Nooit vervelende Beuys tekende op wat zijn hand vond

Tentoonstelling: Joseph Beuys - Kleine Tekeningen. T/m 3 maart. Van Reekum Museum, Churchillplein 2, Apeldoorn. Di-za 10-17u, zo 13-17u. Catalogus ƒ 49,50.

Over zijn tekeningen is men elkaar nooit in de haren gevlogen. Prachtig vond men ze, en prachtig zijn ze. De werken op papier die Joseph Beuys vanaf de jaren dertig tot aan zijn dood maakte - variërend van krijttekeningen ter grootte van een schoolbord tot centimeterkleine snippertjes - behoren tot het mooiste uit zijn oeuvre. En tot het minst spraakmakende.

Spraakmakend waren zijn Aktionen, performances waarin de kunstenaar zijn werk uitlegde aan een dode haas (want een haas begrijpt meer dan veel mensen met hun hardnekkig rationalisme, vond Beuys), waarin hij zeven dagen en nachten met een coyote samenleefde in een kooi, of rondsprong in hompen vet, erin beet en zijn lichaam erin afdrukte. Hij was uit op evenwicht, tussen Oost en West, warmte en kou, leven en dood, verstand en gevoel. Maar zijn toehoorders verbijsterde hij door gewapend met een bijl of een ander persoonlijk attribuut bij redevoeringen in de microfoon te sissen, blaffen en fluiten. Iedereen was een kunstenaar, vond Beuys, of hij nu ingenieur was, schoenmaker of beeldhouwer deed er niet toe: als men maar de wereld waarin men leefde creatief vormgaf.

Deze liberale gedachtengang strekte zich vanzelfsprekend ook uit tot hemzelf - en dus bestempelde hij alles wat hij maakte, de voorwerpen die hij om zich heen verzamelde, de uitspraken die hij deed en de politieke denkbeelden die hij erop nahield, als Kunst. Dat hij daarmee weerstand opriep is niet verwonderlijk. Sommigen beschouwen hem als een charlatan, een malloot die achter een façade van holistische kletspraat big business bedreef met zijn 'vethoeken' in kartonnen dozen (één ervan aangekocht door het Stedelijk Museum), zijn installaties met oude kinderbadjes, krukjes, vilt en oud ijzer. Tegen de tijd dat hij stierf, in 1986, was Beuys de best betaalde kunstenaar ter wereld.

Voor velen echter was Beuys ook een soort van ziener, een goeroe die met zijn utopische ideeën de Westerse wereld van de afgrond kon redden, een geniaal kunstenaar. De broers Franz Joseph en Hans Van der Grinten horen tot deze laatste groep. Zij kennen Beuys al vanaf de Tweede Wereldoorlog en het was op hun boerderij in Kranenburg dat de kunstenaar tussen 1955 en 1957 herstelde van een zware geestelijke inzinking. Werk van Beuys kochten ze al aan voordat hij beroemd werd. Hun verzameling nu hoort - met zo'n 3500 à 4000 tekeningen, objecten en schilderijen - tot een van de grootste Beuys-verzamelingen ter wereld.

Uit deze collectie hebben de broers nu een keuze gemaakt van 225 kleine tekeningen van Beuys. De werken zijn te zien in het Van Reeekum Museum in Apeldoorn en reizen daarna door naar Rostock, Karlsruhe en Seoul. Bij de tentoonstelling is een prachtige catalogus uitgegeven waarin iedere tekening in kleur en op ware grootte is afgedrukt, en uitvoerig wordt beredeneerd. De schwärmerische inleiding van Franz Joseph van der Grinten neem je dan graag voor lief.

De tekeningen hangen in een uniforme rits gedrapeerd langs de muren van de grote zaal van het museum. Iedere tekening, ieder snippertje papier, heeft hetzelfde formaat blankhouten lijst gekregen, waarmee de Van der Grintens aangeven de meester naar de letter te volgen. Ieder krabbeltje, hoe onbeduidend het op het eerste gezicht mag lijken, is de voorzetting van een gedachte.

Maar veel onbeduidends hangt er niet tussen in het Van Reekum. De vroegste tekening dateert uit 1933 en de laatste uit 1984: bij elkaar omspannen ze heel Beuys' arbeidzame leven. Min of meer per thema gerangschikt hangen Beuys' dieren er: de haas, de bijenkoningin, de wolf, het hert, de zwaan en - heel vrolijk spuitende - walvissen en potvissen. Er is een grote serie portretten, zwangere vrouwen, Russische herinneringen, Fluxustekeningen, aggregaatachtige vormen, vetvlekken, landschapjes en botanische tekeningen. Beuys tekende op wat hem voor de hand kwam. Een lucifersdoosje verandert uitgeklapt in een minuscuul drieluikje. Blaadjes scheurde hij rigoureus uit zijn agenda of opschrijfboekje. Sommige tekeningen gaan dwars door teksten over alcoholpromillages en gehandicaptenverzekeringen heen.

De tentoonstelling in Apeldoorn is intiem en introspectief. Steeds opnieuw ontdek je iets nieuws in de manier waarop Beuys tekende, steeds loop je heen en weer van het ene naar dat andere piepkleine papiertje, je zakt door je knieën en tuurt. Met het idee dat Beuys vooral 'zoekend' zou tekenen, met fragiele onzekere lijntjes, alsof hij een afbeelding slechts op de tast kon vinden, wordt definitef afgerekend. Er zijn genoeg voorbeelden van deze 'aarzelende', aan de 'écriture automatique' van de surrealisten herinnerende tekeningen in Apeldoorn. Maar ook hangen er overgestileerde diervormen zoals Beuys' leermeester Mataré ze maakte, een ferm, met vulpen getekende en gearceerde 'Sybille', Schlemmer-achtige trekpoppen en wild expressieve 'klankbeelden'.

Beuys verveelt nooit in zijn tekeningen. Hij registreerde, zoals Franz-Joseph van der Grinten schrijft, “de wereld die hij in zijn hoofd had, en bracht alles in kaart wat er maar te bedenken, te beleven en te ervaren viel, alles wat hem raakte.” De tentoonstelling in het Van Reekum is daar een afspiegeling van, en dat ontroert en verrast, en maakt je ook aan het lachen.

    • Lucette ter Borg