Harde vechtsporten trekken steeds meer publiek; Doorslaan tot je eelt hebt

Krabben en bijten mag niet, maar getrapt wordt er tot de tegenstander knock-out is: in harde vechtsporten als 'free fight' is bijna alles geoorloofd. Dat maakt ze bij een groot publiek populair. Staatssecretaris Terpstra vindt de gevechten 'walgelijk' en laat onderzoeken of een verbod zinvol is. Maar de jongens van de sportschool moeten hun agressie kwijt.

In de hal van de Amsterdamse sportschool Chakuriki lopen schaars geklede, gespierde mannen van de sportzaal naar de kleedkamers. Het ruikt er naar zoete olie. In een hoek snuffelt een bull terrier aan een plastic tas met sportkleding. Vanaf de muur kijken honderden muay thai-kickboksers triomfantelijk naar beneden. Ze dragen glimmende rode sportbroekjes, een handdoek om de nek en nemen een beker in ontvangst of demonstreren een muay thai-traptechniek. Het zijn de helden van de sportschool, die bekend staat als één van de beste muay thai boks-opleidingen in de wereld.

De oosterse vechtsport muay thai-boksen is één van de hardste onder de vechtsporten. Behalve de gebruikelijke bokstechnieken zijn veel handelingen toegestaan: elleboogstoten en knietrappen tegen het hoofd, en trappen in het kruis. Steeds meer jongeren, met name laaggeschoolde jongens, beoefenen de sport, die op straat als prestigieus geldt. Op Thailand na heeft Nederland de meeste internationale muay thai-bokskampioenen ter wereld. Volgens sportscholen is er hier nog nooit iemand overleden aan verwondingen die zijn opgelopen bij muay thai-kickboksen. Wèl belanden er regelmatig muay thai- of kickboksers in het ziekenhuis.

Sinds een jaar geeft Chakuriki als een van de eerste sportscholen in Nederland ook lessen in de nieuwe en omstreden vechtstijl free fight, een mengvorm van verschillende vechtdisciplines die op het muay thai-boksen lijkt. Staatssecretaris Terpstra noemde deze vechtstijl vorig jaar 'walgelijk' en vroeg zich openlijk af of free fight moest worden verboden. Evenals bij het muay thai-boksen zijn tijdens free fights veel technieken geoorloofd. Alleen kopstoten, trappen of stoten naar het kruis, vuistslagen en krabben of bijten zijn verboden. Maar omdat free fight in Nederland nog in ontwikkeling is, veranderen de regels bij iedere wedstrijd. In vechtsport-jargon heten zulke wedstrijden free fight gala's: de sponsors en hun relaties bezoeken ze in lange jurk of feestelijk kostuum en drinken champagne, terwijl de deelnemers aan de ongeveer vijftien gevechten per gala in principe doorgaan tot er iemand knock- out is geslagen of opgeeft. Vanaf het eerste gala in februari vorig jaar vlogen de duizenden kaarten de deur uit.

Terpstra erkende al snel dat een verbod op free fight moeilijk is omdat veel vechtsporten sterk op elkaar lijken. Het verbieden van free fight zou gevolgen kunnen hebben voor andere vechtsporten: van het harde muay thai-boksen tot en met de geïnstitutionaliseerde sporten zoals judo, karate en boksen. Bovendien is het de vraag of een verbod wel zinvol is, omdat er grote publieke belangstelling is voor free fight en andere harde vechtsporten. En zolang zulke sporten legaal worden beoefend, is er beter toezicht op te houden. Volgens het ministerie zal Terpstra daarom binnenkort aan de sociologen M. van Bottenburg en J. Heilbron de opdracht geven om alle facetten van free fight, muay thai-boksen en andere harde vechtsporten in kaart te brengen. Binnen een half jaar moeten zij hierover een advies uitbrengen.

Tatoeage

Tussen de bokszakken in de sportzaal van Chakuriki staan acht jongens uit de beginnersklas muay thai-boksen met scheenbeenbeschermers en bokshandschoenen in het gelid. Er hangt een zweetlucht. De jongens knikken nederig naar hun trainer en brengen een Japanse groet. Ze zijn tussen de 17 en 22 jaar oud. Hun beentjes zijn dun, sommige zijn wit, de meeste bruin. Maar trappen kunnen ze, eindeloos. Voorzichtig tegen elkaar en keihard tegen de bokszak. De les begint met stootoefeningen in koppels. Iedereen is geconcentreerd, niemand kliert of is gemakzuchtig. Ze willen net zo goed worden als de profs aan de muur.

