Techno-sector is weer 'gewone' bedrijfstak

ROTTERDAM, 12 JAN. De Amerikaanse elektronica-industrie staat voor een periode met afnemende groei, waarin oplaaiende prijzenslagen haar marges onder druk zullen zetten. Dat is althans de analyse van beleggers en handelaren in aandelen van technologiebedrijven. Hun verontrusting kwam deze week tot uitdrukking op de effectenbeurs van New York.

Wall Street, het afgelopen jaar verwend met grote omzetten en snel stijgende koersen van elektronicabedrijven, rijp en groen, reageerde op het veranderde sentiment met forse koersdalingen. Computer- en andere technologiefondsen gingen massaal in de verkoop.

De voorboden waren al langer zichtbaar. De Philadelphia Semiconductor Index, die zestien fabrikanten van halfgeleiders volgt en daarmee in zekere zin ook de ontwikkeling van hun afnemers weerspiegelt, liep de afgelopen vier maanden met 40 procent terug.

Apple, een van 's werelds grootste fabrikanten van personal computers, waarschuwde in december voor een mogelijk verlies over de laatste drie maanden van 1995, als gevolg van hevige concurrentie.

Katalysator van de onrust deze week was Motorola, wereldmarktleider in mobiele telefonie en - nota bene als hofleverancier van Apple - een grote partij op de wereldmarkt voor computerchips. De gang van zaken bij dit concern wordt algemeen gezien als een betrouwbare indicator van de stand van zaken in de high-tech.

De 16 procent winstdaling die Motorola over de laatste drie maanden van 1995 bekendmaakte bevestigde wat veel analisten bevroedden: de techno-hausse is zijn hoogtepunt gepasseerd. En zoals bij elk leuk feest is dat het signaal om op te stappen. Het resultaat: een koersval van bijna 20 procent.

Motorola zag zijn omzet de afgelopen vijf jaar oplopen van 11,3 miljard dollar tot 27 miljard dollar. Profiterend van scherp stijgende verkopen van personal computers - in de VS gaan er meer over de toonbank dan televisies - en een spectaculaire groei van mobiele telefonie kon Motorola zijn winst nog sterker laten toenemen: van 454 miljoen dollar in 1991 tot 1,78 miljard. Geen wonder dat het bedrijf zich in de gunsten van veel beleggers mocht verheugen.

Weliswaar was menigeen zich bewust van het feit dat de winstgroei over 1994 (ruim 50 procent) in 1995 moeilijk meer te evenaren zou zijn, maar over de eerste negen maanden bedroeg de toename toch nog een comfortabele 30 procent.

Des te zuurder de uitkomst van het vierde kwartaal, waarin Motorola zijn grootste omzet en winst pleegt te boeken. Dit keer kwam de winst uit op 432 miljoen dollar, 16 procent minder dan een jaar eerder. De winst als percentage van de omzet kwam uit op 5,9, tegen 8 procent een jaar eerder.

Belangrijkste oorzaak van de teruggang, aldus bestuurder Chris Galvin, was de prijsval van mobiele telefoons, die bij Motorola bovendien gepaard ging met een afzetdaling. De detailhandel heeft een behoorlijke voorraad opgebouwd en stunt met prijzen om klanten - in toenemende mate particulieren, notoir prijsgevoelig - te winnen. Ondanks de aanhoudend forse groei van het aantal gebruikers van mobiele telefonie, is het aanbod aan apparatuur dermate royaal dat ook de fabrikant ervan prijsconcessies moet doen.

Motorola is daarbij niet de enige: grote concurrenten als Nokia (Finland) en Ericsson (Zweden) kampen met hetzelfde probleem. Hun aandeelhouders onderkennen dat. In reactie op de Motorola-cijfers liepen ook de koersen van de Scandinavische concurrentie klappen op. Het aandeel Ericsson verloor woensdag 10 procent, Nokia leverde 14 procent in.

Zelfs de koers van Philips, bescheidener in mobiele telefonie, liep deze week averij op. Een Franse publikatie bracht het onbevestigde bericht dat het concern in Frankrijk ruim een kwart miljard gulden wil investeren in de produktie van mobiele telefoons. De koers van Philips liep enkele guldens terug.

Of dat specifiek aan de activiteiten in mobiele telefonie moet worden toegeschreven is onduidelijk; Philips is veel breder van opzet dan Motorola, Nokia of Ericsson. Niettemin lijdt het concern wel onder de algemene reserves tegenover technologiebedrijven. En die, menen analisten over de hele wereld, zullen de komende maanden nog wel vaker tegenvallende resultaten rapporteren.

Het is tijd om de sector, na jaren waarin de bomen tot in de hemel leken te groeien, weer eens te bekijken als een gewone bedrijfstak, die ook gevoelig is voor economische cycli.

    • Hans Wammes