Joden

J.C.H. BLOM e.a.: Geschiedenis van de joden in Nederland

502 blz., geïll., Balans 1995, ƒ 69,50

Ze woonde in Culemborg, haar vader was edelman. Het gebruik schreef voor dat zij, een christen-meisje, zou trouwen met een man van hetzelfde geloof. Maar ze werd verliefd op een jood uit Keulen met wie ze heimelijk in het huwelijk trad. Toen dat bekend raakte, werden ze beiden verbrand. De Lage Landen bij de zee, anno 1420. Deze contreien waren voor de hier woonachtige joden - de eersten streken begin dertiende eeuw neer - verre van een paradijs. Ze werden gediscrimineerd, beschuldigd van samenspannen met de duivel om de christelijke samenleving te ondermijnen.

In de eerste hoofdstukken in het onlangs verschenen Geschiedenis van de joden in Nederland worden daar tal van voorbeelden van gegeven. Er zijn in de geschiedenis van de Nederlanden ook perioden waarin de joden ruimte werd gelaten om een redelijk normaal bestaan op te bouwen. Vooral het hoofdstuk van Y. Kaplan, hoogleraar middeleeuwse en moderne joodse geschiedenis aan de universiteit van Jeruzalem, is wat dat betreft boeiend om te lezen. Hij beschrijft hoe in Amsterdam vrijwel uit het niets een joods religieus en sociaal-cultureel leven werd opgebouwd. De welvarende Spaans-Portugese (Sefardische) joden namen daarbij het voortouw. Zij stichtten drie gemeenten, kochten in 1614 een stuk grond in Ouderkerk aan de Amstel waar zij hun doden konden begraven en zij richtten genootschappen op die garant stonden voor onderlinge zorg en onderwijs binnen de eigen gemeenschap. De veelal arme Hoogduitse (Asjkenazische) joden verkeerden aanvankelijk in een afhankelijkheidspositie van de sefardische gemeenschap. Later kochten ook zij een stuk grond, bij Muiderberg, voor een eigen begraafplaats en in 1649 hadden ook zij een eigen synagoge. In de tweede helft van de 17de eeuw bloeide in Amsterdam de Hebreeuwse boekdrukkunst, en ook op theatergebied was sprake van grote bedrijvigheid.

De joden werden getolereerd in Nederland, maar gelijke rechten hadden ze niet - die verkregen zij pas toen de Nationale Vergadering van de Bataafse Republiek op 2 september 1796 het 'Decreet over den Gelykstaat der Joodschen met alle andere Burgers' aannam. Het waren vooral de joden uit de welgestelde en intellectuele bovenlaag die hiervan de vruchten plukten. Pas tussen 1870 en 1940 kreeg volgens de Amsterdamse hoogleraar J.C.H. Blom “de emancipatie voor vrijwel allen een economische, sociale en culturele dimensie”. Erg lang konden ze er niet van genieten, de economische crisis in de jaren dertig trof de joden hard. Door de Tweede Wereldoorlog werd het joodse leven vernietigd.

In het slothoofdstuk beschrijft de historica F.C. Brasz hoe de overlevenden en hun kinderen zich weer een plek trachtten te verwerven binnen de naoorlogse Nederlandse samenleving, waar volgens haar “ongetwijfeld meer antisemitisme was dan voorheen”. Allerlei door de Duitsers genomen maatregelen bleven doorwerken - nog in juni 1951 verstuurde de belastingdienst een formulier met een J erop aan 87 joodse Nederlanders.

Geschiedenis van de joden in Nederland is een overzichtswerk waarin de auteurs vooral de grote lijn in het oog houden. De meeste bijdragen bieden daarom weinig nieuwe gezichtspunten. Het is dan ook de vraag of prof.dr. I. Schöffer gelijk heeft wanneer hij in zijn inleiding schrijft: “Aan een vooral op literatuur gebaseerd, ook voor een ruimer publiek toegankelijk overzichtswerk van de geschiedenis van de joden in Nederland bestaat behoefte.” Zo'n constatering, drie jaar na de verschijning van Pinkas. Geschiedenis van de joodse gemeenschap in Nederland, wekt enige verbazing. Pinkas is een zeer toegankelijk boek, biedt veel informatie en bestrijkt, net als dit boek de periode vanaf de middeleeuwen tot heden. Schöffer erkent dat ook de redactie zich afvroeg of een nieuw overzichtswerk wel nodig was, maar hij geeft geen antwoord: “Het worde aan de gebruikers van beide werken overgelaten hierover een oordeel te vellen.” De vraag is of de redactie dat niet zelf had moeten doen. Ik betwijfel of het 'ruime publiek' een boek wil lezen waarin heel veel noten staan zodat alles controleerbaar is. Een doorsnee-lezer koopt ook geen boek omdat het een uitstekende bibliografie bevat, zoals dat het geval is met Geschiedenis van de joden in Nederland. Dat doen wetenschappers. Voor hen heeft dit boek dan ook het meest te bieden.