Muziekprogramma's op tv zijn kierewiet; Gesprek met popmuziek-presentator Jools Holland

Bijna elke muzikant wil optreden in Later with Jools, het live muziekprogramma van de BBC. “Het is een eclectisch programma omdat we ervan overtuigd zijn dat de platencollecties van verstandige mensen ook zo zijn,” zegt presentator Jools Holland, die zelf het liefst rhythm 'n' blues speelt.

Jools Holland and his Rhythm & Blues Orchestra treden op 20 jan. op in het Paard in Den Haag en op 21 jan. in LVC in Leiden.

De live-cd 'Jools Holland and the Rhythm & Blues Orchestra' en de solo-cd 'The A-Z Geographers Guide to the piano' zijn verschenen op het label Beautiful Records.

“Gisteren ging ik naar De Pels. Het is twintig jaar geleden dat ik er was. Maar er is niets, maar dan ook helemaal niets veranderd in dit café! Verbazend!” zegt de Engelse musicus Jools Holland (37) in de lobby van het American Hotel in Amsterdam. Zelf heeft hij een gedaantewisseling ondergaan. Van een 18-jarige jongen met lang vet, haar, een leren jack en vuile vingernagels - 'ik ging door voor een punk' - is hij een sjofele Britse gentleman geworden. En was hij in 1976 alleen de pianist van de toen nog jonge groep Squeeze, nu is hij naast musicus leider van The Rhythm & Blues Orchestra, documentairemaker en tv-presentator. In Nederland is hij vooral in deze laatste hoedanigheid bekend, nu Later With Jools, het popmuziekprogramma van de BBC, na drieënhalf jaar begint door te dringen tot het Nederlandse kijkersbewustzijn.

“Ook in Engeland heeft het programma moeten groeien,” vertelt Holland. “Het is laat op de zaterdagavond geprogrammeerd omdat men er bij televisie van uit gaan dat alleen gekken en geesten naar muziekprogramma's kijken. Maar langzaam maar zeker krijgt het erkenning. Het is zo opgebouwd dat, ook al houd je niet van een van de optredende artiesten, je toch blijft kijken omdat de kans groot is dat je wel van de volgende zult houden.”

Later With Jools kent een wonderbaarlijk eenvoudige opzet. In iedere uitzending van een uur spelen vijf of zes popgroepen of -musici in een studio voor publiek om de beurt een nummer. De optredens van de groepen, die uiteenlopen van Afrikaanse luitmuzikanten via Britpopgroepen als Blur en Oasis tot gevestigde sterren als David Bowie, Eric Clapton en Luther Vandross, worden aan elkaar gepraat door Holland. Een groot deel van het succes van het programma moet op zijn rekening worden geschreven. De formule van Later With Jools zou gemakkelijk te kopiëren zijn als Holland niet het programma presenteerde. Op luchtige toon introduceert hij de musici, en stelt ze, als ze voor de tweede keer een nummer mogen spelen, wat terloopse vragen. Zonodig gaat hij zelf achter de vleugel te zitten om bandloze gasten te begeleiden of met de groepen mee te spelen.

“Het uitgangspunt van Later With Jools is dat het om de muziek en het optreden gaat”, zegt Holland. “Muziekprogramma's waren vooral in Engeland veel te ingewikkeld en kierewiet geworden: men probeerde bij iemand een vis in zijn broek te stoppen, dat soort dingen. Toen we met Later With Jools begonnen, wilden we het programma tot zijn eenvoudigste vorm terugbrengen. We hadden geen decor, we gebruikten niet veel camera's en het was allemaal een beetje goedkoop. Later hebben we een aantal dingen toegevoegd. Zo ontdekten we dat het een optreden ten goede komt als er publiek is. En ook dat een decor wel helpt. Maar meer hebben we niet nodig.”

Over de keuze van de altijd zeer uiteenlopende gasten zegt Holland: “Meestal vragen we bands die op tournee zijn en net een plaat uit hebben. Maar soms vragen gasten zelf om een optreden: David Bowie wilde per se in ons programma spelen, omdat hij weet dat het goed klinkt en hij de nummers kan spelen die hij zelf wil. We proberen zoveel mogelijk soorten muziek te laten zien en horen: jazz, folk, wereldmuziek, soul, rock, punk - alles is mogelijk. Later With Jools is een eclectisch programma omdat we ervan overtuigd zijn dat de platencollecties van verstandige mensen ook zo zijn. Natuurlijk zijn er merkwaardige lieden die alleen maar naar Braziliaanse neusfluitmuziek willen luisteren, maar de meeste mensen houden toch van allerlei soorten muziek.”

