Nieuwe wegwijzer voor jeugdliteratuur

Joke Linders e.a. Het ABC van de jeugdliteratuur. In 250 schrijversportretten van Abkoude naar Zonderland. Uitg. Martinus Nijhoff, 582 blz. Prijs ƒ89,50, speciale intekenprijs tot 15/2: ƒ75,-.

Er is ontzaglijk veel jeugdliteratuur - de kinderboeken stromen gelijk rivieren de uitgeverijen uit. Voor menige ouder, en voor menig kind of andere geïnteresseerde, is het moeilijk in die stroom de weg te vinden. Al die auteurs, al die titels, al die soorten boeken: hoe komt men erachter wie of wat of hoe en wanneer? Het beste naslagwerk op het gebied van de jeugdliteratuur verschijnt al vele jaren: het losbladige Lexicon van de jeugdliteratuur. De losbladigheid maakt het mogelijk artikelen in de ringbanden toe te voegen, aan te vullen of te actualiseren. Er wordt ongelooflijk veel in behandeld, niet alleen auteurs, maar ook onderwerpen die met jeugdliteratuur samenhangen zoals bij voorbeeld het meisjesboek, het kerstverhaal, de griffels, leesbevordering, etc. Het nadeel is dat wie zich niet meteen aan het begin geabonneerd heeft, moeilijk later nog lid kan worden want die zit met een enorme achterstand. Dat is vooral een financieel nadeel natuurlijk, in één keer al die vorige mappen en afleveringen aanschaffen is vrij duur, al heeft Wolters-Noordhoff wel speciale late-intree regelingen.

Dat Lexicon is dus wat volledigheid en uitgebreidheid betreft onverslaanbaar, maar inhoudelijk zou het nog wel enigszins voor verbetering vatbaar zijn. De stukken erin zijn tamelijk kort en vaak aan de oppervlakkige kant, waardoor algemeenheden en abstracties hun kans krijgen.

Nu is er een nieuw Wat en Hoe in Kinderboekenland verschenen: Het ABC van de jeugdliteratuur door Joke Linders, Jos Staal, Herman Tromp en Jacques Vos. Dit ABC mikt niet op de volledigheid van het Lexicon en dat kan ook niet, het moet een handig boek zijn dat je zo uit de kast trekt en waarin je dan vindt wat Els Pelgrom zoal geschreven heeft en wat dat nu eigenlijk voor boeken zijn en hoe die over het algemeen gevonden worden - en zo van nog 249 andere schrijvers. De meesten zijn van deze tijd, maar er zijn ook een aantal schrijvers van klassieke jeugdboeken opgenomen, zoals A.A. Milne, Lewis Carrol, Carlo Collodi (Pinocchio), J.B. Schuil, Johanna Spyri, Karl May en nog een paar. Van allemaal wordt een korte biografische schets gegeven en een bespreking van het werk, naast de tekst staat een rijtje titels met jaartallen. Wat er niet bij staat is welke uitgever de boeken in kwestie uitgeeft, noch wie ze vertaald heeft als ze vertaald zijn, behalve bij Alice in Wonderland. Daar wordt de vertaling van Nicolaas Matsier genoemd - eerdere eveneens verkrijgbare vertalingen weer niet. Ook worden vaak omslagen afgebeeld, onveranderlijk zonder te vermelden wie zo'n omslag heeft gemaakt, illustraties uit het boek daarentegen worden weer wel verantwoord.

Enfin, dat zijn kleinigheden. Wat goed is aan het boek, is dat er zoveel schrijvers in aan de orde komen en dat men nu snel titels en geboortedata kan vinden. Maar voor de rest blijft het erg moeilijk om in zo kort bestek iets verstandigs te zeggen. Wat dat betreft is dit boek bepaald geen verbetering ten opzichte van het Lexicon, hierin moet het allemaal nóg korter en nog ingedikter. Negen van de tien jeugdboekenschrijvers blijken boeken te schrijven waarin de hoofdpersonen doende zijn met 'het ontdekken van de eigen identiteit' (bij Els Pelgrom heet het zelfs dat de auteur op zoek is naar zichzelf!), veelal worden fantasie en werkelijkheid met elkaar vermengd, vaak hebben we te maken met iemand die prachtig kan vertellen en menigeen hoort tot de belangrijkste schrijvers van na de oorlog, of van een generatie. Het is een tikje wezenloos allemaal, al doen de vier samenstellers hun best om niet zomaar inhouden na te vertellen maar meteen aan te geven wat de bedoeling of de betekenis van een boek is. Maar dat laat zich ook niet zo makkelijk in vier woorden uitleggen.

De tekstjes zijn helaas niet altijd erg goed en precies geschreven (of gecorrigeerd). Daardoor stuit men op onzinnige mededelingen als dat Els Pelgrom een voorkeur heeft voor verhalen waarin fantasie en werkelijkheid elkaar beïnvloeden, 'want verbeelding die op de juiste wijze wordt verwoord, is net zo echt als dat wat in werkelijkheid gebeurt'. Van dit soort zinnen staan er talloze in het boek. Bovendien zijn de stukken erg wisselend van opbouw en kwaliteit. De ene keer worden er onbekommerde oordelen in gegeven die wel van de schrijver van het stuk afkomstig moeten zijn (we weten niet wie welk stuk heeft geschreven), de andere keer zegt men wat over de ontvangst in de kritiek of beweert vaag dat een boek 'door mensen van allerlei leeftijden als troostrijk ervaren' wordt. Het voornemen om niet in de tekst te citeren (er staat alleen een heel klein fragmentje boven elk lemma) maakt het ook niet beter, want dan kan het eigenaardige of het typerende van een schrijver nooit getoond worden, maar er moet altijd gezegd worden dat het 'geestig' is of 'orgineel'. Eén origineel of geestig zinnetje overtuigt veel meer. Zo is er in elk stuk wel wat. Een strenge redactie zou dit boek veel goed hebben gedaan. Nu is er veel goede bedoeling, maar nog niet zo veel geslaagde uitwerking. Maar dat neemt niet weg dat het wel een handig naslagwerk is voor wie even snel iets wil weten.

    • Marjoleine de Vos