegeven over heroïnehandelaren, een bende valsemunters, een wapenhandelaar, een handelaar in het explosief trotyl en nog vele andere zaken.

De afspraak die O. met zijn twee CID-'runners' heeft gemaakt is dat hij geen strafbare feiten zal plegen, tenzij onder hun regie. Het is de bedoeling dat O. de CID in kennis stelt van wapen- en drugsaanbiedingen uit het criminele milieu. Hij moet op die aanbiedingen onder begeleiding van de CID ingaan. O. zou voor iedere kilo in beslaggenomen drugs tussen de duizend en vijftienhonderd gulden krijgen. Wanneer hij bij een door de CID gecontroleerde drugstransactie winst zou maken hoeft hij die niet af te dragen.

Op 15 december 1994 laat hij de CID weten dat hem twee kilo cocaïne is aangeboden. De aanbieder, een man uit Den Haag, zegt dat na deze partij nog bijna vijftig kilo zal aankomen. Vooral in die grote partij toont de CID zich geïnteresseerd. Op instigatie van de CID, zegt O., gaat hij zoeken naar een mogelijke koper.

O. spreekt met zijn vriend Boy S. over de cocaïnedeal. Boy suggereert de verkopers te 'rippen'. O. zegt daar niets voor te voelen en zij gaan elk hun weg. O. denkt dat zijn mogelijkheden een koper te vinden zijn uitgeput en belt zijn runners. De rechercheurs bezweren hem al het mogelijke te doen om de partij alsnog te kopen. Immers, dan kan ook de grote parij worden gepakt. O. leent daarop 118.000 gulden en neemt weer contact op met de verkopers. Vervolgens vraagt hij aan Tom A. uit Dordrecht, of hij bij de transactie zijn bodyguard wil zijn. A. stemt toe.

Wanneer O. op 17 december 1994 met 118.000 gulden naar een flat in Nieuwegein loopt is het laatste uur van cocaïnehandelaar Edje L. geslagen. Edje zit op een parkeerplaats in zijn Audi, alle deuren zijn op slot en op de achterbank ligt twee kilo cocaïne, het is ongeveer 18.00 uur. Het laatste wat Edje moet hebben gezien is een onbekende man die het autoportier probeert te openen. De man, bodyguard Tom A., richt een pistool op Edje en schiet. O. hoort dat op de parkeerplaats wordt geschoten en holt weg. De cocaïnedeal waarover hij met de politie heeft gesproken is op een verschrikkelijke manier ontspoord.

Na de dood van Edje zinnen zijn broer en zijn vrienden op wraak. In hun ogen is Frank O. verantwoordelijk voor het dodelijke schot. O. weet uit hun handen te blijven. Februari 1995 wordt hij gearresteerd. O. wijt de schietpartij aan Boy. 'Toen hij hoorde dat Tom als bodyguard mee zou gaan, heeft hij achter mijn rug om Tom overgehaald de cocaïneverkopers alsnog te beroven', is O.'s stelling.

De rechtbank in Utrecht veroordeelde O. juni vorig jaar tot vijf jaar gevangenisstraf wegens medeplichtigheid aan de dodelijk verlopen 'ripdeal'. Ook de rechtbank houdt O. voor het brein achter de overval. De 43-jarige Tom A. is tot zeven jaar cel veroordeeld. Hij schoot zei hij, Edje 'per ongeluk' dood. De 32-jarige Boy S. uit Den Bosch, kreeg drie jaar en zes maanden wegens medeplichtigheid.

Volgens Meerman, de advocaat van O., hebben de CID-rechercheurs op onverantwoorde wijze een levensgevaarlijke situatie laten ontstaan. Ook zijn cliënt is nu in levensbedreigende omstandigheden terecht gekomen. “O. wilde zich op een gegeven moment terugtrekken, maar de CID wilde dat hij doorging.” Uit semafoon- en telefoonverkeer blijkt dat O. voor en na de schietpartij regelmatig contact had met zijn CID-runners. Dat zijn cliënt niet van plan was de cocaïne te 'rippen' leidt Meerman ook af uit deze contacten. “Waarom zou hij de CID over de cocaïnedeal zoveel hebben verteld als het zijn bedoeling was de drugs te stelen?” Op zijn verzoek roept het hof de CID-officier van justitie op als getuige.

Voor hij advocaat werd werkte Meerman jarenlang bij de Amsterdamse politie. Daar gaf hij onder meer leiding aan een team pseudokopers. Ook begeleidde hij politie-infiltranten in het criminele milieu.

    • Hans Moll