'Schaken is steeds meer een fysieke sport'

Op papier is Loek van Wely de zwakste deelnemer bij het Hoogovens-schaaktoernooi, dat morgen begint. Toch zou hij van dertien remises doodongelukkig worden. “Als het goed gaat, wil je meer. Als het slecht gaat, wil je ook meer.”

TILBURG, 12 JAN. Zijn fans noemen het optimisme, zijn critici spreken van opportunisme. Van Wely is geen representant van het zuivere, van diep begrip doordrongen schaken dat streeft naar een vlekkeloze partij. Van Wely speelt vechtschaak. Hij wil winnen en doet desnoods een minder goede zet als de beste zet slechts tot remise leidt.

Hij is gevormd door een harde leerschool van 'open' toernooien, waarin honderden deelnemers om een paar vette prijzen strijden. Anders dan de meeste Nederlandse schakers trok Van Wely de afgelopen jaren kriskras door de wereld. Hij voerde diverse malen een eenmans-guerilla tegen zwaar bewapende pelotons Russen of schakers uit de voormalige Sovjet-Unie, gevreesd om hun combines. Van Wely won onder meer sterk bezette open toernooien in Berlijn en Philadelphia.

“Het enige waar je in dergelijke toernooien aan denkt is winnen, winnen, winnen. Je hebt geen objectief oordeel meer over je stelling. Als je aan het rekenen bent en een variant vindt die tot remise leidt, valt die automatisch af. Je kiest voor de variant met kansen en risico.”

Hoewel Van Wely inmiddels ook is doorgedrongen tot toernooien waar alleen de wereldtop tegenover hem plaats neemt, hanteert hij nog altijd dezelfde uitgangspunten. Vorige maand in Groningen ging Van Wely halverwege het toernooi met vier uit zes aan de leiding. Toen vergat hij zijn koppositie te consolideren door met zwart remise te maken tegen de Fransman Lautier. Hij permitteerde zich al op de tweede zet een provocerende zet in de hoop dat Lautier zou kiezen voor een variant waar Van Wely zich de hele rustdag op had voorbereid. Lautier deed het anders, bereikte eenvoudig voordeel en won hardhandig.

“Lautier had nog geen partij gewonnen en stond onderaan, dus moest ik van hem winnen”, had Van Wely zich destijds bedacht. “Als het goed gaat, wil je meer. Als het slecht gaat, wil je ook meer. De vorige generatie schakers zou denken: even dimmen, even alles remise schuiven. De jongeren, zoals Sjirov, Sokolov, Piket en ik sluiten geen compromissen. Wij spelen va banque.”

De 23-jarige Van Wely hoort met Jan Timman en Jeroen Piket tot de top-drie van Nederland, maar gedraagt zich met plezier als de vrolijke, jonge rebel. Hij werd de smaakmaker van het toernooi in Groningen - met vier overwinningen, vier nederlagen en drie remises - en is van plan eenzelfde rol te vervullen in Wijk aan Zee. Net als vorige maand, is hij de komende weken op papier de zwakste deelnemer in het toernooi van categorie 17 - met een gemiddelde elorating tussen de 2.650 en 2.675. Van Wely heeft 2.570. “Ik voel me geen schietschijf. De verschillen zijn niet zo groot. Ze weten dat ik gevaarlijk voor de dag kan komen. Als ze het fout doen, maak ik het af. Ik ga zeker een paar partijen winnen. Het is bij mij eerder de vraag hoeveel partijen ik verlies. Ik kan van sterke spelers winnen, maar ook van iedereen verliezen omdat ik soms te ver ga. Ik ga te veel uit van mijn eigen kracht of ik vertrouw er op dat mijn tegenstander wel een fout zal maken. Maar in dit soort sterke toernooien kunnen ook degenen die onderaan staan een aardig potje spelen. Dat is lastig.”

Van Wely werd in 1991, toen hij twee keer was gezakt voor zijn atheneum-eindexamen, professional. Hij passeerde sindsdien in Nederland met opvallend gemak concurrenten als Van der Wiel en Nijboer. “Veel schakers in Nederland hebben een beperkte instelling”, geeft Van Wely als verklaring. “Nederlandse schakers zijn over het algemeen weinig ambitieus of laten zich afleiden door andere dingen. Het leven wordt hen te makkelijk gemaakt. Van der Wiel is bijvoorbeeld tevreden met het leven dat hij nu leidt. Nederlandse schakers nemen ook geen grote financiële risico's door toernooien in Amerika te spelen, waar het puur gokken is.”

Hij is tevreden over wat hij tot nu toe heeft bereikt, al wordt het tijd voor het doorbreken van de 2.600-punten-grens. In 1991 had hij al 2.560. In juli 1995 had hij in theorie 2.620, maar deze maand was hij weer gezakt tot 2.570. “Die dertig punten stellen niets voor, maar ik wil van het geouwehoer op 2.500 af zijn. En dan kijken hoe ik verder kan komen.”

Op de wereldtop loopt Van Wely nog honderd punten achter. “In een toernooipartij merk ik dat verschil niet; in een match zou het waarschijnlijk eerder tot uitdrukking komen.” Hij kan niet precies benoemen waarom generatie-genoten als Anand en Kamsky beter zijn. Voor een deel is het voorbereiding. “Ik studeer wel, maar niet zo hard dat ik op topniveau mijn openingsrepertoire waterdicht houd. In je eentje werken vind ik niet makkelijk. En ik neem minder tijd, ik neem geen pauzes van drie maanden om te studeren, want ik wil spelen, resultaten boeken.” Van Wely speelt jaarlijks ongeveer 130 serieuze rating-partijen. Met rapid- en snelschaak-toernooien, de Nederlandse competitie en simultaans komt hij uit op 200 'werkdagen' per jaar.

Met Timman, die het afgelopen half jaar zijn rating repareerde tot 2.620, en Piket, die probeert een einde te maken aan een reeks teleurstellende resultaten, is Van Wely op de ranglijst verwikkeld in een gevecht om de beste rating van Nederland. “Ik zie het niet als een strijd met Piket, ik wil meteen ook Timman te grazen nemen. Vorig jaar heb ik dat ook al eens geroepen. Ik wilde bij een toernooi in Amsterdam per se van Timman winnen. In een interview noemde Timman vervolgens Piket, die altijd vrij braaf en correct is, een sterke speler. Over mij zei hij dat ik nog nooit wat had gepresteerd, nog nooit in de buurt was gekomen. Zijn reactie maakt duidelijk dat mijn uitspraak hem toch wat gedaan heeft. Gelukkig maar, dan kan ik tenminste nog eens een trap geven. Misschien ontwikkelt zich wel een ouderwetse polemiek.”

“Timman vindt dat hij wat meer respect verdient, maar het gaat tegenwoordig hard met de jeugd. Ik denk niet dat hij het nog lang volhoudt aan de top. Hij heeft het inzicht, maar schaken wordt steeds meer een fysieke sport. Ik zat in Groningen tot mijn verbazing al bij de oudste helft van het deelnemersveld. De jonge gasten met een goed gestel zullen in de toekomst de dienst uitmaken.”

Vol trots pakt Van Wely vervolgens een certificaat van zijn bureau. Hij heeft vorige week bij een bekende Tilburgse sportschool een test gedaan en kwam uit in de hoogste categorie. “Vroeger trainde ik onregelmatig: beetje voetballen, beetje squashen, een avondje disco. Een paar maanden geleden heb ik me ingeschreven bij een sportschool en doe ik een uur conditie-training en drie-kwartier krachttraining per dag.”

    • Remmelt Otten