Bilbroei

Geamuseerd las ik in Z van 13 januariën de neologismen van 1995, met name die onder het kopje 'Bilbroei'.

Jaren geleden werd ik ten gevolge van het ondagelijkse werk van tegels sjouwen, geconfronteerd met het fenomeen 'bilbroei'. Door een oudere man, die zijn sporen verdiend had in de oude Tegelse industrie ( dakpannen en ijzergieterijen), werd mij verteld hoe deze overlast tijdens het werk kon worden voorkomen. Men diende 's morgens een polletje gras, liefst met enige ochtenddauw, in de achterzak van de broek te stoppen. Door het gras werd de transpiratie dan onttrokken aan de bilspleet. Ik heb meermalen ondervonden dat dit een probaat middel was, met name bij lange wandeltochten en warm weer. De benaming bilbroei was toen nog niet uitgevonden; het verschijnsel werd hier aangeduid in het dialect als 'brand in ut gaat'. Wellicht dat de betrokken buschauffeurs iets hebben aan deze hint.

    • Piet Hovens