Vlaamse Schwung

De Brakke Hond, nr.49. 157 blz. ƒ 13,-. Ons Erfdeel 1995-5. 158 blz. ƒ 22. DWB 1995-6. 125 blz. ƒ 16,50. Poëziekrant 1995-6. 48 blz. ƒ 13,-.

Het jeugdigste, meest kwajongensachtige Vlaamse literaire tijdschrift dreigt een beetje in te dutten. De Brakke Hond, het driemaandelijkse tijdschrift 'met neus' dat alweer in zijn twaalfde jaargang zit, opende weliswaar onlangs een pagina op Internet, maar verder is het er een dooie, voorspelbare boel geworden. De al negenkoppige redactie - bijgestaan door 'digitale hond' Dirk Van Eylen - zoekt dan ook jonge redacteurs 'met jonge ideeën en dito neus', alsmede een 'no nonsense' redactiesecretaris. Misschien houdt het blad te krampachtig vast aan dat jeugdige, want juist de krachtige vlagen puberaalheid beginnen na meer dan tien jaar danig te vervelen. In het winternummer boort een superzelfverzekerde Sara Block (1968) de nieuwe roman van Geerten Meijsing met weinig regels de grond in ('Geef mij maar De zeven kristallen bollen van Kuifje'); publiceert Dimitri Verhulst (1972) zijn debuut onder de titel 'Gescheten'; maken de rugzakreizigers in Griekenland van Wim Neetens zich vooral druk in de disco en op de wc; delireert J.M.H. Berckmans over Auschwitz, ouders en drollen; en is de haast archaïsche poëzie van Arend Roosenschoon (1929) bijna een verademing. Poep en pies - De Brakke Hond heeft niet meer het speelse maar nog wel de excrementenfixatie van een hond.

Bij het aloude Vlaams-Nederlandse tijdschrift Ons Erfdeel klinkt de oproep tot vernieuwing van de redactie heel anders. In de grote dagbladen werd half september een advertentie geplaatst waarin per 1 maart 1996 een adjunct-hoofdredacteur werd gevraagd die na een inwerkperiode van 7 (zeven) jaar geacht wordt hoofdredacteur Jozef Deleu te kunnen vervangen. De stichting stelt ongeveer dezelfde eisen aan kandidaten als doorgaans aan hooggeplaatste diplomaten worden gesteld. Nu geeft de Stichting Ons Erfdeel meer uit dan één cultureel tijdschrift: de Franstalige evenknie Septentrion, boeken en brochures over de Nederlandse en Vlaamse cultuur in twintig talen, en het boeiende maar ondanks alle subsidies helaas peperdure Engelstalige jaarboek The Low Countries (320 blz., prijs ƒ 85, buiten de lage landen ƒ 140). Ons Erfdeel plaatst geen fictie of poëzie, zoekt niet met de neus over de grond naar jong talent, maar geeft oerdegelijke informatie over de beide samenlevingen en hun kunst. Een pietsje meer jeugdige Schwung zou hier nu juist geen kwaad kunnen. In het laatste nummer vinden we beschouwingen over Doeschka Meijsing, het Afrikaans in Namibië, de relatie Nederland-Duitsland, de etser Jules de Bruycker, en de literaire collaboratie in 1940-45. De toon, bij dit toch uiterst heikele onderwerp, is kenmerkend voor het blad: een en al afgewogen nuance.

De Brakke Hond zal in het lentenummer in de vorm van katte[!]belletjes uit Vlaanderen en Nederland reacties op Paul van Ostaijen - honderd in februari - publiceren. In het winternummer preludeert Frank Hellemans hier alvast op met een serieus artikel over hem en Theo van Doesburg. 'Simultaneïsme, reveleren, finaliter' - het is even doorbijten.

Het al in zijn 140ste jaargang vertoevende maar sinds een paar jaar huppeljonge Dietsche Warande & Belfort presenteert een poëtische hommage aan Van Ostaijen. 'Boem! Vaste patsen op de buik -/ (-) Draag mij weg zolang,/ rek mijn schaduw uit - ik zie mij/ tussen kersen vallen'. Mark Insingel dicht: 'Jij bent geboren, honderd jaar geleden,/ dit moet worden aangenomen,/ omdat ik graag aanneem dat jij vandaag leeft,/ amateur zonder medailles, radeloze/ vinder van het waardenloze woord, o vader-/ loze zoon! (taalverschil, taalgeschil),/ maximalist tussen de minimalisten.'

Behalve Van Ostaijen wordt het expressionistische tijdschrift Ruimte (1920-1921) in DWB herdacht. De Ruimte-beginselen - naast esthetische zijn ethische en politieke waarden van belang in de literatuur - toetste men aan de opvattingen van tien hedendaagse auteurs. De ruime vraagstelling leverde verdacht eensgezinde antwoorden op; een toegespitste stelling zou waarschijnlijk meer uitgesproken, persoonlijker reacties hebben uitgelokt. Henk Pröpper: 'De wereld schreeuwt om betrokkenheid, niet om verbetering. De wereld vraagt om aandacht, niet om vernieuwing, daarvan heeft ze al te veel gezien. Hoedt u voor wereldverbeteraars en vernieuwers, zie zij maken alles lelijk.'

Volgens het laatstverschenen nummer van het tijdschrift van het Poëziecentrum in Gent, De Poëziekrant, heeft Van Ostaijen (1896-1928) ter gelegenheid van zijn honderdste geboortedag (22 februari) zelfs een E-mailadres gekregen: PVO@atms.be, en een homepage: http:www.atms.bepvo. Zijn verjaardag wordt uitbundig gevierd, met een verbazend aantal activiteiten, van een standbeeld in Antwerpen tot Singerconcerten met naaimachines.

Gastdichter van dit nummer is de Ierse Nobelprijswinnaar Seamus Heaney, met een nog ongepubliceerd fragment uit het gedicht 'Tweeluik'. Heaney wordt voorbeeldig geïntroduceerd door zijn vertaler Peter Nijmeijer. Volgens hem is Heaney net zo'n Nobelprijsdichter als Walcott, Brodsky en Milosz: 'Stuk voor stuk zijn het dichters die het particuliere in het universele vertaalden (-) naar een niveau dat zich los van alle geografische beperkingen laat lezen'.

De overige artikelen in dit tijdschrift zijn, naast een interview met Stefan Hertmans, besprekingen van poëziebundels.

    • Margot Engelen