Muay thai-boksen is bij ongeveer zeventig sportscholen in Nederland te beoefenen. Zij zijn aangesloten bij de Muay Thai Bond. Deze sportbond wordt niet erkend door de Nederlandse Sport Federatie (NOC*NSF) en krijgt dus geen subsidie van de lokale overheid. Daarnaast is bij nog zo'n zeventig sportscholen de iets minder harde, Japanse vechtvariant kick-boksen te leren. Ook de Kick Boks Bond is officieel niet erkend, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Boks Bond, de Judo Bond en de Karate-do Bond.

Trainer P. Bernzen vindt de gedachte dat free fight gevaarlijker zou zijn dan andere vechtsporten belachelijk. Hij is een grote man met kaalgeschoren hoofd, een platte neus en een Chakuriki-tatoeage op zijn buik. Bernzen is de tot nog toe ongeslagen free fight kampioen van Nederland in de gewichtsklasse tot 75 kilo. Alle leerlingen hebben ontzag voor hem. “Muay thai- en kick-boksen zijn gevaarlijker dan free fight”, zegt Bernzen. “Want daarbij krijg je vuistslagen tegen je hoofd die onvoorzien en dus hard aankomen. Bij free fight mag je alleen trappen en met de open hand tegen het hoofd slaan. Trappen zijn traag dus die kun je ontwijken. Achter een klap met de open hand zit niet zoveel kracht.” Hij vindt het merkwaardig dat er zo'n ophef is ontstaan over free fight. “Het veel gevaarlijkere muay thai-boksen wordt al jaren getolereerd in Nederland, zij het nog niet officieel erkend. Bij voetbal kun je ook blessures of zelfs een hersenschudding oplopen. Bovendien staan de vechters vrijwillig in de ring en kunnen zij tijdens een free fight-gevecht afkloppen op de grond als ze niet verder willen.”

Verruwing

Getolereerd of niet en vrijwillig of niet, álle vechtsporten zijn gevaarlijk, zegt neuro-chirurg Van Alphen van het VU-ziekenhuis in Amsterdam. “Vechtsporten onderscheiden zich van sporten als voetbal en tennis omdat het juist de bedoeling van de sport is om iemand knock-out te slaan, ofwel een hersenschudding te bezorgen.” Volgens Van Alphen kunnen de hersenen één incidentele hersenschudding best verwerken, maar is het structurele letsel dat vechtsporters elkaar toebrengen funest. “Vechtsporters krijgen vaak op latere leeftijd last van de talloze littekens op hun hersenen. Verschillende geheugen- en karakterstoornissen kunnen optreden, zoals vergeetachtigheid en apathie.” Free fight is niet meer of minder gevaarlijk dan andere vechtsporten, zegt Van Alphen. “Een klap met de open hand komt misschien minder hard aan dan een vuistslag, maar ze mogen bij free fight ook tegen het hoofd trappen. En de manier waarop ze elkaar op de grond werpen, zou net als bij het worstelen gemakkelijk tot een gebroken nek kunnen leiden.”

De jonge leerlingen bij Chakuriki zeggen niet bang te zijn voor letsel. Sterker nog, ze zijn nergens bang voor. Niet voor een dreun, een trap, of een afgang als ze bijvoorbeeld een gevecht zouden verliezen. Angelo (17) vindt het prachtig dat hij de hardste sport van de wereld beoefent, verliezen maakt niet uit. “Er is altijd één hond beter dan een andere hond.” Rachid (21): “Je moet bij muay thai juist je angst verbergen en onderdrukken. Als je bang bent, dan voelt je tegenstander dat en kan hij je pakken.” Ook pijn moet je verbijten, zeggen ze. Je moet net zolang doorslaan tot je eelt hebt op je knokkels en je scheenbenen. Angelo: “Daarna voel je je heerlijk. Dan heb je je lekker uitgeleefd en ben je je agressie kwijt.”

Het is het geweld en het eelt waar staatssecretaris Terpstra en haar ambtenaren vraagtekens bij zetten. “Het onderzoek naar het wat en hoe van free fight en harde vechtsporten moet worden gezien in het licht van de verruwing van jongeren die wij willen tegengaan”, zegt Ronald Kramer, plaatsvervangend directeur sportzaken bij het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VW&S). “De vraag is hoeveel geweld we kunnen tolereren. Een sport moet bijdragen aan de ontwikkeling van mensen. Of dat bij harde vechtsporten het geval is, weet ik niet.” Zelfs als Kramer er zeker van zou zijn dat sporten zoals muay thai-boksen en free fight goed gereglementeerd zijn, met strenge regels en goede medische voorzieningen, dan nòg blijft volgens hem de vraag hoeveel geweld toelaatbaar is. “Op video-opnames van free fight-gala's zie je vechters willens en wetens doorschoppen als iemand op de grond ligt. Uiteindelijk moet de Tweede Kamer beslissen welke harde vechtsporten toelaatbaar zijn.”

