Ondernemer verrast door hoog kennispotentieel bij oudere werklozen; Duitse winkelketen kiest in Groningen voor werklozen

In de stad Groningen is de werkloosheid alarmerend hoog. Ruim een kwart van de beroepsbevolking heeft geen baan. De gemeente stelt dan ook alles in het werk om mensen aan de slag te krijgen. Niet zonder succes. De Duitse winkelketen Marktkauf heeft voor haar nieuwste vestiging in Groningen uitsluitend werklozen aangetrokken.

Iedere grote en middelgrote stad in Nederland heeft van die buurten waar een aantal problemen samenvallen die elkaar versterken. Dat zijn de oude wijken die tegenwoordig, eufemistisch, ook wel probleemcumulatiegebieden worden genoemd. Haagse politici, gemeentebesturen en actieve bewonersgroepen hebben de afgelopen dertig jaar niet stilgezeten om de veelsoortige problemen in deze wijken aan te pakken.

Verkrotting van woningen, verslonzing van de woonomgeving, veel verhuizingen en selectieve leegloop tekenen het verval van oudere buurten en luiden het teloorgaan van de sociale samenhang in. Niemand voelt zich meer verantwoordelijk, kleine criminaliteit steekt de kop op, en de overlast van drugsverslaafden vormt een aanslag op de leefbaarheid die toch al veel te wensen over laat. Die neerwaartse spiraal, van kwaad tot erger, is op veel plaatsen aangepakt met de stadsvernieuwing. Dat begon aarzelend en mondjesmaat in de late jaren zestig, maar een jarenlang volgehouden inspanning heeft er na vaak forse investeringen toch toe geleid dat althans sommige wijken er weer heel behoorlijk bij staan.

Dat is bijvoorbeeld te zien aan de noordoost flank van de stad Groningen, in het stadsdeel Korreweg/Oosterpark. Twintig jaar geleden woonden daar nog 40.000 mensen, nu nog zo'n 28.000. Na een periode van onstuitbaar lijkend verval zijn hier vele kleine woningen gerenoveerd, andere zijn samengevoegd, er zijn ook nieuwe woningen gebouwd om te komen tot een meer gevarieerd woningbestand wat langdurig overleg vergde met de bewoners, maar de uittocht uit de wijk is tot staan gebracht.

Het Groningse gemeentebestuur heeft geen middel onbeproefd willen laten om de verloedering in dat deel van de stad tegen te gaan: stadsvernieuwing, sociaal-cultureel werk, decentralisatie van het wijkbeheer, de politie meer de wijk in, en een vasthoudende strijd tegen de drugsoverlast. Dat gebeurde met de hulp van politie en justitie, maar ook met een zo goed mogelijke begeleiding van de drugsverslaafden in kwestie.

Maar één probleem is al die jaren bijzonder hardnekkig en weerbarstig gebleken, de werkloosheid.

In het stadsdeel Korreweg/Oosterpark is circa 33 procent van de beroepsbevolking werkloos, het stedelijke gemiddelde is 26 procent. Voor de stad Groningen is de werkloosheid dus al een groot probleem, maar in enkele delen van de stad is het zo omvangrijk dat het onoplosbaar lijkt. Net als in de rest van de stad heeft in Korreweg/Oosterpark ruim een derde deel van de werklozen een opleiding op het niveau van HBO en wetenschappelijk onderwijs. De goedkope woningen in de buurt zijn aantrekkelijk voor studenten, en als zij na hun afstuderen niet aan de slag komen, blijven zij er wonen. De Groninger instellingen voor hoger onderwijs tellen in totaal circa 35.000 studenten, van wie het overgrote deel in de stad woont (170.000 inwoners).

G. Tolner werkt bij de gemeente Groningen op de afdeling Beleidsontwikkeling van de Dienst ruimtelijke ordening en economische zaken (RO/EZ). Hij weet als weinig anderen de weg in het labyrint van plannen en initiatieven om ook de plaatselijke bedrijven en de bewoners te betrekken bij de strijd tegen verval en uitzichtloosheid.

Tolner: “Nieuw en kenmerkend voor de gebiedsgerichte aanpak van sociale vraagstukken in Groningen is, dat de economische sector daarbij uitdrukkelijk wordt betrokken.”

Hij wijst erop dat in de bestuursovereenkomst tussen de stad Groningen en het rijk over de sociale vernieuwing indertijd het hoofdstuk economie ontbrak. Sociale vernieuwing was wel een aangelegenheid van het hele kabinet, maar ook in de Wet sociale vernieuwing ontbrak een paragraaf over de economie.

