Moskou zou niet van plan zijn Tsjetsjeense rebellen te laten gaan

MOSKOU, 13 JAN. Moskou is volgens waarnemers niet van zins de Tsjetsjeense rebellen die zich hebben verschanst in elf bussen in Pervomajskoje, te laten gaan, zoals een half jaar geleden na een vergelijkbare gijzeling in het stadje Boedjonnovsk nog wel gebeurde. Maar een eventuele gewelddadige afhandeling van de crisis zou met het oog op de presidentsverkiezingen van 16 juni zo min mogelijk burgerslachtoffers moeten kosten. Het initiatief tot geweld zou vanuit politiek oogpunt ook niet door Russische militairen moeten worden genomen, maar door de Tsjetsjenen zelf, bijvoorbeeld in de vorm van een ontsnappingspoging.

“Voor Jeltsin hangt er veel van deze crisis af”, zei Aleksandr Konovalov, een politiek waarnemer van het Amerika en Canada Instituut in Moskou. “Wat Jeltsin wil is dat hij bekend kan maken dat alle rebellen zijn gedood zonder grote verliezen onder de gijzelaars. Dat zou een grote opsteker voor hem betekenen.” President Jeltsin wordt elk uur van informatie voorzien over het verloop van de crisis, zo zei zijn woordvoerder gisteren.

Mocht er uiteindelijk toch een aanzienlijk aantal burgerslachtoffers vallen, dan is het publiek door de Russische autoriteiten alvast geïnformeerd wie de hoofdschuldigen daarvan zijn. De Tsjetsjenen hebben de bussen van explosieven voorzien en kunnen ze elk gewenst moment laten ontploffen, zo berichtte gisteren het officiële persbureau Itar-Tass op gezag van het ministerie van binnenlandse zaken. De televisiezenders maakten melding van een wrede radioboodschap van de Tsjetsjeense president Doedajev aan de rebellen, die door Russische militiaren zou zijn afgeluisterd. “Stop de bussen vol met vrouwen en kinderen, zodat meer vrouwen dan mannen zullen sterven. De Russische president is hard aan het denken wat hij met jullie moet doen. Schiet wat burgers neer, stel hem een voorbeeld”, zo zou Doedajev zijn mannen gisteren hebben opgedragen.

Oud-premier Jegor Gajdar, bekend als 'de architect van de economische hervormingen' in Rusland, en Grigori Javlinski, de belangrijkste liberale partijleider na de parlementsverkiezingen van vorige maand, hebben zich inmiddels beschikbaar gesteld om te worden geruild tegen de overgebleven gijzelaars. “Als er een kans is om vrouwen en kinderen te redden is het geen schande om die kans te grijpen”, zei Gajdar. De leider van de Tsjetsjeense actie, Salman Radoejev, had donderdag voorgesteld de gijzelaars te ruilen tegen 'eerlijke' politici en tegen journalisten 'uit zeven landen'. Hij noemde onder anderen Gajdar en Javlinski bij naam.

Boris Gromov, oud-bevelhebber van de Sovjet-troepen in Afghanistan en vanaf volgende week parlementslid, werd ook door de Tsjetsjeense gijzelnemers als 'eerlijk politicus' gekwalificeerd, maar in tegenstelling tot Gajdar en Javlinski weigert hij aan een gijzelaarsruil mee te werken. “Ik was en ben een fel tegenstander van de oorlog in Tsjetsjenië”, zei Gromov gisteravond. “Maar ik heb geen begrip voor mensen die strijd voeren tegen vrouwen, kinderen en ouderen. En ik wil niet meewerken aan hun vrije aftocht.”

Javlinski kwam gisteren ook met een plan om de oorlog in Tsjetjenië helemaal op te lossen. Het zou moeten beginnen met de vrijlating van alle gijzelaars. Daarna zouden de volgelingen van Doedajev, onder wie de rebellen in Pervomajskoje, een staakt-het-vuren moeten tekenen met de door Moskou gesteunde regering in Grozny. En daarna zouden de Tsjetsjeense bevolking zelf door middel van een referendum haar toekomstige status - binnen of buiten de Russische Federatie - mogen kiezen.

De nu al langer dan een jaar durende oorlog in Tsjetsjenië kan een belangrijk punt worden bij de presidentsverkiezingen van juni, waarvoor ook Javlinski zich naar verwachting kandidaat zal stellen. Van de oppositionele politici is de liberale econoom de eerste die een min of meer omlijnd plan presenteert voor een oplossing van het conflict.

De gijzelingscrisis van deze week begon dinsdagmorgen vroeg toen een groep van naar schatting 250 gewapende Tsjetsjenen eerst een regionaal vliegveld aanviel en toen een ziekenhuis bezette in het grensstadje Kizljar. De groep nam twee- tot drieduizend mensen in gijzeling. Na onderhandelingen met de regionale autoriteiten, gingen de rebellen met ongeveer 160 gijzelaars in bussen op de weg terug naar Tsjetsjenië. Vlak voor de grens moesten zij echter halt houden omdat er een brug kapot was, volgens plaatselijke bewoners door Russisch toedoen. De kolonne werd daarna omsingeld door Russische troepen.

    • Hans Nijenhuis