Melding opties voor management van genoteerde bedrijven; Beurs wil scherpere Modelcode

AMSTERDAM, 13 JAN. De Amsterdamse effectenbeurs wil de regelgeving aanscherpen die misbruik van voorkennis door leden moet voorkomen. Belangrijkste wijziging betreft de verplichte ondertekening van de Modelcode door externe accountants en adviseurs. Verder wil het bestuur op de beurs genoteerde bedrijven verplichten de toekenning van aandelenopties aan het personeel onmiddellijk na uitgifte te melden. Zo meldt het persbureau ANP.

De Modelcode, beter bekend als bijlage IX van het Fondsenreglement, schrijft medewerkers van aan de beurs genoteerde bedrijven, effectenhandelaren, bankiers en financiële journalisten voor wat zij wel en niet mogen doen met koersgevoelige informatie; bijvoorbeeld deze niet misbruiken om daaruit via de handel in aandelen zelf financieel gewin te halen.

Juristen van de beurs hebben inmiddels een nieuwe versie van die Modelcode opgesteld. Dit concept is toegestuurd naar alle belanghebbenden, met het verzoek om een reactie. De definitieve versie komt omstreeks maart in de maandelijkse vergadering van het beursbestuur.

De verplichte melding van aandelenopties moet een einde maken aan de verschillende wijzen waarop bedrijven deze extra beloning voor werknemers wereldkundig maken. Officieel moeten alle aan de beurs genoteerde bedrijven ook nu al de uitgifte van aandelenopties onmiddellijk melden, in verband met de koersgevoeligheid. Maar niet alle bedrijven houden zich daar aan.

Zo konden aandeelhouders van de KLM pas in het jaarverslag over 1995 vernemen dat 73 managers van de luchtvaartmaatschappij optierechten hadden ontvangen om in totaal 314.500 aandelen te kopen tegen een prijs van 47,50 gulden per aandeel. De huidige koers van de aandelen KLM, die gisteren sloten op 56,70 gulden, impliceert een totale boekwinst van ruim 30 miljoen gulden op deze opties.

Niet alleen het moment en de koers van uitgifte van aandelenopties kunnen de koers van een aandeel beïnvloeden, ook het moment waarop de opties worden uitgeoefend. Dat laatste kan een indicatie vormen van het vertrouwen van het management in de eigen onderneming. Zo veroorzaakte de ontdekking dat de toenmalige DAF-topman A. van der Padt vlak na de beursgang van het truckconcern in juni 1989 zijn aandelenopties bleek te hebben verzilverd, later grote opschudding. DAF maakte datzelfde jaar verlies, in tegenstelling de winstprognoses van het management, en gleed in de jaren daarna af naar een bankroet. De 65.200 uitgeoefende opties, op 15,80 gulden per aandeel, leverden bij een aandelenkoers van 57 gulden een bedrag van 2.686.240 gulden op. Nederlandse managers zijn nu niet verplicht om de buitenwereld direct over hun optie-transacties in te lichten. In de Verenigde Staten is dat wel het geval.