Niemand weet meer hoe je moet liefhebben; Alexandre Jardin over huwelijk, overspel en Charles de Gaulle

“Iedereen schijnt dat maar gewoon te vinden: eerst houd je vreselijk van elkaar, dan steeds een beetje minder, dan helemaal niet meer en ga je uit elkaar,” zegt Alexandre Jardin. In zijn romans probeert deze Franse schrijver een ander verloop aan te reiken. Zijn hoofdpersonen worden het liefst de minnaar van hun eigen vrouw.

Alexandre Jardin, L'île des gauchers. Uitg. Gallimard, 342 blz. Prijs ƒ 48,-. Alle eerdere romans van Jardin zijn in het Frans als Folio-pocket verkrijgbaar.

De Kleine wilde. Vert. Floor Bosboom, illustraties François Place. Uitg. De Arbeiderspers, 214 blz. Prijs ƒ 39,90. Van Fanfan (ƒ 29,90) en De Zebra (ƒ 36,90) verschenen bij De Arbeiderspers pocketedities in vertaling.

“Je hebt geen controle over het gebruik dat mensen van je boeken maken,” zegt Alexandre Jardin en hij werpt een blik op de stapel van honderden brieven in een hoek van zijn Parijse werkkamer. Schrijft hij een vermakelijke roman over een denkbeeldig eiland in de Stille Zuidzee, L'Île des gauchers (eiland der linkshandigen), waar man en vrouw alleen voor de liefde tot elkaar leven - blijken er honderden lezers te zijn die de vertelling volstrekt serieus nemen, en nadere bijzonderheden vragen omdat ze willen emigreren.

De romanschrijver heeft, toegegeven, zelf in aanzienlijke mate bijgedragen tot de mystificatie door achterin in zijn roman pagina's op te nemen met de statuten van de negentiende-eeuwse idealistische stichting die de commune op het eiland zou zijn begonnen, alsmede een gefingeerd adres (in werkelijkheid dat van uitgeverij Gallimard) en een kort overzicht van geschiedenis, middelen van bestaan enz. Wat daarbij opvalt is de grote aandacht voor de geneugten des levens: zo danste de gemiddelde inwoner op het eiland in 1994 maar liefst 525 uur, slechts 18 procent van alle seksuele betrekkingen tussen echtelieden vond in het echtelijk bed plaats, enz. enz.

“Bij de eerste brieven dacht ik nog dat mensen een grapje maakten. Maar nee: de meesten blijken volstrekt bereid om hun huidige leven in de steek te laten en de wereld van mijn roman binnen te treden,” constateert Jardin.

L'Île des gauchers speelt in de jaren dertig en is het verhaal van een Engelse lord die zich in zijn 38-ste levensjaar realiseert dat het leven van alledag, in zijn geval een leven van excentriek niets-doen, hem niet langer kan bevredigen, vooral omdat de liefde met zijn vrouw door routine steeds verder uitslijt. Bij toeval verneemt hij van het eiland der linkshandigen, waar men slechts voor de liefde leeft. Hij aarzelt niet, en vertrekt met vrouw, kinderen en butler derwaarts.

Op het eiland is de liefde tussen man en vrouw het belangrijkst - alle andere, economische of sociale activiteit vormt van dit streven slechts een afgeleide. Het is druk werk, met name voor de mannen. Zo wordt men geacht voor zijn vrouw eigenhandig een geheel op haar wensen afgestemd huis te bouwen, en nieuw aangekomenen moeten een her-huwelijk sluiten. Aan de voltrekking daarvan gaat een slopend verblijf op het naburig Eiland der waarheid vooraf, waar de echtelieden, onder invloed van uit de grond opstijgende vulkanologische dampen, wekenlang de waarheid zeggen - bepaald geen pretje.

