Blizzard 96

New York - Zondagavond om negen uur, toen er geen twijfel meer aan bestond dat de Blizzard 96 ook de sneeuwstorm van de eeuw zou worden, werd na het nieuws de film Terminator 2: Judgement Day met Arnold Schwarzenegger vertoond. Het gebruikelijke begin: een samenleving die zich van geen kwaad bewust is, plukt de dag. Stoeiende kinderen op een mooi grasveldje, moeder roept dat het tijd is voor de boterham, op de grote wegen gaan de eindeloze stromen van de glanzende, glinsterende auto's der werkenden en welvarenden. Zij weten het niet. Wij wel. Het loopt verschrikkelijk af en daarom stijgt ons het besef van al die onschuld die over een paar minuten zal worden vermoord, ondragelijk naar de keel.

Dan komt de onvermijdelijke kernflits die alles tot geblakerd gebeente en verwrongen staketsel reduceert. Dat is knap gedaan. In de lucht verschijnen machines, bemand door goed gepoetste roestvrije geraamten, waarschijnlijk van een andere planeet, die de overlevende aardbewoners mitrailleren. Terloops laat Arnold Schwarzenegger zich al even zien. Hij kijkt somber. Geen somberder man dan hij of het zou Sylvester Stallone moeten zijn. Daardoor weet je dat er nog heel wat moet worden overwonnen en neergesabeld voor het goed is afgelopen.

Je moet er een liefhebber van zijn. Al lang voor de oorlog heeft H.G. Wells met zijn War of the Worlds de filmmakers geïnspireerd. Een van de eersten was George Pal. De vervoermiddelen waarmee in zijn film de bewoners van Mars op onze planeet kwamen, verschillen minder van de modellen in Terminator 2 dan een T-Ford van een Toyota. De auto's hebben nog altijd vier wielen, de koplampen voorop; de ruimteschepen hebben de vorm van een discus en na het landen lopen ze op insectenpoten. Het zou interessant zijn, eens na te gaan hoe het komt dat in zo'n technisch zeer ver gevorderde samenleving als die van Mars het wiel niet is uitgevonden - of, als dat wel zo is, er zo weinig gebruik van wordt gemaakt. Dit alles overpeinsd hebbend zapte ik terug naar de weerberichten.

De Amerikanen vinden het fijn naar films over bijna alles omvattende rampen te kijken; de Europeanen ook trouwens, maar in Hollywood worden ze beter gemaakt. De Blizzard van 1996 viel hoofdzakelijk op zondag met nog een flinke rest in de nacht daarop. Misschien heeft dit ertoe bijgedragen dat het zachte natuurgeweld iets bioscoop-achtigs had. Wie toch niet naar zijn werk hoefde kon de hele dag met apocalyptische sensatie vullen, eenvoudig door uit het raam te kijken. Nadat het donker was geworden werd hij in zijn gelijk bevestigd door de televisie waarop ieder uur een speciale aflevering uit de serie De Witte Hel werd vertoond. Maandagochtend tenslotte kon iedereen zich ervan overtuigen dat het allemaal echt was gebeurd. Niet te geloven. Tot op de perrons van de subway, onder de luchtroosters, lagen metershoge sneeuwhopen. Men zal er zijn kindskinderen nog over vertellen.

Daarmee was de pret er eigenlijk al af. Wie er toen nog zin in had kon zich verlustigen in een wandeling over een poolvlakte waar eens het verkeer had geraasd. Maar intussen waren de eersten bij het sneeuwscheppen gesneuveld, kon niemand in zijn auto omdat daarvan alleen het dak te zien was, waren de winkels en kantoren gesloten en werd de noodtoestand afgekondigd, niet in de bioscoop maar in het echt. En nu, vijf dagen later, is de stad nog maar half begaanbaar.

Toch stappen de meesten weer in hun auto, zodat er files ontstaan die de langste uit de rampenfilms evenaren. Verstandiger mensen willen de trein nemen en ontdekken dat die afgeladen vol langs het perron raast. De hal van het Pennsylvania station is de hele dag gevuld met woedende reizigers. Ik ben even gaan kijken om te zien of het waar was. Ja, er staan duizenden reizigers en ze zijn allemaal woedend.

En nu is er weer een nieuwe fase begonnen. Sociologen, politicologen en mediadeskundigen halen hun hart op. De televisie heeft gisteren chauffeurs van met levensbehoeften geladen vrachtwagens geïnterviewd. Ze zijn uit Texas, Louisiana, overal vandaan gekomen en nu kunnen ze niet verder. Het vlees dreigt te bederven, de broccoli verlept. Op de televisie zeggen de winkeliers: de hamburgers en de biefstukken raken op; dit is onze laatste broccoli, nog vijf pakken melk. Vanavond heeft de televisie het publiek geïnterviewd. Een moeder van vijf kinderen glimlacht tevreden, ze heeft gehamsterd. Een oude dame die in een lekkend appartement in de Bronx woont, doet de deur van haar ijskast open, de camera zoomt in: leeg. In het volgende blok is een blindeninstituut. En zijn inwonenden die er alleen op uit gaan en tikkend met hun witte stok zonder hulp de weg door de poolstad vinden. Dat is iets anders dan Schwarzenegger.

Op straat ligt een rug van ijsbergen, hier en daar twee meter hoog. Er zijn passen gegraven waar je moet wachten tot je tegenligger eruit is. Op de hoeken zijn de riolen verstopt. Daar liggen de sneeuwmoerassen, tot tien centimeter diep en niet in één sprong te nemen. Als de zon op zijn hoogst staat, stromen er bergbeekjes. De Rijn ontspringt op de Sint-Gotthard. Buiten giert een sirene van de politie. De lucht betrekt. Vannacht worden er nog twee tot drie inches verwacht, overgaand in ijzel.

    • S. Montag