Leiders Afrika moeten nog wennen aan persvrijheid

NAIROBI, 13 JAN. Het meest tastbare gevolg van de invoering van het meer-partijenstelsel in zwart Afrika is het toenemen van de persvrijheid. Daar waar vroeger de kranten infantiel als papagaaien van de overheid fungeerden, vallen nu goede, kritische en soms zelfs onthullende artikelen te lezen.

Het is nog wat wennen en dat geldt zowel voor de lezer, de journalist als de machthebber. Toen onlangs het nieuwe privé-vliegtuig van president arap Moi (ter waarde van vijfenzeventig miljoen gulden) in Nairobi arriveerde, leidde dat tot enige bijtende artikelen in Kenia's grootste krant, de Daily Nation. “Een jet geschikt voor een koning”, zo zette het dagblad als kop boven een bericht waarin onder andere werd uitgewijd over de badkamer in het toestel, de keuken, de leren fauteuils en de tafel van mahoniehout. Columnisten vroegen zich snierend af of de president in de lucht vanuit zijn luxe jet de metersgrote gaten in het verval geraakte wegennet wel zou kunnen zien of de armoede van de 'gewone' Keniaan. Bij de oudere lezer, die opgroeide met de zekerheid dat de grote leider boven iedere kritiek staat, roepen dergelijke stukken een ambivalent gevoel van vreugde en verlegenheid op.

De machthebber zelf zit te knarsetanden. President arap Moi heeft al herhaaldelijk geklaagd dat er tegenwoordig geen respect meer is voor het staatshoofd. Hij speelt daarmee in op de nog immer wijdverspreide gevoelens in de samenleving over het traditionele gezag van ouders, de raad van ouderen of het stamhoofd. De Grote Leider behoort volgens deze, historisch overigens onjuiste, gedachte alle macht. De president verbood bijvoorbeeld deze maand een opvoedkundig boek van de padvinders want, aldus Moi, “het is immoreel, het gaat over seks”. Aan zo'n verbod komt het parlement niet te pas.

Menig staatshoofd kan de veelal door Westerse donoren afgedwongen vrijheden niet aan. President Museveni van Oeganda bijvoorbeeld ontplofte van woede toen journalisten bij een bezoek van Kenneth Kaunda aan zijn land de voormalige Zambiaanse president “ongepaste” vragen stelden. Museveni dreigde daarop met muilkorving van de pers. Inmiddels is overigens al een journalist gevangengezet die onaardige dingen over Museveni zelf had geschreven.

In menig democratisch land worden nog steeds kranten van overheidswege gesloten of journalisten opgesloten, zoals deze maand in Ivoorkust. De Ivoriaanse journalisten waar het om ging hadden de nederlaag van het nationale voetbalteam in de Afrika-cup geweten aan de aanwezigheid in het stadion van de Ivoriaanse president, Bedié, “die altijd ongeluk brengt”. In Kenia vernietigden vorig jaar onbekenden de drukpersen van een kritisch weekblad. In vrijwel alle nieuwe democratieën klagen journalisten over intimidatie door de overheid.

Kennelijk is het toch nog niet zo rooskleurig gesteld met de persvrijheid in zwart Afrika. Johan Fritz van het International Press Institute zei enkele maanden geleden dat tachtig procent van de Afrikanen zich niet kan laten voorlichten door een vrije pers. Slechts vier landen - Zuid-Afrika, Botswana, Malawi en Namibië - hebben volgens hem een volledig vrije pers, 28 andere zouden een pers hebben die ten dele vrij is. De grootste of meest volkrijke landen, zoals Angola, Zaïre, Soedan en Nigeria, kennen echter geen vrije pers.

Het vrije woord wordt minder dan vroeger door openlijke onderdrukking gesmoord, aldus Fritz. Volgens hem slepen machthebbers echter in toenemende mate journalisten voor de rechter op beschuldiging van smaad en laster. Sommige regeringen tolereren kritische en onafhankelijke publikaties maar werken deze tegelijkertijd tegen door extra hoge belastingen te heffen op bijvoorbeeld krantepapier of door maatregelen die de distributie en het drukken zeer moeilijk maken. Fritz sprak over “kosmetische veranderingen” die worden doorgevoerd door Afrikaanse regeringen om de illusie te wekken van democratische vooruitgang.

Kenia bereidt volgens acht internationale persorganisaties wetten voor om de journalistiek te reguleren. Voor zowel binnen- als buitenlandse journalisten in Kenia zouden regels worden opgesteld. Indien deze niet worden nagekomen zou de journalist tijdelijk of blijvend het recht kunnen worden ontzegd zijn beroep uit te oefenen en zou het zelfs tot een gevangenisstraf kunnen komen. De Keniaanse regering sprak de berichten deze week niet tegen, maar verklaarde dat de wetsvoorstellen nog niet klaar zijn.

Kenia heeft drie dagbladen. Naast de Daily Nation zijn dat de Standard en de Kenya Times. Deze laatste krant is van de overheid en heeft zich zo kritiekloos achter de regering geschaard dat de verkopers het blad aan de straatstenen niet meer kwijtraken. Het Britse bedrijf Lonrho verkocht enkele maanden geleden de Standard en meer dan de helft van de aandelen is nu naar verluidt in handen van aanhangers en familieleden van de president. Alleen de Daily Nation, eigendom van de spirituele leider en zakenman Aga Khan, valt nog als onafhankelijke krant te beschouwen.

    • Koert Lindijer