'Ik ben er niet voor de grappen'

Twee keer net geen kampioen, de roep om meer discipline en een omstreden aflossing binnen de technische staf. Hockeybondscoach Roelant Oltmans (41) ergerde zich de afgelopen maanden aan de kritiek die her en der de kop opstak. “Ik zwalk niet”, zegt hij zes dagen voor het begin van het olympisch kwalificatietoernooi in Barcelona.

Onderhevig aan twijfels is hij als ieder ander. Roelant Oltmans over Roelant Oltmans: “Ik ben soms blij dat ik mensen om me heen heb waarmee ik belangrijke beslissingen kan bepraten. Je moet als coach oppassen dat je niet te veel een eenling wordt, een solist binnen een groep.”

Voor de buitenwereld komt de bondscoach van de mannenploeg over als een toegewijd maar introvert persoon, die maar zelden uit zijn rol valt. Teammanager Koos Formsma is de grappenmaker van het gezelschap. Oltmans heeft andere verantwoordelijkheden. “De spelers zien mij niet de rol van Youp van 't Hek spelen. Je moet als coach niet geforceerd anders willen zijn dan je in werkelijkheid bent. Ik denk dat ik overkom als een serieuze man.”

Oltmans heeft niet het charisma van Wim van Heumen, de vaderfiguur die de hockeyers in de jaren zeventig en tachtig ruim tien jaar onder zijn hoede had. Ook mist hij ogenschijnlijk de bevlogenheid van zijn voorganger Hans Jorritsma. Het pragmatisme overwint.

“Misschien is Hans inderdaad wat idealistischer. Ik wil niet ten koste van alles iets veranderen. Maar op het moment dat ik een plan heb, zullen mensen die er anders over denken met heel goede argumenten moeten komen. Ik zwalk niet van links naar rechts.”

In tegenstelling tot oud-voorstopper Jorritsma kan Oltmans niet terugkijken op een internationale loopbaan. “Ik heb nooit op het hoogste niveau gespeeld maar ik beschouw dat niet langer als een nadeel. Ik heb zoveel ervaring opgedaan dat er ondertussen wel een soort compensatie is gekweekt. Als coach van Bloemendaal heb ik respect afgedwongen. Vier keer landskampioen, een keer tweede.”

De voorbije weken ergerde Oltmans zich aan verhalen die in de media verschenen na het ontslag van assistent-coach Bert Bunnik. Op voorspraak van teammanager Koos Formsma en aanvoerder Marc Delissen zou de bondscoach zijn rechterhand na drie jaar van intensieve samenwerking hebben geofferd. Bunnik als logisch slachtoffer van het uitblijven van aansprekende resultaten? Oltmans, met venijn in zijn stem: “Die kritiek is onzinnig. Er zijn spijkerharde leugens in de pers verschenen. Zonder dat iemand mij om uitleg heeft gevraagd. Wat ze over Delissen hebben geschreven, dat slaat nergens op. Echt schandalig.”

Het is een publiek geheim dat de verstandhouding tussen Oltmans en Bunnik de afgelopen maanden verslechterde. De assistent hekelde intern het gebrek aan discipline. Over de achtergronden van het ontslag weigert de bondscoach dieper in te gaan. “Ik heb er veel over gepraat om er voor mezelf uit te komen. Op dit moment heb ik ermee afgerekend. Als mensen mij willen aanvallen, mogen ze dat gerust doen. Maar ze moeten niet mijn spelersgroep aanvallen als die er niks mee te maken heeft.”

Nog geen paar dagen na Bunniks vertrek werd eerstejaars HGC-trainer Maurits Hendriks aangesteld als nieuwe hulpcoach. Critici wezen erop dat Oltmans en zijn nieuwe assistent wekelijks bij de veteranen van HGC een balletje slaan. Als aanvoerder van de Wassenaarse club zou Marc Delissen direct betrokken zijn geweest bij de benoeming van zijn clubcoach. Een vriendendienst?

“Ook die HGC-link slaat nergens op. Er zijn altijd mensen die iets moeten verzinnen. Delissen is pas op de hoogte gebracht toen ik al lang en breed een beslissing had genomen. Als aanvoerder was hij vanzelfsprekend wel de eerste die ik belde. Maar ik bepaal wat er gebeurt en niemand anders.

“Met Maurits Hendriks heb ik lang geleden bij Amsterdam samengewerkt. Op zo'n korte termijn moet je iemand aanstellen die bekend is met de speelstijl. En iemand waarmee je goed overweg kan. Maurits is pas 35, dat heeft voordelen. Hij staat toch wat meer tussen de spelers. En het is een extra voordeel dat hij veel vrije tijd heeft. Maar dat heeft bij het ontslag van Bunnik nooit meegespeeld.

“Het is logisch dat het enige tijd duurt voor je op een normale manier met elkaar kan omgaan. Mensen teleurstellen is ongelooflijk moeilijk. Maar als je overtuigd bent dat dat voor de ploeg het beste is, moet je zo'n beslissing nemen. Het heeft niets met een schokeffect te maken. Als we in Berlijn eerste waren geworden, zouhetzelfde zijn gebeurd. Klaar, volgend onderwerp.”

De teleurstellende vierde plaats bij het toernooi om de Champions Trophy in Berlijn leek meer dan een incident. In Sydney greep Nederland ruim een jaar geleden net naast de wereldtitel. In Dublin verloor Oranje opnieuw na strafballen, dit keer om de Europese titel. “We spelen nog steeds bij tijd en wijle fantastisch. Alleen scoren we moeizaam. In Dublin hebben we ook perioden heel goed gespeeld. Maar één helft is niet genoeg. Iedereen moet daarvan doordrongen raken.”

