Schnittke klinkt als verkwikkende hagelbui

Concert: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mstislav Rostropowitsj (cello), m.m.v. Gidon Kremer (viool) en Joeri Basjmet (altviool). Programma: Tsjaikovski: Vijfde symfonie. Schnittke: Zesde symfonie; Concert met zijn drieën. Gehoord: 11/1 Concertgebouw Amsterdam. Radio-uitz.: 20/1 Radio 4.

Alfred Schnittke had zich nauwelijks een betere inleiding kunnen wensen voor de Nederlandse première van zijn Zesde symfonie (1993) dan de Vijfde symfonie van Tsjaikovski door het Koninklijk Concertgebouworkest onder leiding van Mstislav Rostropowitsj. Want op het vierde concert van het Amsterdamse miniatuurfestival rondom 's werelds grootste levende cellist dirigeerde de maestro Tsjaikovski's overrijpe Vijfde symfonie zó chaotisch, dat de tot de soberste essentie teruggebrachte 'anti-symfonie' van Schnittke daarna als verkwikkende lentehagel uit de lucht kwam vallen.

Al bij het componeren van zijn Eerste symfonie uit 1969-1972, plaatste Schnittke 'een groot vraagteken' bij de overlevingskansen van de symfonische vorm. Toch bleef hij proberen 'de ontwikkeling van de symfonie verder te helpen'. In de Zesde symfonie doet Schnittke dat door de klassieke opbouw in vier contrasterende delen in te vullen met embryonale motieven, die zich vanuit het desolate niets aaneenrijgen tot onbestemde, door telkens andere instrumentgroepen verklankte flarden van rituele 'oermuziek'. Het suggestieve resultaat doet denken aan een beeldverhaal in klanken, waarin een stoet verdoolde zielen existentiële avonturen beleeft in de onmetelijke ruimte.

Volgens Rostropowitsj bestaat er zoiets als een goddelijk ritme: 'Het ritme van een uitvoering moet een bepaalde energie hebben om te voorkomen dat het gaat achterlopen bij het ritme van de kosmos.' Raakte Rostropowitsj tijdens Tsjaikovski's Vijfde dit ritme telkens kwijt door het instortingsgevaar van diens gecompliceerde, verticaal gelaagde architectuur, het extreem geconcentreerde, kale en overwegend horizontale idioom van Schnittkes Zesde bracht de ontvankelijke meestercellist als vanzelf in contact met de harteklop ervan. Pas nu konden de welwillende musici van het Concertgebouworkest hem volgen, wat resulteerde in de herrijzenis van symfonie én orkest.

Schnittkes in 1994 voltooide Concert met zijn drieën voor viool, altviool, cello en kamerorkest, dat gisteravond eveneens voor het eerst in Nederland klonk, kan worden opgevat als een spitsvondig eerbetoon aan zijn voornaamste muzikale apostelen. Want behalve Rostropowitsj hebben ook violist Gidon Kremer en altviolist Joeri Basjmet verschillende Schnittke-premières op hun naam staan. Na troich betekent in het Russisch ook 'met z'n drieën om beurten een fles soldaat maken.' Schnittke bleek de fles gevuld te hebben met magische nectar, die de solisten aansprak op hun sterkste kwaliteiten. Het Concert met zijn drieën ontwikkelt zich van laag naar hoog, van het energiek-motorische via het dichterlijk-sensuele naar het hemels-decadente. Zo kon Rostropowitsj zich optimaal mannelijk, Basjmet zich optimaal poëtisch en Kremer zich optimaal elegant profileren in Schnittkes aanstekelijke tripleconcert.

    • Wenneke Savenije