Eenmaal gehuwd en gehuisvest treedt geenszins de in Frankrijk of Groot-Brittannië zo gevreesde huwelijkse sleur in, integendeel. Onder de gebruiken op het eiland zijn er vele, die ampele mogelijkheden tot huwelijksbedrog openen - zoals het recht zich in het wit te kleden, voor een ieder een teken dat men in is voor een avontuurtje. Er zijn trouwens ook jaarlijkse perioden van verplichte losbandigheid, die gedeeltelijk samenvallen met perioden van verbod op seksueel verkeer. De lord en zijn vrouw bereiken evenwel het doel: elkaar steeds beter lief te hebben. Tot de dood erop volgt.

Anonieme brieven

De keuze voor de liefde en tegen de sleur komt in bijna alle boeken van Alexandre Jardin voor. In Fanfan bijvoorbeeld besluit een jongeman om het meisje dat hij liefheeft wel te vereren en te versieren, maar haar niet aan te raken. Deze handelwijze drijft haar tot wanhoop. In Le Zèbre besluit een alweer 38-jarige man (wiens bijnaam 'de zebra' is) om de liefde voor zijn vrouw voortaan tot het centrale onderwerp in zijn leven te maken. Hij verzint de meest buitenissige methoden, onder andere het sturen van anonieme brieven waarmee hij haar in grote erotische opwinding brengt en zijn eigen vrouw ertoe verleidt met de onbekende briefschrijver de liefde in een hotelkamer te bedrijven. De vrouw verstoot haar ijverige echtgenoot wanneer ze het bedrog ontdekt. Doof, blind en eenzaam sterft hij, maar niet dan nadat hij een flinke partij liefdesbrieven heeft achtergelaten bij een vriend, zodat zijn vrouw nog jarenlang amoureuze post van hem krijgt.

In De kleine wilde, zojuist in Nederlandse vertaling verschenen, besluit de 38-jarige Alexandre Eiffel zijn huwelijk en directeurschap van een slotenfabriek eraan te geven. Hij wil leven in overeenstemming met de dromen uit zijn kindertijd, en doet dat ook op een minuscuul eilandje in de Middellandse zee.

Trouw zijn aan je gevoelens en dromen, je afkeren van de gevoelsonderdrukkende sleur van het maatschappelijk bestaan en de liefde in je leven centraal stellen - het lijkt niet overdreven, achter deze steeds terugkerende thema's een zekere moralistische neiging bij de schrijver te veronderstellen. Alexandre Jardin (30): “Het zijn moralistische romans, maar ik hoop dat dat er niet te dik op ligt. Want een roman moet wel iets zondigs houden, hij moet niet deugdzaam zijn.” Jardin wil als romancier graag een plaats innemen als die van de grote negentiende-eeuwse schrijvers Hugo en Balzac - zonder, haast hij te verklaren, zich overigens in schrijverskwaliteiten als hun evenknie te willen beschouwen. “Die schrijvers stonden middenin de samenleving, schreven niet voor het VI-de arrondissement van Parijs (dwz. voor intellectuelen, red.) maar voor het volk. Ik wil niet alleen maar voor geletterden schrijven.”

Jardin moge zijn ideale schrijverschap wellicht in de negentiende eeuw situeren, in stijl en onderwerpkeuze doen zijn boeken eerder aan denken aan de Achttiende eeuw, de tijd dat schrijvers de wereld opnieuw uitvonden. Er is nu weer zo'n tijd, meent de jonge auteur, waarin alle waarden opnieuw moeten worden gedefinieerd. “Als je mensen op straat vraagt 'wat is het huwelijk', dan krijg je tweehonderd verschillende antwoorden. Niemand weet precies hoe je moet liefhebben. Mijn grootouders, die wisten dat precies. En mijn ouders wisten waar ze zich tegen wilden verzetten. Maar de dagen van de contra-cultuur zijn voorbij, en thans bevinden we ons in Europa in een buitengewoon boeiende fase, waarin alle waarden opnieuw moeten worden uitgevonden, en met name de kunst van het liefhebben. Dat is een buitenkansje voor een schrijver. Over vijftig jaar zal alles weer helemaal duidelijk zijn. En dan zullen ze zeggen: het einde van de twintigste eeuw, wát een tijd was dat! Wat waren ze toen onvoorzichtig!”

