Wereldbankmanager: 'Investeerders hebben fout beeld van Afrika'

AMSTERDAM, 12 JAN. Nederlandse ondernemers moeten meer investeren in Afrika. Het gaat economisch steeds beter met het continent en de winstmarges zijn aantrekkelijk. “Nederlandse zakenlieden moeten Afrika niet meer zien als zwart gat waar geen cent te verdienen is”, zegt dr. K. Kwaku, manager van Miga (Multilateral Investment Guarantee Agency), het onderdeel van de Wereldbank dat particuliere investeringen bevordert en investeringsgaranties regelt.

Van alle directe particuliere investeringen naar ontwikkelingslanden (77,9 miljard dollar in 1994) gaat slechts 2,9 procent naar Afrika. De handel met het continent daalde in de periode 1983-1993 met 58 procent, waardoor de import en het welvaartsniveau van het continent stagneerde. Van de totale wereldhandel neemt Afrika slechts twee procent voor zijn rekening. Toch ziet, volgens Kwaku, de toekomst er veel positiever uit dan de cijfers doen vermoeden.

“De laatste vijf jaar is Afrika enorm veranderd”, zegt Kwaku, die vandaag in Amsterdam een lezing geeft over de investeringsmogelijkheden in Afrika voor Nederlandse ondernemers. Volgens hem houden Nederlandse investeerders vast aan een beeld uit vervlogen tijden. “De investeringsmogelijkheden waren tot voor kort ook inderdaad belabberd en werden bovendien belemmerd door de regeringen van de verschillende landen. Daarnaast speelde de politieke instabiliteit de investeerders parten. Maar de laatste vijf jaar zijn er meer democratische verkiezingen gehouden dan in de eerste twintig jaar van de onafhankelijkheid van Afrika.” Ook volgen steeds meer landen in Afrika de adviezen op van de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds (IMF), zo benadrukt hij.

Nederlandse investeerders hebben echter, alle positieve geluiden ten spijt, de weg naar Afrika nog niet ontdekt. “Ze lopen achter op de ontwikkelingen en denken dat de winstmarges in Afrika slechter zijn dan in andere werelddelen. Maar dit beeld klopt al lang niet meer met de feiten. Afrika heeft meer te bieden dan Somalië of Rwanda. Het continent is zeer divers en eigenlijk is het verkeerd om Afrika als één geheel te zien. In sommige delen gaat het slecht maar in andere regio's liggen de investeringsmogelijkheden voor het oprapen”, aldus Kwaku. Als voorbeeld noemt hij Botswana, waar de economische groei 8 procent per jaar bedraagt en de bevolking explosief toeneemt. “Dat betekent een grote markt voor produkten die nu nog niet eens op de Afrikaanse markt voorradig zijn.”

Nederlandse investeerders bekijken de mogelijkheden in Afrika ook niet goed, vindt Kwaku. “Ondernemers klagen veel dat de infrastructuur in Afrikaanse landen slecht is, maar denken daarbij niet aan de investeringsmogelijkheden.” Dat komt volgens hem omdat Nederlanders de wereld te veel vanuit een Eurocentrisch oogpunt bekijken. “In Nederland is het de gewoonste zaak van de wereld dat de overheid voor de infrastructuur zorgt, maar in Ghana wordt dit aan particulier initiatief overgelaten. Nederlanders moeten niet vasthouden aan hun eigen ervaringswereld, maar alle mogelijkheden benutten.”

Dat investeerders wegblijven uit Afrika is volgens Kwaku echter niet alleen de schuld van het Westen. “De meeste landen van het continent hebben zelf ook niets gedaan om ondernemers naar zich toe te trekken”, geeft hij toe.

“Voor de oprichting van de Miga in 1988 was er bijvoorbeeld geen enkele organisatie die het continent goed over het voetlicht bracht en geen enkel land kon enige garanties bieden aan investeerders.” Deze taak heeft de Miga, als onderdeel van de Wereldbank, op zich genomen. Zij biedt ondernemers de mogelijkheid een verzekering af te sluiten tegen de risico's die verbonden zijn aan handel en investeringen in Afrika. “De angst van ondernemers dat ze niets terugzien van hun investeringen is een idee uit een vervlogen tijd”, zo benadrukt Kwaku.

    • Derk Graver