MICHAEL MATTHEWS 1958-1996; Schokkend direct

Het is een 'wijze vrouw' die de gisteren aan de gevolgen van aids overleden theatermaker Michael Matthews in Frank (1991) laat zeggen: “Om van het leven te genieten, schat, moet je er niet te veel van genieten”. In een adem voegde Matthews, die zijn tekst ook zelf uitvoerde, daaraan toe: “Hoewel het leven niet meer dan een reeks opeengestapelde benauwenissen is, houd ik ervan. (-) Ik zal het tot aan mijn dood verdedigen.”

Er is niet veel fantasie voor nodig om te bedenken dat Matthews al die jaren dat hij ziek was geprobeerd heeft een evenwicht te vinden tussen deze twee houdingen. Enerzijds moest hij kunnen loslaten wat hem ontnomen werd, anderzijds mocht hij de moed niet opgeven. Moeilijker, zoniet onmogelijk is het uit te maken waarin hij het beste slaagde, misschien het laatste. Zijn werkdrift en het aantal voorstellingen dat daarvan het resultaat was, waren adembenemend groot - niet alleen voor iemand die door ziekte geteisterd werd.

Vorig jaar woedde er in Amerika een discussie over Still/Here, een dansvoorstelling van de Newyorkse, seropositieve choreograaf Bill T. Jones. Er werkten mensen met een dodelijke ziekte aan mee - wat een artistiek oordeel volgens sommigen onmogelijk zou maken. Het was een respectloze benadering van de poging tot stilering die de kunstenaar ondernam: hoe kan men een kunstenaar kwalijk nemen dat hij werk maakt over wat hem ten diepste bezighoudt? Gelukkig heeft Matthews, die vanaf 1984 in Nederland woonde en werkte, een dergelijke behandeling hier nooit gehad, hoewel zijn werk er aanleiding toe gaf. Keer op keer gingen zijn teksten en voorstellingen over de dood die hem wachtte. Meestal gemaskeerd in een associatieve en poëtische woordenreeks, waarin het woord 'dood' steeds opdook als een vis aan de oppervlakte van het water, maar soms ook schokkend direct. Voor Hyde, or the strange clauses of will (1995) maakte Koos Breukel een close up-foto van de door huidaandoeningen aangetaste rug van Matthews, die vele malen uitvergroot op het foto-festival in Naarden kwam te hangen.

Het vereiste moed wat Matthews deed, op basis van strikt persoonlijke ervaringen. Hij maakte een serie voorstellingen over monsters, Dracula, Frankenstein, Baby Doc, Idi Amin, Pol Pot. Muziek, poëzie, dans en ironische plots relativeerden de demonen waarover Matthews in werkelijkheid sprak. Racisme, dat hij als zwarte aan den lijve had ondervonden, werd in een ode aan afwijkend gedrag, Frank (1991), een quasi-beschuldigende vinger richting het publiek: “Maar jouw tanden zijn ook geel”. Hij bracht het probleem trefzeker terug binnen de contouren van alledaagse menselijkheid.

Behalve schrijver en regisseur was Matthews, opgeleid in Film and Theatre Arts aan de Temple University in Philadelphia, acteur. Hij werd met recht eens 'een dansende dichter' genoemd. Hij beschikte met zijn lange gestalte, rustige mimiek en diepe, sonore stem over zeldzaam theatraal charisma. In Klaagliederen (1995) van Gerardjan Rijnders speelde hij, ondanks zijn lichamelijke verval, nog enkele keren 'God'. Aan het slot keerde hij zich naar de zaal, vlak voordat hij tussen de coulissen verdween, om het publiek een ontwapenende lach te laten zien. Hoop en huiver verbeeldde die lach, die ons bijblijft.

    • Pieter Kottman