Eis 4,5 jaar cel tegen 'botte' slijper

UTRECHT, 13 JAN. Ze zien zichzelf als gewone, eerlijke zakenlieden, vader L.P. (50), eigenaar van een slijperij en zoon H.P. (23), die af en toe auto's repareert. Maar volgens officier van justitie J. Plooy zijn ze 'brutale en botte afpersers', die levens hebben ontwricht en ondernemingen te gronde hebben gericht, 'uit ordinaire geldzucht'. Hij eiste gisteren voor de Utrechtse rechtbank vier jaar en zes maanden onvoorwaardelijk gevangenisstraf tegen de vader en drie jaar tegen de zoon. De winst die de vader met zijn praktijken boekte, geschat op ruim 30.000 gulden, moet hij bovendien terugbetalen aan de staat. Vader en zoon P. worden bovendien beschuldigd van uitkeringsfraude, respectievelijk voor 127.000 en 44.000 gulden.

Vader en zoon werden vorig jaar augustus gearresteerd nadat zes bedrijfseigenaren aangifte hadden gedaan van afpersing en bedreiging. Ze hadden extreem hoge rekeningen gekregen voor het slijpen van hun gereedschappen door 'Slijperij Louis', de eenmanszaak van L.P., en werden, als ze weigerden die te betalen, telefonisch bedreigd met de dood. Ook hun werknemers kregen thuis dreigtelefoontjes.

Een eigenaar van een voertuigenfabriek kreeg zelfs een rouwkrans bezorgd met als afzender 'Slijperij Louis', toen hij weigerde een rekening van 62.000 gulden te betalen. De man had eerst 9.500 gulden betaald, maar kreeg korte tijd erna telkens nieuwe rekeningen die steeds hoger werden. Hij betaalde uiteindelijk 22.000 gulden en deed daarna aangifte bij de politie.

Bij de aanvaarding van een opdracht tot slijpen sprak de verdachte alleen een prijs 'per centimeter' of per stuk gereedschap af. Met sommigen sprak hij van tevoren helemaal niet over de prijs. Zij kregen tot hun grote schrik rekeningen van vele duizenden guldens, die vaak na enkele weken werden gevolgd door een extra rekening, omdat er een rekenfout zou zijn gemaakt. Sommigen werden door L.P., vergezeld van zijn zoon, bezocht en geïntimideerd als ze niet wilden betalen. De zoon is volgens de officier ook mede schuldig aan het plegen van dreigtelefoontjes. Zowel vader als zoon ontkennen. Zij zeggen dat ze nooit zaken hebben gedaan met de eigenaar van de voertuigenfabriek, die een rekening van 62.000 gulden kreeg. Van de 22.000 die de bedreigde eigenaar zou hebben overgemaakt naar een bankrekening ten name van A.P., de dochter van L.P., weten ze niets.

Volgens de advocaat van L.P., G. Knoops, was er sprake van één groot misverstand. Niet L.P. en H.P. zijn schuldig aan de afpersingen en bedreigingen, maar anderen die zich hebben voorgedaan als lid van hun familie.