Bliksembezoek van president aan Bosnië; Clinton: Ifor zoekt mee naar oorlogsmisdadigers

TUZLA, 15 JAN. De internationale vredesmacht in Bosnië (IFOR) heeft het recht het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden te helpen als dat in Bosnië onderzoek zou willen doen naar massamoorden.

Dat heeft de Amerikaanse president, Clinton, dit weekeinde gezegd in de Kroatische hoofdstad Zagreb bij de afsluiting van zijn tweedaags bezoek aan IFOR-bases in Italië, Hongarije en Bosnië en aan Kroatië. Clintons uitspraak komt na berichten in Amerikaanse kranten, vorige week, over de vondst van nieuwe massagraven in een open mijn in Bosnisch-Servisch gebied.

De mijn bij Ljubija, 100 kilometer ten westen van Banja Luka, zou lichamen van achtduizend door de Bosnische Serviërs gedode moslims en Kroaten bevatten. De Serviërs zouden de lijken elders hebben opgegraven en hebben overgebracht naar de mijn om ontdekking te voorkomen. De Amerikaanse minister van defensie, William Perry, zei eerder “meer bewijzen over massamoorden” in Bosnië te willen hebben alvorens een aanbeveling te willen doen voor onderzoek met bijstand van IFOR.

Amerikaanse regeringsfunctionarissen en militairen zeggen geen bewijs te hebben dat de Bosnische Serviërs proberen massagraven bij Srebrenica op te ruimen om ontdekking te voorkomen. Daar zouden zich de lijken bevinden van duizenden moslims die de Serviërs na de val van de enclave in juli vorig jaar zouden hebben gedood. In Bosnië worden nog 22.000 moslims vermist.

De Amerikaanse ambassadeur bij de VN, Madeleine Albright, zei tegenover deze krant in Tuzla dat “we ons niet kunnen permitteren dat de graven bij Srebrenica worden verstoord”. Volgens haar is het echter “niet de eerste taak” van IFOR om dat te voorkomen. Albright maakte deel uit van het gevolg van president Clinton tijdens diens bezoek aan de luchtmachtbasis bij Tuzla, zaterdag. Op de basis bevindt zich het hoofdkwartier van het Amerikaanse IFOR-contingent.

Volgens Albright heeft IFOR “allereerst een militaire taak: garanderen dat alle inwoners van Bosnië zich overal vrij kunnen bewegen. Als het Joegoslavië-tribunaal massagraven [bij Srebrenica] wil onderzoeken, moet het dat zelf doen en niet IFOR”, aldus Albright. IFOR-bevelhebbers zeggen eveneens prioriteit te geven aan de uitvoering van de hoofdpunten van het akkoord van Dayton: het instellen van een gedemilitariseerde zone tussen de strijdende partijen, het garanderen van bewegingsvrijheid in Bosnië en het uitwisselen van territorium.

Clintons entourage omvatte verder onder anderen Bosnië-bemiddelaar Richard Holbrooke, die deze maand wordt opgevolgd door reizend ambassadeur Robert Gallucci, nationale veiligheidsadviseur Anthony Lake, leden van het Congres en hoge militairen onder wie NAVO-opperbevelhebber Joulwan, de Amerikaanse voorzitter van de verenigde chefs van staven, Shalikashvili, en verscheidene IFOR-bevelhebbers.

De Bosnische regering is in haar wiek geschoten over het feit dat president Clinton geen bezoek heeft gebracht aan de hoofdstad Sarajevo, maar zich beperkte tot de hermetisch afgesloten luchtmachtbasis van Tuzla. Daar prees hij de Amerikaanse soldaten voor hun bijdrage aan de “Bosnische vredesmissie”. Aangenomen wordt dat de Amerikaanse regering een bezoek aan Sarajevo onverantwoord vond na de aanslag van vorige week op een tram.

Bronnen bij de Bosnische regering zeggen echter dat Clinton “een slechte beurt” heeft gemaakt door in Tuzla te blijven en een “symbolisch zeer belangrijk bezoek aan de hoofdstad” achterwege te laten. De Bosnische president, Alija Izetbegovic, en zijn minister van buitenlandse zaken, Muhamad Sacirbey, hielden tijdens een korte ontmoeting met Clinton op de basis in Tuzla demonstratief hun jas aan en keken ongemakkelijk. “Nu ja, laten we blij zijn dat Clinton Bosnië in elk geval heeft bezocht”, zei een hoge Bosnische regeringsvertegenwoordiger naderhand.

De Bosnische regering hoopte dat Clinton Sarajevo zou bezoeken om de Amerikaanse betrokkenheid bij een Bosnische vredesregeling nog eens te onderstrepen. Clintons bezoek zou volgens hen kunnen bijdragen aan het opruimen van struikelblokken op weg naar vrede zoals de onrust tussen moslims en Kroaten in Mostar en de dreigende exodus van Serviërs uit Sarajevo.

Clinton, die via Aviano in Italië en Taszár in Hongarije naar Tuzla reisde, zou Sarajevo hebben bezocht als eerste buitenlands staatshoofd na de parafering van het vredesakkoord in november. Dat kwam tot stand onder Amerikaanse bemiddeling. Datzelfde geldt voor de in februari 1994 gesloten moslim-Kroatische federatie, een van de bouwstenen voor een toekomstige vrede in Bosnië. Vanuit Zagreb, waar hij de Kroatische president, Tudjman, ontmoette, riep Clinton zaterdagavond de inwoners van Mostar op hun conflicten bij te leggen.

In een tevoren opgenomen televisietoespraak zei Clinton tegen de inwoners van Bosnië dat zij meer gemeen hebben dan hen scheidt. “Natuurlijk bent u er allen trots op moslim, Kroaat of Serviër te zijn. Maar u bent allemaal ook burgers van Bosnië, verbonden door huwelijk en cultuur, taal en werk, door gedeelde liefde voor een plek die u thuis noemt”, aldus Clinton. “Ik geloof dat u allemaal maar één ding wilt: leven en uw gezin laten opgroeien zonder vrees, een beter leven maken voor uw kinderen. Om die verlangens ooit werkelijkheid te laten worden moet er vrede zijn.”

In zijn toespraak gaf Clinton er geen blijk van te beseffen dat de Bosnische burgeroorlog mede is ontstaan doordat miljoenen inwoners zich juist niet beschouwen als Bosnisch burger maar allereerst als moslim, Kroaat of Serviër. De president maakte tijdens zijn bezoek aan Tuzla bekend dat alle Amerikaanse IFOR-soldaten een nieuwe onderscheiding hadden gekregen: de Armed Forces Service Medal, een medaille voor “belangrijke non-combat militaire operaties, zoals vredehandhaving”. Tijdens zijn bezoek aan Tuzla ontmoette Clinton eveneens een aantal Bosnische religieuze en politieke leiders van alle gezindten.

    • Hans Steketee