Eredoctoraten

Ter gelegenheid van haar 360-jarig bestaan reikt de Utrechtse universiteit in maart en mei vier eredoctoraten uit. Prof. dr. E.L. Barrett-Connor (1935) ontvangt een eredoctoraat van de faculteit geneeskunde voor haar onderzoek naar hart- en vaatziekten. Ze toonde aan dat vrouwen evenveel risico lopen om hart- en vaatziekten te krijgen als mannen. Prof. dr. H.D. Kötz (1935) dankt zijn eredoctoraat van de faculteit rechten aan zijn onderzoek op het gebied van het Europees privaatrecht. Hij is van mening dat door de dogmatische verschillen van de verschillende Europese rechtsstelsels heen moet worden gekeken. Prof. dr. N.C. Pedersen (1943) is door de faculteit diergeneeskunde voorgedragen vanwege zijn ontdekkingen van virussen bij de kat, onder andere van het katten-aidsvirus. Prof. dr. M. Sharir (1950) krijgt een eredoctoraat van de faculteit wiskunde en informatica voor zijn onderzoek naar computeralgoritmen voor de robotica.