Een stal voor de nacht

Omdat het wasmiddel dat ik al jaren gebruik hoort tot de produkten van de firma Procter & Gamble leek het mij vorige week beter om te zien naar een ander merk. Als ik P&G-aandelen had, had ik het misschien van ganser harte eens kunnen zijn met de beslissing van P&G om alleen nog maar te adverteren bij de commerciële omroepen, omdat hun potentiële klanten bij voorkeur kijken naar de door hen uitgezonden programma's. Dit echter niet zo zijnde, wilde ik mijn eigen kleine daad stellen. In de eerste plaats omdat ik kennelijk toch niet tot hun doelgroep hoor, want ik kijk zelden naar RTL, Veronica en de andere commerciëlen. Maar in de tweede plaats omdat ik hecht aan het bestaan van een publieke omroep. Ja, sterker nog, ik hecht aan de verzuilde omroep. Ik vind dat een prachtig systeem en als je het uitlegt aan buitenlanders reageren zij vrijwel altijd verbaasd en jaloers. Dat je je via een omroepvereniging kunt abonneren op radio- en televisieprogramma's zoals op een krant en een weekblad! En dat je op die manier dus iets te zien en te horen kunt krijgen dat past bij je eigen smaak, opvattingen en ideeën! Niet te geloven!

Het is waar dat veel van de programma's die door de verschillende publieke omroepen worden uitgezonden onderling inwisselbaar zijn, maar dat geldt evenzeer voor de weekendbijlagen van de diverse kranten en voor de reportages in opiniebladen. Ook daar is lang niet alles doordesemd van de signatuur van de uitgave. In dat geval wordt echter niet getwijfeld aan het bestaansrecht van de identiteit van een medium en de daarmee gepaard gaande pluriformiteit tussen de media; bij de omroep vaak wel en dat begrijp ik niet.

Het zal wel te maken hebben met de algehele weerzin tegen het verschijnsel 'zuilen' dat verantwoordelijk wordt gehouden voor individuele benauwenis en publieke verstarring in het verleden. Ik vraag me echter af of hiermee geen enigszins overdreven voorstelling van zaken wordt gegeven. Zo denk ik bij voorbeeld dat die benauwenis vooral gold voor jonge mensen, met hun leeftijdseigen hang naar het onbekende, de aantrekkingskracht van de wereld waar het anders is dan thuis. Dat dateert al van eeuwen vóór het zuilenstelsel, en heeft daarmee als zodanig weinig van doen. Voor het merendeel van de volwassenen betekende dat stelsel een prettige beschutting en misschien zelfs ook wel voor de jongeren. Het is aangenaam te avonturieren als er een vangnet hangt van sociale verbanden, waar je door afkomst recht van terugkeer hebt. Het is op z'n minst opmerkelijk dat veel jongeren die begin jaren zestig samen met de auto en de televisie de ontzuiling op gang hielpen, zich op latere leeftijd weer in traditionele maatschappelijke verbanden hebben gevoegd, niet zelden op belangrijke posities. In de jeugd protesteren en provoceren is lonend, het verruimt de blik en teruggekomen op het oude nest geeft het daar net de vernieuwing die nodig is om vooruitgang te garanderen en verstarring te voorkomen.

Ik weet dan ook niet of, als er eind jaren vijftig al sprake was van verstarring, dit aan het zuilenstelsel kan worden toegeschreven. Het is namelijk niet waar dat de liberale, katholieke, humanistische, sociaal-democratische en protestantse zuilen volstrekt onafhankelijk van elkaar bestonden. Dat gold alleen naar binnen. Elke zuil had inderdaad haar eigen netwerk van verenigingen, stichtingen, scholen en partijen, waar de leden zich mee verbonden voelden. Een socialistisch gezin deed geen boodschappen bij de roomse De Gruyter. Maar in de zuilengalerij waren wel verbindingsbogen aangebracht, mooie overlegstructuren, want ook toen was Nederland een onderhandelingsmaatschappij, gericht op compromissen. Misschien gold hier op het vlak van de samenleving wel hetzelfde als voor de levenswandel van de jeugd: juist omdat men in eigen kring zo zeker was van eigen zaakjes, durfde men de confrontatie met andersdenkenden met een gerust hart aan. Nu tegenwoordig het principe heerst dat iedereen een persoonlijk mengsel moet samenstellen uit het aanbod van meningen en opvattingen, en de groeperingen die zij vormen dus slechts een broze samenhang vertonen, is overleg misschien wel moeilijker dan toen. Geen lastiger onderhandelaars dan twijfelaars.

Dat de huidige ontzuilde burger zo'n grazende levensstijl heeft, waarbij alles wat de wei te bieden heeft wordt afgesnuffeld, wil niet zeggen dat er toch niet ook het verlangen leeft naar een stal, waar je af en toe met soortgenoten onder elkaar kunt zijn. Dat is niet af te doen als nostalgie of als bekrompenheid. Het is een menselijke behoefte, die in de afgelopen decennia te weinig werd bevredigd. Duidelijk is dat te zien bij de afbraak eertijds van gescheiden instellingen voor jongens en meisjes, mannen en vrouwen, de twee superzuilen die de mensheid van nature kent. Alles moest worden geïntegreerd. Van gemengd schoolzwemmen tot de gemengde studentenverenigingen. Dat is nu ook de formele stand van zaken, maar steeds vaker ontstaan seksegescheiden, informele circuitjes. Van mannenkookclub tot vrouwenreisbureau.

Maar ook als katholieke CDA'er Braks verzucht dat in zijn partij de protestanten de overhand hebben, spreekt daaruit een gemis aan het vertrouwde. Noem het nestgeur; dat is geen vieze lucht. Er zijn wel meer tekenen van zulk verlangen om af en toe met geestverwanten bijeen te zijn. Verlangen naar de overzichtelijkheid van de gelijkgestemdheid. Naar het je niet hoeven te verdedigen, omdat de anderen er toch net zo over denken. Naar het niet hoeven uit te leggen, omdat de anderen wel weten waar je het over hebt. Naar het je niet hoeven te bewijzen, omdat het voor de anderen immers eenzelfde vanzelfsprekendheid is. Juist in de heterogene warreling van de huidige samenleving, is er behoefte aan homogene rustpunten. Niet meer zo strak en allesomvattend als de vroegere zuilen, maar wel als stal voor de nacht.

Procter & Gamble is - zij het met korting - op de dwalingen zijns weegs teruggekomen. De publieke omroep is weer even veilig.

    • Rita Kohnstamm