Zorgwekkende cirkels

DUITSLAND HAPERT en Europa huivert. Tegenvallende groei, oplopende werkloosheid en begrotingsproblemen leiden tot politieke en economische zorgen in Bonn en daarbuiten. In het laatste kwartaal van het afgelopen jaar stond de Duitse economie nagenoeg stil. Voor dit jaar wordt wel enige groei verwacht, maar de prognoses zijn mager. Als de grootste economie van de Europese Unie aarzelingen vertoont, heeft dat gevolgen die verder reiken dan de Duitse grenzen.

Het gaat om meer dan de overbrugging van een conjunctureel dal en wachten op herstel. Nu de Europese Unie voor de deur van de Economische en Monetaire Unie (EMU) staat, zijn de begrotingscijfers van ieder land van belang voor de Europese monetaire toekomst. Zeker die van Duitsland, het monetaire anker van het huidige en van het beoogde Europese muntstelsel. Als de Duitse overheidsfinanciën verslechteren, is het, met het oog op het monetaire examen waarvoor alle landen van de Europese Unie begin 1998 staan (op basis van de cijfers van 1997), plotseling onzeker of Duitsland wel aan de strenge criteria kan voldoen, waartoe het met recht de andere aspirant-leden van de monetaire unie voortdurend aanspoort. Als de Duitse stagnatie zich over Europa verspreidt, zullen andere landen nog grotere moeite krijgen om tijdig aan die soberheidsnormen te voldoen. Frankrijk bijvoorbeeld, met zijn omstreden bezuinigingsplannen, maar ook Nederland met zijn te hoge staatsschuld.

DE OORZAKEN VAN de Duitse problemen zijn deels terug te voeren op de hardheid van de D-mark, de monetaire trots die veel Duitsers niet graag willen zien opgaan in een onzekere euro-munt. De stabiliteit van de D-mark heeft Duitsland veel voordelen gebracht. Maar een land met een keiharde munt moet zijn concurrentiepositie op een andere manier veilig stellen en daarbij spelen de hoge arbeidskosten de Duitse economie parten. Met als gevolg dat werkgelegenheid, in de woorden van een Duitse topindustrieel, het belangrijkste Duitse exportprodukt is geworden. Buiten de Duitse grenzen zijn de lonen, de lasten, het aantal vakantiedagen en de kostenopdrijvende milieu-eisen lager.

De discussie over de aantrekkelijkheid van 'vestigingsplaats Duitsland' laait bijgevolg weer op en deze richt zich vooral op de werkgelegenheidscrisis. Op initiatief van de vakbeweging (IG Metall) zijn werkgevers, werknemers en de overheid begonnen met onderhandelingen over een 'Bondgenootschap voor Werk'. In ruil voor nieuwe banen is de vakbeweging bereid te praten over loonmatiging. Voor Nederland klinkt dat bekend, het roept de afspraken in herinnering die hier begin jaren tachtig werden gemaakt en die niet zozeer tot een daling van de werkloosheid maar wel tot een stijging van het aantal banen bij een groeiende beroepsbevolking hebben geleid.

In Duitsland moeten loonmatiging, vergroting van de flexibiliteit van de arbeidsmarkt en terugdringing van de 'verworven rechten' van de georganiseerde werknemers bij wijze van spreken nog worden bevochten. De Duitse werkgeversorganisaties hebben zich daarbij in het recente verleden veelal meegaand opgesteld. Slechts de Bundesbank heeft bij voortduring gewaarschuwd voor de gevaren en ondertussen op de rem van het monetaire beleid getrapt. Maar met de Duitse rente op een uitzonderlijk laag niveau, vormt het monetaire beleid geen belemmering voor groei.

VOOR DE EMU, de monetaire unie die een aantal Europese landen in 1999 beoogt in te voeren, betekent dit alles een onverwacht nieuw obstakel. Nadat de stakingen in Frankrijk eind vorig jaar de onzekerheid hebben vergroot over het Franse vermogen om aan de criteria van het Verdrag van Maastricht te voldoen, staan nu de seinen voor Duitsland op oranje. Sinds de hereniging in 1990 heeft Duitsland een bewonderenswaardige prestatie geleverd om zijn overheidsfinanciën binnen de normen van Maastricht te brengen. Duitsland, zo was de redenering, kan het zich eenvoudigweg niet veroorloven om niet te voldoen aan de eisen die het andere landen steeds voorhoudt.

Deze lijn doortrekkend, zal Duitsland extra bezuinigen om zeker te stellen dat het land in 1998 aan de begrotingscriteria van Maastricht voldoet. Dat remt de economie op korte termijn, met negatieve gevolgen voor de werkgelegenheid en overheidsfinanciën van Duitslands handelspartners. Wellicht valt het mee, herstelt de Duitse economie zich in de loop van dit jaar en verbeteren de vooruitzichten voor het EMU-oordeel. Anders dreigt een vicieuze cirkel en de tijd om die te doorbreken is zorgwekkend kort.