Bij het zeslandentoernooi in Berlijn ontbrak het niet alleen aan geluk maar ook aan mentale en fysieke kracht. Bovendien bleek het Nederlands team de geblesseerde Delissen nog niet te kunnen missen. “We gingen naar Berlijn om de Champions Trophy te winnen, maar toen dat niet bleek te lukken knapte er iets. Dat is niet goed te praten, maar wel begrijpelijk.”

Oltmans heeft zijn lessen getrokken. “We zijn sindsdien serieus bezig met krachttraining. De vorderingen zijn duidelijk zichtbaar. De jongens voelen dat hun lichaam verandert. Het hele corpus. Ze moesten daar in eerste instantie aan wennen. Maar op dit niveau is krachttraining een absolute vereiste. De Duitsers doen het al honderd jaar.”

Daarnaast breidde de bondscoach zijn selectie een paar maanden geleden uit tot 26 spelers - een aantal dat hij deze week terugbracht tot zestien. De roep om meer onderlinge concurrentie werd daarmee gehonoreerd. Een aantal routiniers uitte in Berlijn openlijk kritiek op het gebrek aan vechtlust bij sommige jongeren. Oltmans benadrukt de voordelen van een omvangrijke spelersgroep. “Bijna iedereen moet zich bewijzen in de strijd om een basisplaats. Ik streef naar een gemotiveerde groep van zestien met vlak daarachter een groep die makkelijk kan doorstromen.”

Volgens de bondscoach weegt het voordeel van veel kunstgrasvelden en veel actieve hockeyers niet langer op tegen de enorme trainingsintensiteit in landen als India en Zuid-Korea.

“De onderlinge verschillen zijn marginaal. Delissen schiet in Dublin op de lat, anders word je Europees kampioen en hadden we hier niet gezeten. Er wordt gejaagd op de top vier. Op zich is dat een goed teken, maar je moet ervoor zorgen dat je zelf niet het slachtoffer wordt.”

Bij het olympisch kwalificatietoernooi van de vrouwen heeft Oltmans ondervonden waartoe overschatting van de eigen kwaliteiten kan leiden. In Kaapstad plaatste de ploeg van collega Tom van 't Hek zich uiterst moeizaam voor de Spelen. “Wat de vrouwen daar overkwam, is voor ons een waarschuwing. We hebben de neiging om te zeggen: Nederland topland, we doen dat wel even. We hebben jarenlang óf absoluut succes óf bijna succes gehad. Inslapen is nu een van de grootste gevaren.

“De afgelopen jaren hebben we een ongeëvenaarde serie neergezet. Ongeslagen blijven met heel goed spel. Alleen vergaten we de kroon erop te knallen. Ik weet niet of dat met de Nederlandse mentaliteit te maken heeft. Ik houd niet zo van stigma's.

“We hebben het internationale hockey met een offensieve speelstijl gedomineerd. Aanvallen past bij Nederland. Hockey moet aantrekkelijk blijven voor het publiek. Ik zit wel eens op de tribune naar een wedstrijd te kijken, dat ik denk: wat doe ik hier? Verschrikkelijk!”

Een kijksport moet volgens Oltmans bewust gecreëerd worden. Spelregelwijzigingen noemt hij onverstandig. “Sommige mensen willen van de hockeysport een andere sport maken. Ze zijn continu bezig een goed produkt ter wille van de media te veranderen, zonder dat hen dit lukt. Waarom pakken ze het niet op een andere manier aan? Met meer camera's, met meer slow motions?

“IJshockey is ook een ingewikkelde sport, maar wel aantrekkelijk gemaakt. Ik ken zo veel mensen die niks van hockey weten en ineens enthousiast zijn geworden. Er zijn voldoende spectaculaire momenten. Het mooie is dat je bij hockey nog je individuele talenten kan laten zien. In het voetbal heb je meteen een doodschop te pakken.”

Spelvreugde staat bij Oltmans hoog in het vaandel. Ook buiten de lijnen waakt hij voor kadaverdiscipline. Tophockey is gebaat bij gemoedelijkheid. “Tussen spanning en ontspanning moet je een balans vinden. Dat geldt vooral bij een belangrijk toernooi. Zolang je de spanning op het juiste moment kan terugroepen, is er niks aan de hand. Jongens als Bovelander en Van den Honert worden niet beter als ze constant worden afgeknepen.

“Hockey is bovendien niet het enige in de wereld. Je zult je ook op andere dingen moeten richten. Een hockeyer heeft weinig perspectief. Een volleyballer kan tonnen verdienen in Italië. Een hockeyer niet. Dat is het verschil.”

Door de verloren EK-finale tegen Duitsland moet de nationale ploeg zich via een kwalificatietoernooi plaatsen voor de Olympische Spelen. In Barcelona volstaat een vijfde plaats voor deelname in Atlanta. Van de zeven tegenstanders zijn India en gastland Spanje op papier de sterkste. “We gaan niet naar Barcelona om vijfde te worden.”

Oltmans bespeurt een opgaande lijn, maar tevreden is hij nog niet. “Ons euvel is dat we te weinig goals maken in verhouding tot ons veldspel. En dat moet echt veranderen. Met Taco van den Honert in de ploeg moeten we meer strafcorners verzilveren. De corner is toch het belangrijkste wapen. Kijk naar de topscorerslijst in de hoofdklasse. Er staat bijna geen spits tussen.”

Het ingelaste toernooi komt de zwaarbelaste hockey-amateurs slecht uit, maar de bondscoach ziet ook voordelen. “Ik ben niet ongelukkig met Barcelona. Om toe te werken naar een topprestatie komt het niet ongelegen. Alleen de timing van het toernooi is wat ongelukkig. Het is een zwaar jaar. Voor amateurs is ons programma bijna te veel van het goede.”

    • Jaap Bloembergen
    • Mark Hoogstad