Machteloos

Alexandre Jardin is nu dertig, en was 23 toen le Zèbre verscheen, het eerste boek over een 38-jarige. Merkwaardig, zo'n jeugdige preoccupatie met de sleur van de liefde. “Hoe een vrouw lief te hebben - ik heb altijd gedacht dat dat de belangrijkste kwestie was in het leven,” zegt hij. “Ik ben op geggroeid in een wereld waar geen enkel paar dat ik kende me een voorbeeld heeft gegeven, mijn ouders hebben elkaar verlaten, de ouders van mijn vrienden zijn bijna zonder uitzondering gescheiden. En degenen die bij elkaar bleven, boden geen prettige aanblik. Toen ik dus in mijn leven een vrouw ontmoette, die mij van cruciale betekenis leek, voelde ik me op zonderlinge wijze intellectueel machteloos. Ik heb nooit begrepen, dat mijn leeftijdgenoten zo onverschillig kunnen staan tegenover de problemen van de liefde. Iedereen schijnt dat maar gewoon te vinden: eerst houd je vreselijk van elkaar, dan steeds een beetje minder, dan helemaal niet meer en ga je uit elkaar. Onbegrijpelijk.”

Alexandre Jardin maakt vorderingen bij het zoeken naar nieuwe vormen voor de liefde - althans die indruk wekt hij in zijn boeken. De hoofdpersoon in L'Île des gauchers bijvoorbeeld, op zoek naar een goed boek over de liefde, stuit in een bibliotheek op Le Zèbre, maar verwerpt dat boek als ontoereikend. De zebra, meent de lord in navolging van de auteur van beide boeken, begaat de fout zich zijn hele liefdesleven als een adolescent te willen gedragen, inplaats van als een volwassen man. “Ook een euvel van onze tijd,” zegt Jardin, “die aandacht voor de jeugdige waarden. Kijk maar naar de reclame. Wanneer men het belang van iets, bijvoorbeeld van een nieuwe film, wil aantonen, dan zegt men dat die film invloed heeft op de jeugd. Niemand zegt ooit 'dat is een belangrijke film want alle vijftigjarigen vinden hem mooi'. De zebra trapt in die val door voortdurend maar de hartstocht om de hartstocht zelf na te jagen. Hij blijkt geheel niet bij machte de complexiteit van zijn vrouw in ogenschouw te nemen. De lord doet dat wel.”

De beschouwing van de complexiteit voltrekt zich voor een aanzienlijk deel door middel van het overspel en de daarmee gepaard gaande woedes en passies. “Overspel is essentieel voor de studie van een paar, omdat overspel inherent is aan het bestaan van een paar,” meent de auteur. Overspel heeft niet zozeer te maken met de lust naar de coïtus (ofschoon ook dat natuurlijk een rol kan spelen), maar veel eerder met de behoefte van de echtelieden een andere kant van zichzelf en aan zichzelf te laten zien dan meestal in het huwelijk aan de orde komt.

“Elke getrouwde vrouw droomt van een minnaar, van nature,” meent Jardin. In zijn boeken plegen vrouwen dan ook meestal intelligenter overspel dan mannen. Vrouwen integreren de overspelige liefde schijnbaar moeiteloos in hun leven, terwijl mannen uit één nacht van passie buiten de deur nog wel eens onbesuisde conclusies willen trekken. Zowel de zebra als de lord vinden echter een originele oplossing: ze weten het zo te draaien dat ze de minnaar van hun eigen vrouw worden.

De zebra doet dat door middel van de anonieme brieven. De lord op het eiland der linkshandigen sluipt voor zijn vrouw uit naar het huis van de minnaar en sluit deze op in de kast. Wanneer zijn vrouw na enige tijd het vertrek betreedt, heeft zij de persoonsverwisseling niet in de gaten en neemt de man haar op een wijze die in het echtelijk verkeer niet tot de usance behoort, zoals alleen een minnaar dat kan. “De minnaar van je vrouw worden, dat lijkt me het ideaal,” zegt Jardin dromerig. “Het is ontzettend lastig om, zonder in perversiteiten te vervallen, de totaliteit van de liefde te beleven.”

