Theologie te paard

Het enige aardige in het artikel van Herman Philipse 'De teugelloosheid van de theologie' (NRC Handelsblad, 4 januari) is het beeld van de ruiter die denkt zonder teugel het paard van de theologische wetenschap te kunnen berijden.

Voor de rest laat Philipse in zijn discussie met Kuitert slechts zien, dat hij van paardrijden net zo weinig verstand heeft als van theologie. Het is weinig kritisch en dus onwetenschappelijk, de hele theologie te beoordelen aan de hand van die ene ruiter die niet weet op welk paard hij eigenlijk wil rijden en hier en daar geweldig doordraaft zonder zich om teugels, beugels en zadel te bekommeren. Kuitert is bepaald geen representatief beeld voor de theologie. Of gaat Philipse als hij zou willenleren rijden in principe alleen naar die ene manege waar men liever aan de bar toekijkt hoe anderen in het zand bijten?

Zijn er werkelijk geen andere mogelijkheden in de theologische ruitersport dan òf Kuitert òf de fundamentalisten? Philipse zou zijn oor eens te luisteren moeten leggen bij de dichtstbijzijnde hooggeleerde theologen aan zijn eigen Leidse universiteit: Van Leeuwen, De Kruijf, Den Dulk en Van de Beek.

Methodisch is er bovendien niets mis met 'het' fundamentalisme. De uitkomsten mogen Philipse om allerlei redenen niet aanstaan, maar één ding laten ook fundamentalisten zien: er zijn kennelijk beoefenaren van de theologie die wèl een teugel gebruiken, alleen niet de filosofische breidel die Philipse voor ogen staat. Het moet wel een teugel zijn die bij dit paard past. Bovendien is er om te rijden behalve een een passende teugel ook een zekere verstandhouding met het paard nodig.

Hetzelfde geldt trouwens voor ezels. De theologie vergelijkt zich in de regel liever bescheiden met een ezel dan met een paard. Is er voor een ezel nooit plaats in de universitaire stal?

    • Dr. D. Monshouwer