Sociale partners willen intrekken Ziektewet-plan

DEN HAAG, 12 JAN. Werkgevers en vakbeweging willen dat het kabinet de voorstellen met betrekking tot de privatisering van de Ziektewet intrekt. Dit blijkt uit de nieuwjaarstoespraken van werknemersvoorzitter J. Stekelenburg (FNV) en werkgeversvoorzitter A. Rinnooy Kan (VNO-NCW).

Het wetsvoorstel voor privatisering van de Ziektewet is inmiddels aangenomen door de Tweede Kamer. In de Eerste Kamer stuit het voorstel echter op verzet. Het kabinet wil dat de Ziektwet per 1 februari voor het leeuwedeel van de werknemers wordt afgeschaft. Alleen voor beperkte groepen werknemers, zoals zwangere vrouwen en uitzendkrachten, blijft de wet als vangnet gelden. Rinnooy Kan en Stekelenburg willen dat de Ziektewet voor alle werknemers blijft gelden.

“Schaf de Ziektewet niet af”, hield FNV-voorzitter Stekelenburg gisterenmiddag het kabinet voor. “Hopelijk komt het kabinet op korte termijn terug van de verkeerde lijn waar het met zijn huidige voornemens nog zo hardnekkig op zit”, zei Rinnooy Kan vanochtend namens de werkgevers. Stekelenburg en Rinnooy Kan maken zich beiden sterk voor het alternatief van de Sociaal-Economische Raad (SER): handhaving van de Ziektewet en verlenging van één tot 3 jaar. Stekelenburg wil het kabinet gedeeltelijk tegemoet komen, door “desnoods een loondoorbetalingsverplichting tot een half jaar” te accepteren. Daarna zou gedurende 2,5 jaar de huidige Ziektewet moeten gelden. Op dit moment hebben werkgevers de wettelijke plicht gedurende 2 of 6 weken (afhankelijk van de grootte van de onderneming) werknemers 70 procent van het loon door te betalen. In de praktijk wordt dit in bijna alle gevallen aanvuld tot 100 procent.

Rinnooy Kan is, net als Stekelenburg, voor een loondoorbetalingsplicht van een halfjaar. Daarna zou volgens de werkgevers een basisstelsel moeten gelden, waarbij de overheid borg staat voor een minimum-uitkering en waarbij partijen door het afsluiten van particuliere verzekeringen aanvullingen bovenop de basisuitkering kunnen regelen. De grootste vakcentrale is voorstander van individuele rechten op sociale zekerheid en versterking van de positie van flexibele werknemers, zoals uitzendkrachten, in de sociale zekerheid en een grotere verantwoordelijkheid voor de sociale partners bij de bepaling van de hoogte van de uitkeringen en de uitvoering van de sociale zekerheid. Stekelenburg wil dat het kabinet over al deze zaken advies vraagt aan de SER en de Stichting van de Arbeid.

Rinnooy Kan pleitte vanochtend verder voor een actievere overheid. Het kabinet Kok profiteert volgens de werkgeversvoorzitter van de ombuigingsmaatregelen die onder het kabinet Lubbers III zijn doorgevoerd en plaatst daar tegenover nog te weinig eigen beleid. Rinnooy Kan maakte zich sterk voor “extra ombuigingen en desnoods het verkopen van staatsdeelnemingen” om de overheidsschuld terug te dringen, alsmede voor verdere verlaging van werkgevers- en werknemerslasten. Bovendien moet de overheid volgens hem actiever zijn op het gebied van infrastructuur, onderwijs en technologie. Rinnooy Kan maakt zich zorgen over de arbeidsproduktivieit. Sinds 1994 groeit de produktie per werknemer in Nederland minder hard en blijft dit jaar met een toename van 0,8 procent beneden het Europees gemiddelde. Een actievere overheid moet daar verandering in brengen. Ook Stekelenburg uitte kritiek op de overheid, met name op het ministerie van economische zaken. De saneringsvoorstellen van minister Wijers (economische zaken) en zijn hoogste ambtenaar Geelhoed maken de mensen volgens Stekelenburg “onzeker en angstig”. “We hebben renoveerders nodig en geen slopers”, aldus Stekelenburg.