Trefwoord bij de nieuwe aanpak in Groningen is het acroniem SEND, wat staat voor: 'socio-economic network development'. Bedoeling daarvan is dat de bedrijven ter plaatse, het arbeidsbureau, het Small Business Center, de wijkorganisaties en de 'ondernemende' ambtenaren van gemeentelijke diensten als RO/EZ samen optrekken. Dat lijkt een heel gedrang, maar de sociaal-economische problemen vragen om alle hens aan dek. Bedoeling is wel om te komen tot win-win-situaties, waarbij toch ook het eigenbelang van de gesprekspartner(s) onderkend wordt.

In het kader van die SENDbenadering, die van de grond is gekomen met een subsidie van de Europese Unie (Urban Pilot Project) worden de acties toegespitst op een stadsdeel, en die acties moeten ook duurzaam zijn. Alles loopt via één loket in de wijk voor ondernemers èn buurtbewoners. Concrete resultaten worden geboekt met 't Stin, een service-punt waar de ondernemers uit de buurt terecht kunnen voor cursussen en adviezen. Ondersteund door het Small Business Center kunnen ondernemers uit het midden- en kleinbedrijf kennis maken met DTP, desk top publishing. Zij kunnen dan zelf fraai verzorgde folders, prijslijsten en promotiemateriaal maken. Ook zijn er workshops, zoals over praktische marketing ondersteuning.

Bijzonder handig voor de plaatselijke ondernemers is een help-desk voor de automatisering. Na bezoek aan een 'inloop'avond kunnen de ondernemers zelf aan de slag gaan met toepassingspakketten voor tekstverwerking en kunnen zij hun eigen administratie aanpassen en verbeteren.

Via 't Stin kunnen werklozen, en dan niet alleen de jongeren onder hen, een beroepsopleiding volgen. Vanuit de wijk krijgen ze dan een gerichte scholing aangeboden. Per jaar zijn er circa 250 leerlingen, die geschoold worden in commercie, automatisering en logistiek. Ook worden er per jaar vijftig 'support-medewerkers' ingewijd in de geheimen van Internet. Praktijkleerplaatsen worden gezocht bij de 1.000 à 1.300 ondernemingen in en nabij het stadsdeel Korreweg/Oosterpark.

Stageplaatsen, die nodig zijn om werkervaring op te doen, worden door bemiddeling van 't Stin 'gepoold'. Een kleine onderneming in de buurt heeft gewoon te weinig werk voor een fulltime stagiair, maar twee collega-fysiotherapeuten met ieder een eigen praktijk kunnen wel samen één stagiair plaatsen. De administratie kan dan op orde worden gebracht, en zo mogelijk ook worden geautomatiseerd. Voor HBO'ers en afgestudeerde academici zijn er speciale programma's.

Zo ontplooit 't Stin een breed scala aan activiteiten waarbij het idee van het 'netwerken' vooropstaat. In dat netwerk is ook het werkgelegenheidscentrum (WGC) van belang, dat cursisten aanlevert uit de buurt.

Bezoekers kunnen er terecht bij één en hetzelfde loket van de samenwerkende instanties, het Arbeidsbureau, het uitzendbureau Start, de stichting Weerwerk (JWG/banenpool) en de gemeentelijke dienst van Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten.

Het 'netwerken' wordt verder gestalte gegeven via een Stadsdeel Bedrijven Netwerk, dat de plaatselijke bedrijvigheid moet bevorderen. Bedrijfsbezoeken, workshops, zoals over flexibele inzet van personeel, en een nieuwsbrief moeten het elan en de onderlinge band versterken.

Een concrete verbetering van de woonomstandigheden in de buurt werd tot stand gebracht met het opruimen van binnenterreinen en brandgangen. Samen met Heidemij-Realisatie B.V. gingen daarbij werklozen aan de slag. Door dit project konden 'collectieve opdrachtgevers' worden geformeerd, en is er een juridische grondslag gevonden om een eventueel onwillige minderheid te laten meebetalen. Het moet nu een zelfdragend project van Heidemij worden met voormalige en op maat geschoolde werklozen als werknemers. Wie elders in de stad Groningen of daarbuiten een (semi-)openbare of privé-ruimte wil laten opknappen, kan dan een beroep doen op het team van de Heidemij.

