Thatcher maant Tories tot koers naar rechts

LONDEN, 12 JAN. De Britse ex-premier Margaret Thatcher heeft de Conservatieve regering gisteren opgeroepen terug te keren naar de rechtse grondbeginselen uit de periode dat zij nog aan het bewind was.

In haar eerste grote rede over binnenlandse politieke aangelegenheden sinds ze ruim vijf jaar geleden terugtrad, heeft ze zware kritiek geleverd op haar opvolger John Major en het regeringsbeleid. Daarmee heeft ze welbewust de smeulende verdeeldheid binnen de Conservatieve partij aangewakkerd.

Haar aanval komt twee weken nadat het Conservatieve parlementslid Emma Nicholson de overstap maakte naar de Liberaal Democraten omdat ze zich niet meer kon verenigen met de verrechtsing van de Tories. Thatcher noemde het gisteren “flauwekul” dat de Conservatieve partij het zo moeilijk heeft omdat ze naar rechts is opgeschoven. Zij verweet de regering juist dat ze niet rechts genoeg is en dat ze de overheidsuitgaven en de belastingen veel te ver heeft laten stijgen. “De voornaamste reden dat we impopulair zijn is dat de middenklasse en al degenen die tot de middenklasse zouden willen behoren niet de aansporingen en mogelijkheden krijgen die ze verwachten van een Conservatieve regering.”

Major riep zijn partijgenoten deze week op om de rijen te sluiten als ze de volgende verkiezingen niet willen verliezen. Maar Thatcher zei gisteren dat “verdeeldheid en meningsverschillen over belangrijke onderwerpen de partij nooit zo hebben geschaad als de afwezigheid van een eerlijk, beginselvast debat”. Ze waarschuwde dat onderdrukte discussie tot een “richtingloos fiasco” leidt.

Thatcher zette zich ook af tegen de term 'One-Nation Government', regering voor de hele natie. In navolging van Disraeli en Macleod had Major die kreet op het laatste partijcongres gebruikt om de ongerustheid van de linkervleugel te sussen. Thatcher zei dat ze niet goed wist wat partijgenoten bedoelen als ze het hebben er over 'één-natie conservatisme'. “Maar voor zover ik kan opmaken uit hun opvattingen over het Europees federalisme zou hun credo beter kunnen worden omschreven als 'geen-natie conservatisme'.”

Ook prees ze John Major, maar voor het eerst gaf ze toe dat er “meningsverschillen bestaan over de manier waarop onze gemeenschappelijke doelen verwezenlijkt kunnen worden”. Verder roemde ze de vier belangrijkste vertegenwoordigers van de rechtervleugel: minister van defensie Michael Portillo, minister van binnenlandse zaken Michael Howard, minister van sociale zaken Peter Lilley, en de voormalige minister voor Wales, John Redwood, die Major afgelopen zomer het Conservatieve leiderschap betwistte.

Veel partijleden reageerden verontwaardigd op Thatchers “dolkstoot in de rug”. Maar aanhangers van de voormalige premier bezwoeren dat ze er niet op uit was geweest de positie van Major te ondermijnen of de Tories te splijten. Haar enige doel zou zijn geweest om de Conservatieven de weg uit het dal te wijzen waarin de partij zich al te lang bevindt.