Chemie, kolder en geweld in familiedrama bij gezelschap Alex d'Electrique; “Het gevaal moet heel dicht op de huid zitten”

Vanaf volgende week brengt het gezelschap Alex d'Electrique geperverteerde 'soap' in de voorstelling Het Periodiek Systeem der Elementen. Met brandjes, verfbommen en trillende meubelstukken wil oprichter Ko van den Bosch van theater een fysieke ervaring maken: “Een mix van spookhuisesthetiek en slapstick, van poëzie, filosofie en andere zware kost.”

Het Periodiek Systeem der Elementen is t/m 3 februari te zien in Theater Frascati in Amsterdam; première op 17 januari. Een tournee door Nederland volgt t/m 12 april. Inl 020-6264545.

AMSTERDAM, 13 JANUARI. Alex d'Electrique maakt impulsieve en energieke voorstellingen die zich op een groeiende populariteit mogen verheugen. Ook lieden die anders nooit naar het theater gaan, komen op de spektakels van Alex d'Electrique af. “Dat beschouwen wij als een groot goed”, zegt Ko van den Bosch (37), oprichter en tekstleverancier van het gezelschap. “Ik las in de krant dat Toneelgroep Amsterdam minder wil gaan reizen maar er wel negen ton subsidie bij vraagt. Negen ton? Van dat bedrag kunnen wij een jaar lang met gierende banden door heel Nederland reizen. Ik moet er niet aan denken om alleen maar voor een Grachtengordel- of een Randstadpubliek te spelen. Dan krijg je voorstellingen die een kleine incrowd prachtig vindt, terwijl de mensen daarbuiten niet meer begrijpen waar je het over hebt.”

Volgende week gaat de eerste grote-zaal-produktie van Alex d'Electrique in première, Het Periodiek Systeem der Elementen. De voltallige Alex-cast (inclusief Van den Bosch zelf, die een debiele jongen speelt) is daarin te zien, aangevuld met zes gastacteurs en -actrices. Het werken met zo'n grote groep verloopt chaotisch, blijkt tijdens een repetitie. Iedereen levert commentaar op de te spelen scènes, een van de acteurs maakt uit balorigheid een handstand op een stoel en discipline is ver te zoeken. “Ko, verzin eens een maan-tekst!” roept regisseur Paul Vermolen dwars door het geroezemoes heen.

Na afloop van deze rommelige speloefeningen lacht Ko van den Bosch met zijn zware basstem: “Af en toe moet je wat zand in de raderen strooien. Alex d'Electrique was zo'n goed geoliede machine, we waren zo'n gesloten gezelschap. Het kan geen kwaad om daar wat frisse wind doorheen te laten waaien door er een stel spelers bij te halen. Vrouwelijke spelers vooral, want daaraan hebben we altijd een schandelijk gebrek gehad.”

De doorloop, later op de middag, gaat een stuk beter. Akelige synthetische muziek zwelt aan, een met touwen vastgesjord lijk wordt het toneel op getrokken en een kil-paarse lichtbundel valt op een stalen kast. In een lade van die kast doet een man zijn behoefte en een ander warmt daar even later argeloos zijn handen aan.

“Onze voorstellingen zijn een mix van spookhuisesthetiek en slapstick”, licht Ko van den Bosch toe, “maar ook van poëzie, filosofie en andere zware kost. Er valt zowel voor de liefhebber van banale grappen als voor de verwende intellectueel wat te beleven, vind ik. Wat wij doen is in elk geval niet zo deadly boring als het doorsneetoneel in Nederland.”

Met explosies, brandjes, uiteenspattende verfbommen en hevig trillende meubelstukken houdt Alex d'Electrique het publiek wel wakker. Theater, meent Ko van den Bosch, moet een fysieke ervaring zijn. “Anders kun je net zo goed thuis voor de buis blijven zitten. Theater is: hier, nu en liefst zo dicht mogelijk op de huid. Pas als je in de zaal denkt: ho, ho, het gevaar komt nu wel heel dichtbij, pas dan is het in orde.”

Nee, de schokeffecten zijn niet bedoeld als concurrentie met het geweld in films, verzekert hij: “In het theater heerst een ander soort concentratie. Je zit met z'n allen opgesloten in één ruimte waardoor alles echter lijkt. De gewelddadigheden die je in Het Periodiek Systeem te zien krijgt zijn op zich veel minder erg dan die in films, zeker omdat de technische trucs die wij gebruiken nogal doorzichtig zijn.”

Aan de exacte wetenschappen ontleende experimenten, uitgevoerd op het toneel, alsmede wetenschappelijke theorieën oefenen een grote aantrekkingskracht op Alex d'Electrique uit. Alleen al de titel van de nieuwe voorstelling wijst daarop. “Met het periodiek systeem”, legt Ko van den Bosch uit, “kun je de eigenschappen van nog niet ontdekte chemische elementen voorspellen. Daarin zie ik een parallel met de geschiedenis. Na de Tweede Wereldoorlog en z'n vernietigingskampen werd er gezegd: dit nooit meer. Terwijl je eigenlijk al kon voorspellen dat 'Srebrenica' er zou komen.”

Op het meest basale niveau gaat Het Periodiek Systeem over een familie die een chemisch concern runt. Het zich onontkoombaar voltrekkende familiedrama lijkt op een geperverteerde soap. “De erfopvolging, de dood van de vader, de komst van de kleinzoon - dat zijn dankbare momenten omdat iedereen ze kent”, meent Ko van den Bosch. “Tussen die momenten door kan ik ideeën kwijt die minder strak aan het schema vastzitten. Het schrijven van een theatertekst lijkt op het inrichten van een zaal in een museum. Je zet er een aantal voorwerpen in die spanning oproepen en die erom smeken er een verhaal van te maken.”

Ko van den Bosch, en dat verklaart misschien zijn visuele instelling, is van huis uit kunstschilder. We konden hem zien schilderen in zijn solovoorstelling Harige machines. Daarin speelde hij de Poolse schilder-schrijver-dramaturg Stanislav Witkiewicz, wiens oeuvre onder invloed van drugs tot stand kwam. Om op een fysieke manier uiting te geven aan Stanislavs geagiteerde geest liep Van den Bosch de hele avond over een vloer van duizenden opstaande spijkers. Witkiewicz was ook een van de wegbereiders van het absurde theater. Vandaar dat de toneelcriticus Hanna Bobkova de eerste voorstellingen van Alex d'Electrique wel eens met Witkiewicz' werk heeft vergeleken.

Er zijn nog meer frappante overeenkomsten tussen Van den Bosch' theatergroepje en historische stromingen in de beeldende kunst. Het speelse heeft het gezelschap gemeen met Fluxus; de dynamiek en de toepassing van de moderne techniek doen denken aan het Futurisme; de voorkeur voor het kunstloze, het onesthetische, herinnert aan Dada.

Na een optreden van Alex d'Electrique is de bühne meestal één grote smeerboel. Voor de bazen van de theaters moet dat een nachtmerrie zijn, zeg ik voorzichtig. Ko van den Bosch lacht weer, waarbij zijn grote tanden vrijkomen en zijn ogen zich tot spleetjes vernauwen: “Als een zaal vol zit hoor je theaterdirecteuren niet zo snel klagen, hoor. Bovendien zijn we nijvere schoonmakers, ook al is het niet leuk om de schouwburg elke keer achteruitdweilend te verlaten. Maar ik heb het er graag voor over.”

    • Anneriek de Jong