Buiksprekers

Zou Rompelberg er al uit zijn?

Fred tilt aan een miljoenenaanbod voor een aanval op zijn eigen wereldsnelheidsrecord fietsen. Een Amerikaanse sponsor bood hem een miljoen dollar als hij nog een keer op de fiets wil springen en nog een miljoen dollar als hij het record verbreekt. Rompelberg wil wel, maar zijn vrouw is mordicus tegen.

Op 3 oktober vorig jaar bracht de Limburgse beroepsrenner op de Bonneville Speedway van de zoutvlakte in Utah het wereldsnelheidsrecord op 269,8 kilometer per uur. Het succes kwam na acht jaar voorbereiding vol misère en gebroken botten. Fred wil nog een keer rijden in een poging de 300 kilometer per uur te halen. Wie verdient er nou 3,2 miljoen gulden om effe achter de zuignap van een acht meter lange racewagen te hangen?

De fiets of de vrouw: het is een verscheurend dilemma. Dit soort Shakespeariaanse drama's komt in de sport nog zelden voor. De tijd dat vrouwen van voetballers, renners en beroepssquashers autonoom in de kapsalon werkten is lang voorbij. Ik mag graag graag familiebladen lezen en er gaat geen Libelle voorbij zonder een indringend portret van mevrouw Koeman, een column van moeder Priem of een interview met juffrouw Zwerver. Om van de roddelbladen maar te zwijgen. De vrouw als buikspreker van de topsporter, het lijkt wel een onomkeerbaar verschijnsel.

Wil je de kwintessens van het Ajax-succes begrijpen dan moet je bij Isabelle Blind zijn. Danny heeft het hooguit over de snelheid van de passing. Van Isabelle verneem je dat hij 's ochtends drie glaasjes muntthee slurpt, een eitje eet zonder dooier, drie keer in de week het einde van de dag haalt zonder lunch en zich 's avonds volstopt met spinazie. “Slank koken is honger lijden en daar wordt Danny altijd agressief van. Vandaar. Alleen na de wedstrijd krijgt hij boontjes, opgebonden met spek.”

Sporters hebben veel binnenkant en hun vrouwen wekken in de bladen week na week de indruk dat ze dit geheim nu eens naar buiten zullen kakelen. Het blijft bij een illusie. Wie heeft deze dames - vaak zijn het nog hummeltjes - geleerd zo professioneel te kwekken over gebakken ijsklontjes? Over bedgeheimen, SM-toestanden, epileptische aanvallen en kleptomanie lees je nooit iets. Zonder Vinny Jones hadden we nog steeds niet geweten dat Gullit soms het geluid van hangbuikzwijntjes voortbrengt. En bij zijn ex-vrouwen moet toch veel oud zeer zitten.

Ooit zat ik met Gea Breukink in een Frans plattelandshotelletje. Opkrullend uit de dodelijke leegte van een lobby-bankstel begon ze te knetteren en te kwetteren als prik dat ontsnapt aan een blikje Spa-rood. Jaja, zij zag wel wanneer haar man met een gat in de benen reed en pierdood over de finish kwam. Dan moest ze wel eens huilen. Bij de vraag of Erik ooit wel eens met Epo-benen had gereden kneep ze de ogen samen.

“Wat zijn Epo-benen?”

“Epo is dat spul van die Italianen, weet je wel.”

“Goh, daar heb ik nog nooit van gehoord. Is dat een zalfje?”

Gea moest nodig naar het toilet. Als een bleekroze parel liep ze weg. Ik heb haar niet meer teruggezien.

Vrouwen van sporters zijn de moeder van alle schijnbewegingen. Zij hebben de kunst van het zwijgen uitgevonden. Ze leven in volmaakte eenklank met hun vedette. Tot lang na de scheiding. Het lijkt wel of ze op voorhand gescreend worden op hun kracht tot spectaculaire nietszeggerij. Nooit kom ik eens een dwarse geest tegen, een eigengereide tante die roept: de pot op met Van Gaal, we gaan winkelen. Het heeft absoluut geen zin om al die gesprekken met het lief van Verstappen of de vrouw van John de Wolf te lezen.

“Zit John wel eens aan de coke, Gerda?”

“Nee hoor, ik kook zelf.”

Libelle, Weekend en Privé kunnen beter achter Ria Lubbers aan. Of achter de vrouw van Henk Binnendijk. Wat die EO-sfinx allemaal te verbergen heeft, nou nou, daar lusten de gieren wel pap van. Gesprekken met sportersvrouwen beginnen en eindigen altijd in glissando's. Ajax- of Oranje-vrouwen, het maakt niet uit: met geen bulldozer kom je deze vrijmetselarij binnen.

Toch jammer dat de Rooie Vrouwen er mee opgehouden hebben. De sport schreeuwt om nog een emancipatietje.

    • Hugo Camps