Persoonlijk vraagt hij zich ook af in hoeverre een harde vechtsport als 'fair' kan worden aangemerkt. “Je maakt gebruik van de wond van je tegenstander om te winnen. Je blijft erop inslaan.” Maar onverdeeld negatief is hij niet. “Vechtsporten hebben zeker een maatschappelijke functie, omdat veel jonge jongens zich ertoe aangetrokken voelen. Wij onderschatten de voordelen van sociaal contact, disciplinering en lichaamstraining voor hen niet.”

Onderzoeker Van Bottenburg vindt dat als moeilijke jongeren tòch discipline moeten aanleren, een doel voor ogen moeten hebben en van de straat moeten blijven, ze dan net zo goed een bezigheid kunnen krijgen die voor hen aantrekkelijk is: een harde vechtsport bijvoorbeeld. Volgens hem blijkt uit enkele internationale onderzoeken naar agressiviteit dat vechtsporten de agressie van sommige jongeren kan kanaliseren. “Voor zover de training samengaat met een duidelijke filosofie van geweldloosheid is het mogelijk dat ze hun agressie leren doseren. Maar dat is natuurlijk vaak niet het geval. Het accent ligt juist vaak op de competitie met anderen en het doorstaan van pijnen. Wel maken veel vechtersporters onderscheid tussen geweld in de ring en geweld op straat. Ik heb zelf gezien hoe verliezers en winnaars elkaar na afloop van een gala alsnog om de hals vliegen.”

Stukje machismo

Tom Harinck heeft duizenden jongens 'bravourig zien binnenkomen en gedeisd zien vertrekken' bij zijn muay thai boks-opleiding. Hij is al vijfentwintig jaar muay thai boks-trainer en de oprichter van sportschool Chakuriki. Hij is ervan overtuigd dat een harde vechtsport de agressie van jonge jongens 'die anders misschien kattekwaad uithalen op straat' in banen leidt. Harinck glundert als hij uitlegt waarom muay thai-boksen zo aantrekkelijk is: “Het appelleert aan een stukje machismo in de man. Meer niet.”

Harinck ergert zich eraan dat de Muay Thai Bond, waarvan hij voorzitter is, nog niet is erkend. Hij zegt een verzoek tot aansluiting te hebben ingediend bij de NOC*NSF, maar dat het verzoek nog niet is gehonoreerd. De jurist Chr. Walder van NOC*NSF weet echter niets van een recent verzoek tot aansluiting van de Muay Thai Bond. Het laatste werd volgens Walder zo'n tien jaar geleden ingediend. Volgens Harinck snijdt de sportfederatie zichzelf met het weigeren van erkenning in de vingers. “Wij worden op deze manier een vrijgevochten sportbond, wat betekent dat onze jongens zullen blijven meedoen aan free fight-gala's en dergelijke. Zij trekken zich dan niets aan van regels die Terpstra opstelt.” De afdeling sport van het ministerie van VW&S laat momenteel onderzoeken of het voor sportbonden juridisch mogelijk zou zijn om hun leden te verbieden om te participeren aan free fight-gala's.

Gebrek aan officiële erkenning betekent volgens Harinck ook dat 'zijn jongens' geen positieve publiciteit krijgen als zij een muay thai-titel winnen. “Een prof-voetballer komt al op de voorpagina als hij buikpijn heeft. Maar wij krijgen alleen maar kritiek. Geen wonder dat onze jongens harde, minder gereguleerde varianten kiezen, zoals free-fight. Ze moeten ergens voldoening uithalen.” Walder vindt dit nonsens. “Aansluiting bij NOC*NSF zou heus niet betekenen dat muay thai-boksers meteen op de voorpagina komen. De wedstrijd voor de sterkste man van de wereld is ook niet officieel erkend in Nederland, maar die mannen komen ook in veel kranten.”

Verslavend

Renaldo (22) en Dennis (18), leerlingen bij Chakuriki, delen zichzelf in in de categorie 'moeilijke jongens'. Op hun vijftiende waren ze 'op het verkeerde pad' geraakt. Ze gingen van school af, moesten het huis uit, pleegden straatroof en diefstal en belandden uiteindelijk enkele maanden in een jeugdstrafinrichting. “Dat waren froxe (vervelende, FW) tijden”, verzucht Dennis. Tegenwoordig hebben ze iets om handen: muay thai-boksen. Ze werken, via het gesubsidieerde uitzendbureau Maatwerk, achter de balie bij Chakuriki en trainen elke dag. De vechtsport betekent alles voor ze. Het afgelopen jaar zijn ze niet meer in aanraking met de politie gekomen. Renaldo: “Door het muay thai-boksen ben ik een rustige jongen geworden, ik ken mijn verantwoordelijkheden. Ik heb bij Chakuriki geleerd dat je op tijd moet komen, je best moet doen en respect moet hebben voor anderen.” Agressief is hij niet meer. “Ik beheers me nu als ik ruzie heb, want ik ben geen gelijkwaardige partner voor de meeste jongens. Ik weet tòch dat ik beter kan vechten dan zij.” Volgens Renaldo zijn de meeste moeilijke jongens bij Chakuriki op dezelfde manier ten goede veranderd. Maar de kleine, tengere Dennis kan en wil zijn agressie vaak nog niet onderdrukken. Hij vertelt trots dat hij altijd zal slaan als iemand hem lastig valt of te dicht in de buurt komt. Dat hij zich kan verdedigen op straat is een van de grootste voordelen van de beheersing van muay thai-boksen, vindt hij.