Het geheim van zijn presentatie ligt niet in zijn techniek, vertelt Holland. “Teksten kan ik slecht onthouden en ze uitspreken is ook niet mijn sterkste punt. Maar de musici vertrouwen me, omdat ze me kennen en als ze me niet kennen, weten ze dat ik er niet op uit ben ze een loer te draaien. Ik moet zorgen voor een ontspannen sfeer.”

Popprofessor

Jools Holland is al een zijn leven lang een hartstochtelijk liefhebber van rhythm 'n' blues en jazz. Als kleine jongen kocht hij platen van Big Joe Turner en Jerry Lee Lewis. Zijn grote kennis van deze muziek, die hem al de titel popprofessor heeft opgeleverd, kon hij goed gebruiken bij de documentaires die hij in de jaren tachtig maakte over de Amerikaanse muzieksteden New Orleans, Memphis, Nashville en Chicago.

The Beatles zijn een andere jeugdliefde en Holland ging dan ook gretig in op het aanbod om op treden als interviewer in The Anthology, de zes uur durende documentaire over The Beatles die onlangs ook in Nederland werd uitgezonden. “Het was fascinerend,” zegt hij over The Anthology en The Beatles. “The Beatles zijn de blauwdruk voor elke groep. Ze zijn de uitvinders van het begrip popgroep en ze hebben alles in de popmuziek veranderd. Voor hen dacht geen muzikant dat hij zijn eigen liedjes kon schrijven, na hen denkt iedereen dat te kunnen. Hun songs zijn briljant, iedereen kent wel een paar liedjes van ze. En hun creativiteit was verpletterend: in 9 jaar maakte ze 8 of 9 platen en elke plaat was weer een grote stap voorwaarts waarmee ze mijlenver voorliepen op alle andere groepen. Hun mengsel van rock 'n' roll en kunst was verbazend.”

In de verhalende, gepolijste nummers van de groep Squeeze, waarvan Holland met onderbrekingen van 1976 tot 1990 lid was, zijn de Beatles-invloeden duidelijk te horen. Hollands huidige band The Rhythm & Blues Orchestra, speelt, zoals de naam al zegt, onversneden rhythm 'n' blues. “Gilson Lavis, die nu in mijn band zit, en ik neigden in onze Squeeze-tijd al naar de rhythm 'n' blues. Live probeerden we altijd al een rhythm 'n' blues-draai aan de Squeeze-nummers te geven. Het is vreemd. De rhythm 'n' blues-muzikanten waren voornamelijk Afro-Amerikanen die vijftig jaar geleden hun muziek maakten; ik ben een blanke Londenaar die in de jaren negentig leeft en toch windt hun muziek me nog op. Het heeft iets te maken met de vreugde en het spirituele van die muziek en dat is ook wat we over willen brengen. Vijf jaar geleden begonnen we met zijn tweeën. Ik begon dan op de piano, zei: 'Applausje voor de big band' en dan kwam alleen Gilson Lavis op. Vervolgens is de band organisch gegroeid, ieder jaar kwamen er een stuk of twee musici bij. Nu bestaat de band uit elf leden, waarvan er zes blazers zijn, en treden we 150 keer per jaar op.

“Wat we maken is natuurlijk anders dan de rhythm 'n' blues van vijftig jaar geleden. We hebben ook te maken met de geschiedenis van de Britse rhythm 'n blues die via een omweg in onze muziek terugkeert. Het is muziek die eerst de nekken van de toeschouwers doet bewegen. Vervolgens beginnen ze tegen wil en dank te stoten en een beetje te dansen. Onze rhythm 'n' blues is slonzig en sexy, met glijdende trombones en rollende piano's.

“We spelen covers van Ray Charles, Jerry Lee Lewis en Todd Rundgren, maar het meeste van ons materiaal bestaat uit eigen nummers die passen in het stramien van de rhythm 'n' blues. We zijn een groot rhythm 'n' blues-orkest, met allemaal min of meer akoestische instrumenten, maar spelend met dezelfde kracht als een rockgroep. Gilson slaat heel hard op zijn drums, we zijn luider en agressiever dan de rhythm 'n' blues-muzikanten van vijftig jaar geleden.”

Maar niet altijd is Jools Holland agressiever dan zijn voorgangers. Als hij 'I Gotta Woman' uit 1954 speelt, zingt hij niet, zoals Ray Charles, de auteur van het nummer, dat de plaats van de door hem aanbeden vrouw thuis is, maar: 'I know my place and that's right in her home.' Gevraagd naar de reden van deze opmerkelijke verandering, zegt Holland: “De meisjes klaagden steeds over die zin van Ray Charles. Ik ben voor de druk gezwicht. Soms moet je dat doen.”