De verloren jaren van Paddy Joe Hill

PADDY JOE HILL: Forever Lost, Forever Gone

288 blz., geïll., Bloomsbury 1995, ƒ 50,95

“Tegen mensen die met mij sympathiseren, zeg ik altijd: Beklaag me niet!! Word maar kwaad! Want alles wat mij werd aangedaan gebeurde in jullie naam!” Dit zijn de bittere slotwoorden uit Forever Lost, Forever Gone van de Noordierse Paddy Joe Hill, één van de leden van de roemruchte Birmingham Six. Vermeende IRA-terroristen, die verantwoordelijk werden gehouden voor het opblazen van twee pubs in Birmingham in november 1974. Ze werden tot levenslang veroordeeld.

De titel is een verwijzing naar de zestien jaar, drie maanden en drieëntwintig dagen die de zes onschuldig in Britse gevangenissen doorbrachten, want onschuldig waren ze. Op donderdag 24 maart 1991 kwam er om half vier 's middags een einde aan de nachtmerrie van Paddy Joe Hill. Rechter Lord Justice Lloyd sprak de Birmingham Six alsnog vrij. Aan één van de grootste gerechtelijke dwalingen uit de Britse geschiedenis was een einde gekomen. Voor de camera's van de verzamelde wereldpers stormde de kleine gifkikker Hill naar buiten en stak een beschuldigende vinger uit naar het statige gerechtsgebouw The Old Bailey en zei: “Gerechtigheid? Ik denk niet dat die lui daarbinnen weten hoe dat woord gespeld moet worden, laat staat dat ze het kunnen toepassen. Ze zijn door en door rot.”

Paddy Joe Hill zit nog steeds vol wrok. De vier jaren sinds zijn vrijlating zijn een regelrechte hel geweest voor de kleine Ier. Hill viel, na bijna 17 jaar vrijheidsberoving, in een diep gat. Hij was zijn vrouw kwijt en hij was volkomen vervreemd geraakt van zijn kinderen. Hill liet zich onder behandeling stellen van psychiaters die hem stukje bij beetje over zijn trauma's heen hielpen. Het schrijven van het boek Forever Lost, Forever Gone maakte deel uit van de therapie. En hoewel het verhaal van de zes inmiddels wel bekend is, is het toch een meeslepend verslag geworden dat geen moment verveelt.

De tragedie van de Birmingham Six begint met de gewelddadige dood van Jamesie McDade, een Ierse emigrant die in Birmingham woonde. Een jongen van de gestampte pot die bijzonder populair was in kringen van de talloze Ierse immigranten in Birmingham. Wat niemand echter wist was dat McDade er een tweede leven op nahield als actief lid van de IRA. De Ierse terreurbeweging voerde vanaf februari 1972 een bommencampagne op het Britse vasteland en McDade was één van de gevreesde bombers.

Op 14 november 1974 wil hij het telefoonkantoor in het stadje Coventry opblazen, maar er gaat iets mis en de bom ontploft in zijn handen. De Noordierse vrijheidsstrijders hebben er een martelaar bij. Korte tijd later worden de Noordierse emigranten in pubs opgeroepen om de begrafenis van McDade in Belfast bij te wonen. Richard Mcilkenny, Gerry Hunter, Billy Power, Johnny Walker en Paddy Joe Hill geven gehoor aan die oproep. Niet om een 'terrorist' te eren, maar meer uit een diepgewortelde Ierse traditie om de doden te begraven. Hill wil de reis ook benutten om zijn zieke tante in Belfast te bezoeken. Hughie Callaghan, het zesde lid van de Birmingham Six, kan de reis niet bekostigen en blijft achter.

In opperbeste stemming nemen de Noordieren op 21 november de boottrein naar Heysam, vanwaar ze zullen overvaren naar Belfast. Even voor zes uur diezelfde avond komt er bij de Birmingham Post and Mail een telefoontje binnen. Een man met een Iers accent geeft uit een telefooncel de afgesproken IRA-code door: Double X en waarschuwt voor een aanstaande bomaanslag. Vlak daarna ontploffen twee bommen in de pubs The Mulberry Bush en The Tavern of the Town. Er vallen 21 doden en 162 gewonden van wie velen zwaar. Het is de grootste massaslachting in de Britse geschiedenis, die wat aantal slachtoffers betreft alleen zal worden overtroffen door de aanslag boven Lockerbie.