Dennis en Renaldo zullen een topconditie moeten hebben om te bereiken wat ze willen: een plaats tussen de wereldtop van de muay thai-boksers of free fighters. En ze blowen nog elke dag. Toch kunnen ze, trots maar met enige moeite, de vijf gouden regels van Chakuriki opzeggen: “Wij zullen de Chakuriki levenswijze ons zo goed mogelijk eigen proberen te maken. Wij beloven trouw en respect aan onze leraren. Wij zullen ons onthouden van grofheden en gewelddaden. Wij kennen een eerlijke en hechte broederschap onder elkaar. Wij beloven om de harde discipline en trainingsmethode die onze stijl eigen is, voor het ten goede komen van geest en lichaam, correct en hoffelijk te ondergaan.”

Renaldo en Dennis schudden misprijzend het hoofd bij de suggestie dat ze ook gewoon op voetbal hadden kunnen gaan om discipline aan te leren en te trainen. Dennis spuugt het er bijna uit: “Voetbal is niks! Muay thai is het helemaal. Het is hard en je krijgt vertrouwen in jezelf.” Renaldo, die is opgegroeid in een gezin van Jehova's Getuigen, zegt het geweld vroeger te hebben gemist. “Een vechtsport is verslavend; je krijgt een klap en je wilt terugslaan, keer op keer. Ik kan al mijn agressie hier kwijt.”

Dat beoefening van een vechtsport de agressie van moeilijk opvoedbare, dan wel criminele jongeren zou kanaliseren is onzin, zegt criminologe Marianne Junger. “Daar is geen enkel bewijs voor.” Junger verricht onderzoek naar de oorzaken voor criminaliteit bij het Nederlands Studiecentrum voor Criminaliteit en Rechtshulp (NSCR). De verklaring die de jongens bij Chakuriki geven voor de afname van hun agressie op straat is volgens Junger niet aannemelijk. “Zij kunnen hun eigen situatie onvoldoende analyseren. Ten eerste kiezen ze een vechtsport eenvoudig omdat hun vrienden dat ook doen - het geeft ze meer aanzien. Ook is het algemeen bekend dat jongens met een crimineel verleden rond hun achttiende jaar wat rustiger worden. Dat heeft niets met muay thai-boksen te maken.” In de moeilijkste, meest agressieve fase van hun leven, tussen de 15 en 18 jaar, is er geen redden meer aan, zegt Junger. “Ook dan zal geen enkele vechtsport ze beïnvloeden.” Ze vreest dat het samenkomen van delinquente jongeren, zoals in sommige sportscholen gebeurt, eerder vervelend gedrag zal bevorderen.

Het verbaast Junger niets dat bepaalde jongeren voor harde vechtsporten kiezen. “Veel mensen met crimineel gedrag zijn zich minder bewust van risico's dan anderen.” Zo blijkt uit een van haar onderzoeken, dat delinquenten vaker onder een auto komen dan andere burgers. De kans op letsel bij een vechtsport zouden zij ook op de koop toe nemen. Junger: “Geen verstandig mens gaat toch op zo'n vechtsport?”

Van Bottenburg heeft nog geen oordeel over harde vechtsporten. Dat veel mensen die sporten weerzinwekkend vinden, begrijpt hij. “Die verontwaardiging kun je niet achteloos opzij schuiven.” Anderzijds ziet hij ook in waarom jonge jongens zich aangetrokken voelen tot die sporten. “Daar hoef je je neus niet voor op te halen.” Van Bottenburg constateert ook dat er steeds hardere vechtsporten worden ontwikkeld. “Maar een verbod kan niet worden opgelegd op uitsluitend emotionele gronden.” Wèl moet er volgens hem worden gezocht naar een acceptabele grens waar de vechtsport ophoudt en intolerabel geweld begint. “Mèt verstand van zaken.” Want de kans dat het muay thai-boksen, kick-boksen en free fight gewoon doorgaat, lijkt groot.