Wees de SEND-aanpak al op Angelsaksische inspiratiebronnen, hetzelfde geldt voor de omarming in Groningen van CCI, wat staat voor Corporate Community Involvement. Bedrijven zouden zich ook verantwoordelijk moeten weten voor de buurt waarin zij opereren en voor de mensen die daar wonen.

In het Engelse Manchester werd in 1989 de Moss Side & Hulme Business Support Groep geformeerd en geïnstalleerd door prins Charles, voorzitter van Business in Community. De groep stelt zich ten doel “het economische en sociale herstel van Moss Side & Hulme en onmiddellijke omgeving” te bevorderen. Brian Harvey is hoogleraar aan de Manchester Business School en zijn leeropdracht betreft 'Social responsibility'. Hij schenkt in zijn colleges veel aandacht aan de rol die de private sector kan spelen in vervallen buurten.

Mevrouw W.J. Haket van de afdeling Economische Zaken is een vurig pleitbezorger van die Corporate Community Involvement. Het mag rijkelijk optimistisch heten om zoiets van ondernemingen te verwachten. Als er maar winst gemaakt kan worden, komen de banen vanzelf, is doorgaans de verdedigingslijn. Maar het Groningse gemeentebestuur en de 'ondernemende' ambtenaren proberen bedrijven toch aan te spreken op een ruimere uitleg van hun verantwoordelijkheid.

Een succes daarmee is geboekt met de vestiging van Marktkauf aan het Damsterdiep. Daar is in november van het vorig jaar een groot hobby- bouw- en tuincentrum geopend, met een vloeroppervlak van 10.000 m en een assortiment van 45.000 artikelen. De Duitse eigenaren hebben zich gevoelig getoond voor het Groningse pleidooi voor CCI. In goed overleg met de afdeling economische zaken van de gemeente en het Arbeidsbureau zijn de werknemers in deze vestiging uitsluitend geworven onder de werklozen in het stadsdeel Korreweg/Oosterpark.

In Duitsland heeft Marktkauf een keten van 150 winkels, met een totale omzet in 1994 van 5,4 miljard gulden. Voor Nederland heeft het concern grootse plannen. Het is de bedoeling dat hier in vijf jaar twintig zaken worden geopend. De eerste twee staan in Duiven en Groningen, en in beide vestigingen werken zo'n 110 mensen, van wie een aantal in deeltijd. Omgerekend naar volle werktijd gaat het per vestiging om 70 arbeidsplaatsen.

A.J. van der Schalk is algemeen directeur van Marktkauf in Nederland. Hij blijkt zeer te spreken over de aanpak in Groningen. “Dat is een groot succes. We hebben een en ander geregeld in een heel goede samenwerking.” Hij is verrast over het niveau van de werklozen die door H. Kolthof, accountmanager van Arbeidsvoorziening in Groningen, waren voorgedragen voor selectie door Marktkauf.

Van der Schalk: “Onder de oudere werklozen waren er veel met een hoog kennispotentieel, een veel groter potentieel dan we aanvankelijk dachten.” Daarom kon Marktkauf, na het voorbereidende werk van Kolthof, snel en efficiënt het personeel vinden om de zaak nog voor de kerstdrukte te openen.

In Groningen wordt de acceptatie door Marktkauf van het CCI-model gezien als een flinke opsteker. De gemeente Groningen is tegen de vestiging van detaillisten in het buitengebied, maar tegen een vestiging van een groot hobby- bouw- en tuincentrum is geen bezwaar. Het trekt bezoekers aan uit stad en ommeland, en vormt een nieuwe kern van bedrijvigheid. De plaatselijke middenstand ziet uiteraard omzet wegvloeien, maar dat nadeel wordt deels ondervangen door afspraken met Marktkauf. Directeur Van der Schalk geeft acht detaillisten in de buurt weer opdrachten.

Marktkauf heeft op korte termijn ook plannen in Beverwijk en Den Haag. Voor een tijdelijke vestiging bij Laakhaven in Den Haag wordt nu ook personeel gezocht. Van der Schalk: “We gaan nu aan de slag met het Arbeidsbureau in Den Haag, en met de Detam, de bedrijfsvereniging. En Kolthof helpt ons daarbij.”

De 'ondernemende' ambtenaar mevrouw Haket kan een gevoel van triomfalisme niet onderdrukken. “Dat zou me toch wat zijn, als al die vestigingen van Marktkauf in heel Nederland hun personeel werven onder werklozen. CCI werkt. In Groningen, maar straks ook in Den Haag.”