Serviërs dreigen met geweld in Sarajevo

SARAJEVO, 12 JAN. De Bosnische Serviërs hebben gisteren gedreigd de wapens op te nemen als de overdracht van vijf Servische wijken van Sarajevo niet tot september wordt uitgesteld.

Momcilo Krajisnik, de voorzitter van het parlement van de Bosnische Serviërs, zei dat overleg, woensdag, met de internationale vredescoördinator Carl Bildt “nuttig” was, maar dat besprekingen “niet eeuwig kunnen voortduren”. Als er geen besluit komt om de overdracht van de vijf Servische wijken aan de centrale Bosnische regering tot september uit te stellen, zal “een aantal Bosnische Serviërs [uit Sarajevo] vertrekken en zullen diegenen die achterblijven mogelijk gewapend verzet bieden”, aldus Krajisnik.

De vijf Servische wijken moeten negentig dagen na de ondertekening van het vredesakkoord voor Bosnië, dat wil zeggen 15 maart, worden overgedragen aan de Bosnische regering. Veel Servische inwoners van de wijken maken zich op om de stad te verlaten, omdat ze wraakacties van de Bosnische regering vrezen of niet bereid zijn onder het gezag van de centrale regering te leven.

Kort nadat Krajisnik gisteren zijn dreigement uitte, sprak in Grbavica, een van de Servische wijken van Sarajevo, de Amerikaanse gezant Robert Gallucci met vertegenwoordigers van de Bosnische Serviërs, die daarbij een beroep op hem deden zich voor uitstel van de overdracht in te zetten. Een van hen zei dat “de Stad van de Hoop, zoals men Sarajevo noemt, niet binnen negentig dagen kan worden gerealiseerd”.

Gallucci drong er bij de Bosnische Serviërs op aan in Sarajevo te blijven. Hij zei dat ze zich in het vredesakkoord hebben uitgesproken voor een multi-etnische samenleving in Bosnië. “Daar werken we aan, en een exodus [van Bosnische Serviërs uit Sarajevo] draagt daar niet toe bij, we denken zelfs dat die destructief is”, aldus Gallucci.

In Mostar heeft gisteren de Kroatische minister van defensie, Gojko Susak, beloofd dat Kroatië een contingent politiemannen zal sturen dat onder internationaal bevel komt te staan en dat moet bijdragen tot een herstel van de rust. In Mostar is de afgelopen tien dagen bij herhaling door moslims en Kroaten op elkaar geschoten. De spanning tussen beide bevolkingsgroepen is groot en van enige ontspanning is geen sprake.

Susak, zelf een Herzegovijn (Mostar is de hoofdstad van Herzegovina), zei na overleg met de burgemeester van Kroatisch Mostar en de EU-administrator van de stad, Hans Koschnick, dat president Tudjman van Kroatië zich akkoord heeft verklaard met het sturen van een contingent Kroatische politiemannen.

De bevelhebber van de grondtroepen van de NAVO-vredesmacht IFOR, de Britse generaal Michael Walker, zei gisteren tijdens zijn eerste bezoek aan Mostar dat het herstel van de orde een taak is voor de politieke leiders, omdat “IFOR geen strijdmacht voor rust en orde is en geen mandaat heeft voor het herstel van rust en orde”. (Reuter, AFP, AP)