Artsen vragen einde aan proefprocessen

UTRECHT, 13 JAN. De artsenorganisatie KNMG zal er op korte termijn bij de ministers Sorgdrager (justitie) en Borst (volksgezondheid) op aandringen om af te zien van het houden van proefprocessen tegen artsen die hebben meegewerkt aan euthanasie. De KNMG is “verontrust” over vervolgingen en gerechtelijke vooronderzoeken die op dit moment aan de orde zouden zijn.

De artsenorganisatie is verheugd over het voorstel van minister Sorgdrager om het levensbeëindigend handelen door artsen niet strafbaar te stellen. Des te meer reden is er, aldus de KNMG, om met de proefprocessen te stoppen. “Een herhaling van ongewenste zwenkingen in het vervolgbeleid zou nu wel heel ongelukkig zijn”, aldus voorzitter J. Lanphen van de KNMG in het tijdschrift Medisch Contact.

De artsenorganisatie vindt het onjuist dat artsen moeten meewerken aan hun eigen vervolging “zonder dat de officier van justitie ervan uit gaat dat ze iets hebben gedaan wat niet deugt”, zegt secretaris Th. van Berkestijn van de KNMG. Vervolging is volgens de artsenorganisatie alleen gerechtvaardigd als er een redelijke grond bestaat om te veronderstellen dat een arts zich niet aan de zorgvuldigheidscriteria van de eigen beroepsorganisatie of uit de jurisprudentie heeft gehouden en dat de rechter zijn handelwijze zou kunnen veroordelen.

De artsenorganisatie stelt vast dat op dit moment het openbaar ministerie in vijf tot tien meldingen van levensbeëindigend handelen bij wilsonbekwame patiënten nog altijd niet heeft besloten deze te seponeren. Volgens de KNMG verkeren hierdoor de betrokken artsen in grote onzekerheid. Het uitblijven van sepots zou er volgens de artsenorganisatie op kunnen duiden dat de criteria voor levensbeëindigend handelen bij het openbaar ministerie opnieuw ter discussie worden gesteld.

De KNMG herinnert eraan dat onder oud-minister Hirsch Ballin (justitie) het criterium dat een patiënt in een stervensfase moet verkeren opnieuw van stal werd gehaald. Dit ondanks een uitspraak van de Hoge Raad uit de jaren tachtig, die inhield dat er niet zozeer sprake hoefde te zijn van een stervensfase als wel van een uitzichtloos en ondraaglijk lijden.

Binnenkort begint de KNMG in Amsterdam met een proef voor een ander systeem van toetsing bij levensbeëindigend handelen door artsen. Volgens de plannen worden artsen aangezocht die, na een training in juridische en ethische kwesties, zullen worden ingezet als consulenten in een netwerk. Alle Amsterdamse artsen die te maken krijgen met een verzoek om euthanasie, kunnen bij deze consulenten dag en nacht terecht voor vragen met betrekking tot de procedure rond het levensbeëindigend handelen door artsen. Daarnaast wil de KNMG in meer formele zin consulenten inzetten die bij de vraag naar euthanasie direct worden betrokken, bijvoorbeeld door het zien van de patiënt.

De proef sluit aan bij het voorstel van minister Sorgdrager om euthanasie door artsen buiten het strafrecht te houden, mits het handelen van de arts door een onafhankelijke commissie is getoetst op zorgvuldigheid.

Het project, dat vermoedelijk in de tweede helft van dit jaar zal aanvangen, wordt gehouden in samenwerking met de Amsterdamse Huisartsenvereniging en de Vrije Universiteit in Amsterdam. Het experiment gaat een jaar duren en kost tweeënhalve ton.