Warmte uit Frans-Duitse relatie

Met een traan op zijn wang nam bondskanselier Helmut Kohl donderdag in de Notre Dame afscheid van zijn politieke vriend François Mitterrrand. Op dezelfde dag werd duidelijk dat Duitsland nog niet voldoet aan de criteria voor de Economische en Monetaire Unie (EMU). Het toeval markeerde zo nog eens duidelijk de onzekerheid die de Europese integratie - een project dat Kohl en Mitterrand lange tijd gezamenlijk voortstuwden - aan het begin van 1996 omgeeft.

De Frans-Duitse band behield door de persoonlijke vriendschap tussen de beide leiders bijzondere glans. Net als Adenauer en De Gaulle en Schmidt en Giscard d'Estaing vonden ook Kohl en Mitterrand elkaar in de overwinning van de moeizame historische verhouding tussen hun beider landen. Tevens koesterden ze een gelijkluidend ideaal voor de politieke toekomst van Europa: stapsgewijze Europese integratie, die onder andere moet culmineren in één Europese munt.

Met het vertrek van Mitterrand uit het Elysée deze zomer en de komst van de neo-gaullist Chirac begon voor de Frans-Duitse as een nieuw en moeizamer tijdperk. Chirac, pragmatisch en grillig, toont zich op sommige punten ambivalent jegens het Europese ideaal dat Mitterrand en Kohl deelden.

Chirac houdt Frankrijk, vooralsnog, buiten 'Schengen', Kohl is juist een fervent voorvechter van het vrije-personenverkeer dat in het Schengen-akkoord is vastgelegd. Chirac neigt naar Europese integratie op basis van staten die nauw met elkaar samenwerken, Kohl streeft naar een federaal Europa, met een sterker Europees Parlement.

Eind vorig jaar koos Chirac, na enige aarzeling, wèl voor de bezuinigingen op de sociale zekerheid, noodzakelijk om Franse overheidsfinanciën in lijn te brengen met toetredingseisen tot de Europese muntunie. Onmiddellijk werd hij onthaald op formidabel politiek verzet. Terwijl Frankrijk staakte tegen de gevolgen van de Europese muntunie, probeerde Kohls minister van financiën, Theo Waigel, de drempel voor toetreding tot diezelfde muntunie nog verder te verhogen. De harmonie, gevangen in de traan in de Notre Dame, heeft plaatsgemaakt voor een koele, zakelijke relatie, die zich tot nu toe eerder kenmerkt door frictie dan door gezamenlijke idealen.

Kohl houdt intussen onverkort vast aan zijn Europese visie. Ook al ondervindt hij in toenemende mate weerwerk en tegenslag in eigen land als het gaat om het meest prominente integratie-project van dit moment, de EMU.

Al maanden broeit in Duitsland verzet tegen de Europese muntunie, ten oosten van Rijn vooral gedefinieerd als een bedreiging voor de harde en gekoesterde D-mark. Zo probeerde de politieke underdog SPD, naarstig op zoek naar onderwerpen die men tegen de regering-Kohl in stelling kan brengen, de sluimerende Duitse angst voor de Europese munt aan te wakkeren. Het kwam weliswaar niet tot een frontale aanval, duidelijk werd wel dat Kohl veel zou moeten investeren in een campagne om de Europese munt, inmiddels euro gedoopt, aan de Duitse kiezer te verkopen.

Deze week kreeg Kohl er een probleem bij. Tegenvallende economische groei in het vierde kwartaal duwde het Duitse begrotingstekort van 1995 over de toegestane EMU-drempel van 3 procent van het bruto nationaal produkt. De overschrijding is met 0,6 procent weliswaar bescheiden en de muntunie nog drie jaar weg, toch drong met een schok tot Europa door dat ook economisch kampioen Duitsland moet ingrijpen in de sociale uitgaven en de structuur van de economie om deelname aan de EMU veilig te stellen.

De twijfel over de haalbaarheid van één Europese munt in 1999 is door de slechte Duitse cijfers en het vooruitzicht van aanhoudend lage economische groei in Duitsland verder toegenomen. Voor de muntunie kwalificeert zich op dit moment immers nog maar één land: Luxemburg, de enige EU-lidstaat zonder eigen munt.

Steeds vaker klinkt dan ook de vraag of de felbegeerde muntunie, die de Europese eenwording in één klap voor iedereen aanschouwelijk zou maken, voortdurende politieke strijd - compleet met maatschappelijke ontwrichting - wel waard is. Bovendien is de kans groot dat de euro de Europese Unie eerder zal splijten dan verenigen: als de muntunie in 1999 al van start gaat, zal hoe dan ook slechts een klein aantal lidstaten tot de gelukkige deelnemers kunnen behoren. Niemand kan nog goed overzien welke gevolgen een eenduidige monetaire deling van de Europese Unie zal hebben op die andere idealen die Kohl en Mitterrand samen koesterden: nauwere samenwerking op het gebied van defensie, justitie en buitenlands beleid en de uitbreiding van de Unie met nieuwe lidstaten uit Oost-Europa. Duidelijk is wel dat 'Europa' het voorlopig moet stellen zonder warme persoonlijke betrekkingen tussen de leiders van de twee grootmachten, terwijl een moeilijk en riskant project op afronding wacht.

    • Michel Kerres