Terwijl in het centrum van Birmingham de slachtoffers worden geborgen proberen de vijf Noordieren aan boord van het veer te gaan, maar dat lukt alleen Paddy Joe Hill, die inmiddels door de verscherpte politiecontrole is gekomen. Terwijl hij aan de bar een biertje drinkt, worden zijn vier vrienden buiten gearresteerd. Maar als ze worden weggevoerd vraagt één van hen: “En wat met onze kameraad, die is al aan boord.” Die uitspraak wordt Hill noodlottig, ook hij wordt alsnog van boord geplukt. De vijf worden voor ondervraging weggevoerd naar het politiebureau van Morecambe.

Dan begint de ellende. Nog diezelfde nacht voert een explosieven-expert, dokter Frank Suske, de zogeheten Greiss-test uit op de handen van de vijf arrestanten. Daaruit moet blijken of ze in aanraking zijn geweest met explosieven. Twee van de vijf blijken sporen van nitroglycerine aan hun handen te hebben. Volgens Hill worden de arrestanten daarop door agenten genadeloos afgetuigd en worden hun bekentenissen afgedwongen. Paddy Joe Hill weigert ook maar iets te ondertekenen, maar de anderen zijn, na urenlange tortuur, zo murw dat ze hun handtekening zetten onder alles wat hun wordt voorgehouden. In de vroege ochtend wordt ook Hugh Callaghan van zijn bed gelicht en in staat van beschuldiging gesteld. De Birmingham Six zijn compleet, de rechtszaak begint. Na een proces van 45 dagen worden de zes veroordeeld tot eenëntwintig keer levenslang. De Greisstest en hun eigen bekentenissen vormen voor de rechter 'het meest overtuigende bewijs'. De Birmingham Six worden over diverse gevangenissen in Engeland verspreid. De nachtmerrie begint.

Kaarten

“Er waren maar weinig nachten dat ik niet in mijn cel zat te huilen. Soms was ik zo opgefokt dat ik in een soort krankzinnige trance kwam. Dan stond ik op, deed mijn jas aan en zei tegen mezelf dat ik maar weer eens naar mijn vrouw en kinderen moest gaan. En alles wat ik zag was die stalen deur,” schrijft Paddy Joe Hill, die in zijn cel een verbeten gevecht blijft voeren om zijn onschuld te bewijzen. In detail beschrijft hij zijn huwelijksbreuk die onvermijdbaar is. Het leven in de cel mag dan een hel zijn, voor zijn Britse vrouw, die als bomber's wife door het leven moet, is het leven ook een lijdensweg geworden. Hill lijdt vreselijk onder het feit dat zijn vader, met wie hij altijd een uitstekende relatie had, in eerste instantie niet aan zijn onschuld gelooft. Tijdens zijn gevangenschap sterft de man, die ooit diende in het Britse leger. Na jaren van campagne voeren was zijn vader waarschijnlijk in de onschuld van zijn zoon gaan geloven, maar hij heeft het nooit met zoveel woorden gezegd.

In de loop der jaren komen er steeds meer bewijzen boven tafel, die erop duiden dat de zes de terreurdaad niet gepleegd kunnen hebben. Zo blijkt dat de zo geroemde Greiss-test van geen kanten deugt. Dezelfde 'nitroglycerine'-resultaten konden ook verkregen worden met zaken als geplastificeerde kaarten of zelfs zeep. En de Noordieren hadden in de trein zitten kaarten. Ook blijkt dat de politie heeft geknoeid met de verslagen die op de avond van de 'bekentenissen' werden opgemaakt. De journalist Chris Mullin spoort met gevaar voor eigen leven de werkelijke daders van de aanslag op en schrijft een boek: Error of Judgement. Daarin bevestigt ook de IRA dat de verkeerden achter slot en grendel zitten. Hoewel het de zaak van de Birmingham Six in een stroomversnelling brengt, duurt het nog jaren voor ze vrijkomen. Uiteindelijk moeten de rechters toegeven dat ze door de politie en de explosieven-'deskundigen' zijn misleid en dat het vonnis van toen niet safe and satisfactory is. De zes komen vrij.

Paddy Joe Hill beschrijft in de laatste hoofdstukken zijn problemen met de herwonnen vrijheid. Tot op de dag van vandaag is er nog geen compensatieregeling getroffen met de Birmingham Six. Ze hebben tweemaal een voorschot op schadevergoeding gekregen, die Hill grotendeels aan zijn kinderen en aan de koop van een huis heeft besteed. De Ier weet nog steeds niet welke draai hij aan zijn leven moet geven, maar hoopt een belangrijke rol te gaan spelen in een nog op te richten nationale organisatie die zich zal inzetten voor slachtoffers van justitiële dwalingen.