India

ANE SCHOENMAKER: De snelweg naar Nirvana. Op zoek naar het nieuwe India

174 blz., Balans 1995, ƒ 29,90

Schoenen en sokken dragen is tegenwoordig verplicht op Indiase kantoren. Een zinloze eis, want deze uit het Westen overgewaaide gewoonte leidt alleen tot zweetvoeten. Het is een van de observaties die Ane Schoenmaker deed tijdens haar reizen door India. Zij heeft in De snelweg naar Nirvana proberen te achterhalen in hoeverre westerse waarden en gewoonten daar zijn doorgedrongen in het alledaagse leven.

Symbool van de veranderingen die India doormaakt is volgens Schoenmaker de televisie. Tot begin jaren negentig was op de Indiase buis alleen de staatszender DD te zien, die louter Indiase produkties uitzond. DD meed gevoelige politieke onderwerpen of stelde die alleen in gecensureerde vorm aan de orde. Aan live televisie deed DD niet, behalve bij sportwedstrijden.

De komst van STAR TV, een satellietnetwerk dat uit Hong Kong Engelstalige uitzendingen verzorgt voor heel Azië, heeft in 1990 een revolutie veroorzaakt. Ook India kent sindsdien de videoclips van MTV en de soapserie 'The bold and the beautiful'. In 1992 volgde ZEE TV, dat soaps, quizzen en talkshows uitzendt in het Hindi, de moedertaal van de meeste Indiërs. Inmiddels zijn er nog veel meer stations bijgekomen, waardoor ook DD noodgedwongen een nieuwe, luchtiger koers heeft ingeslagen. Er is een tweede staatskanaal (Metro) bijgekomen, met een vergelijkbare formule als ZEE TV, bedoeld voor de bevolking in de grote steden.

Sommige Indiërs beschouwen de televisie als een boos oog, dat het onderling respect doet verdwijnen, families uiteenslaat en aanzet tot hebzucht. India zou via de televisie worden bestookt met westerse obsceniteiten, die de eigen hoogstaande tradities vernietigen. Het apparaat zou een nieuwe kolonisator zijn, gevaarlijker dan alle buitenlandse heersers uit het verleden. Maar Schoenmaker sprak ook Indiërs die het niet zo somber inzien, zoals de orthodoxe hindoepriester die televisie de 'uitvinding van de eeuw' noemt.

Schoenmakers analyse van India beperkt zich niet tot de televisiecultuur. Ze zocht in grote steden als New Delhi, Bombay, Madras en Bangalore, op straat en in uitgaansgelegenheden contact met jongeren. Die bleken net als hun westerse generatiegenoten graag uit eten of naar de disco te gaan. Het traditionele geloof vonden ze vaak onbelangrijk. Een meisje uit New Delhi zag het boeddhisme weliswaar als een tegenwicht tegen het steeds hectischer en zakelijker leven in India, maar noemde als nadeel dat het zo lang duurt om de gelukzalige nirvanatoestand te bereiken. Even dacht zij dat het boek Short cut to nirvana uitkomst zou brengen, maar ook dat schreef veel meditaties voor en daar had zij geen tijd voor.

Typerend voor de religieuze beleving van stedelijke jongeren is ook de anekdote over een jonge fietsriksja-rijder (nu eens niet de onvermijdelijke taxichauffeur) die Schoenmaker langs allerlei hindoetempels reed. Hij verveelde zich zichtbaar tijdens die tocht, en dat kwam, zo zei hij, omdat hij al die Indiase goden maar ouderwets vond. Zijn favoriete god was Jezus Christus: daar had hij een keer een tv-programma over gezien!

De snelweg naar Nirvana staat vol intrigerende anekdotes die duidelijk maken dat India onder westerse invloed een land van eigenaardige tegenstrijdigheden is geworden. Waar ter wereld vind je feministes die pleiten vóór het gearrangeerde huwelijk? En waar bestaan yuppies die het inbrengen van een bruidsschat een normale zaak vinden? De vraag of India op de goede weg is waagt Schoenmaker terecht niet te beantwoorden. Zij heeft het land in verwarring verlaten.