VVD tegen verbod op ontslag van illegaal

ROTTERDAM, 13 JAN. De VVD-fractie in de Tweede Kamer heeft verontwaardigd gereageerd op een uitspraak van de Leidse kantonrechtbank dat een werkgever zijn personeel niet op staande voet kan ontslaan wegens illegaal verblijf in Nederland.

In december verklaarde de kantonrechter het ontslag van een illegale werknemer nietig omdat deze een werknemer direct had ontslagen toen was gebleken dat hij geen verblijfsvergunning had.

Volgens de kantonrechter was “de illegale status niet een zodanige daad, eigenschap of gedraging van de werknemer, dat van de werkgever onmogelijk kon worden verlangd de dienstbetrekking te laten voortduren.” Aan ontslag op staande voet worden dergelijke voorwaarden gesteld.

In schriftelijke vragen aan de ministers Melkert (sociale zaken en werkgelegenheid) en Sorgdrager (justitie) stelt de VVD-fractie dat de wereld hiermee op zijn kop gezet.

De Kamerleden H. van Hoof en O. Vos vragen de ministers of zij aan deze gang van zaken een einde willen maken. Ook meent de VVD dat de uitspraak van de kantonrechter niet te rijmen is met de Wet Arbeid Vreemdelingen, “als het gaat om het voorkomen van het in dienst hebben van illegalen”.

De werkgever heeft de man herhaaldelijk gevraagd een indentificatiebewijs te overleggen om zo te voldoen aan de Wet op de identificatieplicht. Toen bleek dat de man zo'n bewijs niet had en illegaal in Nederland verbleef, is hij op staande voet ontslagen. De Leidse kantonrechter heeft dit ontslag dus nietig verklaard, maar zei wel dat de illegale status van de man met zich mee bracht dat het dienstverband op korte termijn behoort te eindigen.