Ook de held in De kleine wilde doet aan de liefde, en wel met de dochter van de buren, die als twee druppels water lijkt op de moeder over wie de kleine Alexandre Eiffel vroeger dagenlang fantaseerde. Toch is niet de liefde het voornaamste thema van het boek, meer de verhouding tussen jeugdige idealen en volwassenheid. “De man realiseert zich dat hij het kind in hemzelf heeft verraden, en dat hij is geworden tot de schijndode volwassene die in onze Westerse cultuur domineert. De meeste mensen leiden immers een voorzichtig, voorspelbaar leven. Ze worden niet al te zeer overmand door gevoelens, ze komen niet in opstand. Ik heb met dit boek een ander model voor volwassenheid willen voorstellen, waarin onvoorzichtigheid en onvoorspelbaarheid de hoofdrol spelen. De kleine wilde wordt niet opeens weer kind, zoals sommige critici wel hebben gemeend, maar hij slaagt erin het kind in hem in zijn volwassen bestaan te respecteren.”

Provo

Alexandre Jardin noemt generaal De Gaulle als een voorbeeld van iemand die het kind in zichzelf heeft gerespecteerd. De redder van Frankrijk in 1940 en 1958 komt dan ook regelmatig voor in zijn boeken. In l'Île des gauchers gaat de lord in 1940 op missie in Londen, om de generaal, die zojuist geheel op zijn eentje voor de BBC-microfoon het vrije Frankrijk heeft uitgeroepen, te verzekeren van de steun der eilandbewoners. De generaal, die net als de rest der Fransen het bestaan van deze uithoek van het imperium volstrekt was vergeten, laat zich de doelstellingen van het eilandleven uitleggen en geeft dan toe dat hij zich het leven met zijn vrouw Yvonne ook iets anders had voorgesteld.

“Als ik archiefbeelden zie van De Gaulle op historische momenten, denk ik altijd dat de kleine Charles de grote Charles inwendig toejuicht,” zegt Jardin. “Als iemand onvoorzichtig is geweest, dan is het wel De Gaulle.” Overigens is de schrijver ook een warm bewonderaar van de Nederlandse provo-beweging uit de jaren zestig, die hij eveneens trouw aan de kinderlijke idealen toedicht. “Provo was in ieder geval veel interessanter dan onze gauchistes van 1968, die alleen maar kritiseerden en niets opbouwden,” meent Jardin.

Bijna was de schrijver zelf ook binnengetreden in de wrede grote-mensenwereld. Eens was hij in Parijs politieke wetenschappen gaan studeren met het vaste voornemen mee te doen aan de ratrace die leidt tot een studie aan de École nationale de l'administration, het instituut waar Frankrijks topambtenaren worden opgeleid. Maar na twee maanden studie wist hij dat hij dat in ieder geval niet wilde: “Ik had mij in de eeuw vergist. We leven niet meer in de wereld van 1789, waarin je als bestuurder de wereld opnieuw kon uitvinden. Bestuurders zijn tegenwoordig beheerders, van instituties die in essentie zichzelf beheren.” Dan maar schrijver. Met 20 jaar publiceerde Jardin zijn eerste roman (Bille en tête), die meteen een groot succes was. Dus is hij schrijver gebleven.

Jardins boeken, zegt iedereen , zijn vooral bij vrouwelijke lezers een succes. Dat verwondert de schrijver niet: “Je ziet dat waarden die in de maatschappij in opkomst zijn, tot nu toe voornamelijk met vrouwen werden geassocieerd. Mijn grootvader praatte helemaal nooit over zijn gevoelens.” Wat Jardin ook een beetje tot een buitenbeentje in de Franse literatuur maakt, is dat zijn boeken steeds zo geestig zijn, ondanks de ernstige bedoelingen van de auteur. “Als mensen depressief zijn, zegt dat meer over henzelf dan over de wereld waarover ze schrijven. We beleven een fantastische en grappige tijd, nu de maatschappij al haar zekerheden heeft verloren. Maar ja, de depressieven zijn nu eenmaal in de meerderheid.”

    • Raymond van den Boogaard